door Alain Grootaers in ’t Pallieterke .

Eenenzestig jaar ben ik nu, moet ik tot mijn spijt toegeven. Ik stapte, of beter : struikelde, in de journalistiek na mijn universitaire studies, toen ik 23 jaar oud was. Vol met idealen over de pers als ‘vierde macht’ die haar rol als controle op de drie machten voluit diende te spelen. Met waarheidsvinding als kernopdracht en het ontmaskeren van machtsmisbruik, als zich dat bleek voor te doen, als uiteindelijk doel.

Al snel bleek dat niet eenvoudig, want onderzoeksjournalistiek kost tijd, mankracht en dus geld. Daarvoor zijn dan weer lezers en adverteerders nodig, waardoor je focus als journalist al snel wordt verschoven van informeren naar ‘entertainen’, omdat voor dat laatste meer lezers en dus adverteerders te vinden zijn.

“De ideologische bubbel van de Reyerslaan verplaatste zich naar de Luchthavenlaan in Vilvoorde”

Het is voor mij, toen ik later hoofdredacteur werd, altijd een evenwichtsoefening geweest om de informatieopdracht en het entertainmentgehalte te balanceren tot een aantrekkelijk en economisch levensvatbaar geheel.

Massamedia

Dankzij de kwaliteit van de journalisten, fotografen en cartoonisten waarmee ik kon samenwerken, lukte dat meestal ook en kon ik mijn geloof in de pers als vierde macht behouden. De eerste twijfel sloop binnen nadat het onzalige antidemocratische concept van het cordon sanitaire in 1989 werd geïntroduceerd door Jos Geysels (toen voorzitter van Agalev), na de verkiezingsoverwinning van het toenmalige Vlaams Blok in oktober 1988.

kreeg een cordon médiathique rond zich

Het cordon sanitaire veranderde al snel in een cordon mediatique, geheel in tegenspraak met de journalistieke deontologie van evenwichtige verslaggeving en woord en wederwoord. Er ontstond al snel een eenzijdige pers, waarbij niet alleen de politieke partij werd uitgesloten, maar tegelijk ook de kiezers ervan, allemaal mediagebruikers die zich van de weeromstuit begonnen te vervreemden van hun mediakanalen; de eerdere hoop dat een commerciële zender in elk geval voor een meer evenwichtig tv-landschap zou zorgen, bleek al snel ijdel.

De ideologische bubbel van de Reyerslaan verplaatste zich gewoon naar de Luchthavenlaan in Vilvoorde. De concentratie van de verschillende media bij twee potente groepen, DPG en Mediahuis, deed de rest. Journalisten werden van de ene redactie doorgeschoven naar de andere, samen met hun ‘pensée unique’, en de redacteurs wentelden zich comfortabel in hun warme bedje van het eigen gelijk. Wie het aandurfde om er een contraire mening op na te houden, werd langzaam, maar zeker naar de marge van zijn of haar medium geduwd. Anderen, zoals wijlen Roger van Houtte bij de Gazet van Antwerpen, werden gewoonweg onder politieke druk ontslagen. In het geval van Van Houtte kwam die druk van de ook al wijlen Steve Stevaert. Meestal loopt het echter zo’n vaart niet en worden recalcitrante journalisten door hun hoofdredacteur gewoon verplaatst naar een lokale gewestredactie of naar de pagina ‘gebroken armen en benen’.

Solidariteit

Dat was allemaal nog klein bier vergeleken met wat er tijdens de covidcrisis gebeurde. Toen werd er duidelijk een turbo gezet op de sturing van de pers door politieke krachten. Daarvoor werd het massapsychologische wapen van de ‘solidariteit’ bovengehaald. Een prachtig begrip is het, maar ook een machine waarmee groepsdenken wordt gecreëerd en iedereen die ‘niet solidair’ is, wordt uitgesloten. De vaccinatiedwang werd aangewakkerd door de slogan ‘Je doet het voor een ander’, waarmee men suggereerde dat je na vaccinatie niet langer besmettelijk was voor je omgeving en je dus een supersolidaire medaille verdiende, iets dat al snel door wetenschappelijk onderzoek werd tegengesproken, maar die klok lieten de mainstreammedia niet horen.

“Collega-journalisten kiezen eieren voor hun geld, want iedereen heeft een gezin te onderhouden en een hypotheek te betalen”

Op vraag van de overheid die hoofdredacteurs wees op hun mogelijke verantwoordelijkheid voor eventuele honderdduizenden doden, een angst die dezelfde mediakanalen gretig hadden verspreid toen de nieuwshonger groot was. En dus liep iedereen vrolijk achter dezelfde vlag aan. De grote afwezige bleef de kritische journalistiek, want de hoofdmoot van de journalisten marcheerden mee in dat eenheidsdenkenden en beschuldigden, integendeel, collega’s die wél kritisch durfden zijn, gretig van desinformatie. Andersdenkenden werden gecanceld, geridiculiseerd en zonder werk gezet.

Hetzelfde patroon herhaalde zich met de berichtgeving rond de klimaatverandering, waarbij elke nuancering in het debat werd geschuwd. Natuurkundigen die wezen op de complexiteit van het klimaat en op de enorme hoeveelheid aan variabelen, die het klimaat beïnvloeden, werden niet aan het woord gelaten en, ook nu weer, belachelijk of verdacht gemaakt als pionnen van Big Oil. En weer zagen we dezelfde kritiekloze machinerie op gang komen, met telkens weer ngo’s als spreekbuis voor de solidaire beweging; dit keer om allemaal solidair de aarde te redden van een gewisse ondergang door massale overstromingen, voorspeld voor 2021, want dan zou het Atomium al tot zijn laagst hangende kloot in het water staan.

Die ramp heeft zich niet voltrokken, ondanks de steeds paniekerig wordende weerkaarten in de kranten; het lachende zonnetje uit mijn jeugd op de kaart van Spanje werd intussen vervangen door een bloedrood kleurtje dat alleen maar onheil voorspelde. In je reinste traditie van communistische propaganda werden kinderen ingeschakeld om medelijden op te wekken en de boodschap verkocht te krijgen. De pers volgde gedwee en alweer kritiekloos, wat hen werd voorgekauwd door kinderen met psychologische problemen, van Greta Thunberg tot Anuna de Wever, die zich nu bij gebrek aan een klimaatramp in de schijnwerpers wurmen als strijders voor de Palestijnse zaak. Nu Hamas zijn Palestijnse landgenoten in Gaza zonder vorm van proces aan het executeren is, blijft het ineens oorverdovend stil aan de kant van dit gesubsidieerde clubje. Een dode Palestijn is pas interessant als hij door een Israëlische kogel werd geraakt en niet door een nekschot van een andere Palestijn.

Timmermans’ ngo’s

Binnen de EU had commissaris Frans Timmermans inmiddels geld vrijgemaakt om zijn eigen portefeuille van milieu wat interessanter te maken; dat geld schoof hij door naar ngo’s die de klimaatacties op touw zetten. Frans Timmermans tekende geheime contracten met groene ngo’s waarbij deze in ruil voor subsidies moesten lobbyen bij het Europees Parlement om de plannen van de Europese Commissie door te drukken. Na het klimaatverhaal bleek de pers ook nog eens te kort te schieten in de verslaggeving over de oorlog in Oekraïne, waar ook alweer een eenzijdig plaatje werd geschilderd en de media zich ontpopten tot de propagandaspreekbuis van de NAVO, in werkelijkheid de marketingafdeling van de Amerikaanse wapenlobby. Maar toen ik dacht dat het niet nog erger kon worden, kwam er de verslaggeving over Gaza er nog bovenop, waarbij het verschil tussen verslaggeving en Hamaspropaganda soms moeilijk te maken was.

Maar hoe is het uiteindelijk zo ver kunnen komen dat de mediagroepen naar de pijpen dansen van de overheid, lobbygroepen en ngo’s ? Daarvoor moeten we terug naar het begin van de jaren 2000. De pers zat in een existentiële crisis, een waarin ze zichzelf had gemanoeuvreerd. Door de komst van het internet bleek al snel dat de mediakeizer geen kleren aanhad. Mediabedrijven zochten, maar vonden zelden, verdienmodellen in die nieuwe informatievoorziening. Dat had niet alleen consequenties aan de kant van de mediagebruiker die nu zijn informatie al surfend gratis van het net plukte, maar ook de inkomsten aan de adverteerderskant kelderden.

“Weer zagen we dezelfde kritiekloze machinerie op gang komen”

Tot overmaat van ramp bleek namelijk ook dat de cijfers die het internet prijsgaf over de bezoekers van een medium veel nauwkeuriger zijn dan de cijfers die voordien aan de adverteerders gepresenteerd werden na onderzoek van het CIM (Centrum voor Informatie over de Media), de goudstandaard voor adverteerders om niet alleen het aantal contacten in te schatten dat ze via advertenties in een bepaald medium konden bereiken, maar ook het sociaal-demografisch profiel van die lezer/luisteraar/kijker. Al snel bleek dat het bereik van sommige kranten en weekbladen lang niet zo groot was als eerder werd voorgespiegeld en dat de adverteerders dus eigenlijk altijd al te veel hadden betaald. De advertentiemarkt bleek een soufflé die veel te veel lucht bevatte en het internet was de kille tocht die de soufflé deed instorten, waardoor mediabedrijven op zoek moesten naar andere inkomsten. Bovendien gingen op het internet Amerikaanse techbedrijven zoals Facebook en Youtube met de reclame-inkomsten aan de haal.

Sector in moeilijkheden

Elke sector in moeilijkheden klopt dan al snel aan bij de overheid. In het geval van de pers is die overheid, volgestouwd met politici die herverkozen moeten worden en die daarom graag in de pers komen, er als de kippen bij om een handje te helpen; via voordelen allerhande en vaak verborgen subsidies. De overheid koopt namelijk ook advertentieruimte voor wervingsacties bij het leger en de politie bijvoorbeeld, of om vaccinaties te pushen tijdens het coviddebacle. Ook via de subsidies voor de postbedeling van de kranten wordt de drukpers onrechtstreeks gesteund. De VRT wordt rechtstreeks gesubsidieerd door de Vlaamse Regering met 258 miljoen (voor 2025), goed voor 60 procent van de totale inkomsten; de rest haalt de VRT uit de reclamemarkt, tot grote droefenis van de commerciële concurrenten. Dat leidt niet tot een betere, meer evenwichtige journalistiek, zoveel is duidelijk.

En zo zijn we intussen op een punt aangekomen dat ik mijn oude beroep waar ik zo veel van hield, totaal niet meer herken. Collega-journalisten kiezen eieren voor hun geld, want iedereen heeft een gezin te onderhouden en een hypotheek te betalen, en in het geval van journalisten die vaak uithuizig zijn ook alimentatie aan een of meerdere vrouwen, en kijken dus wel uit om niet te veel stennis te maken. Zo, tot zover de bedroevende staat van de journalistiek vandaag, naar mijn bescheiden meningen, maar u hoeft mij hoegenaamd niet te geloven. Gelukkig is er ook nog ’t Pallieterke, waar ik mag schrijven wat ik wil, dankzij uw steun. Koester dit blad als een laatste bastion van de Vlaamse vrije pers.

foto’s (c) Gazet van Hove.