door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .

De spanningen rond de meerjarenbegroting zuigen veel energie op voor de regering-De Wever, maar eigenlijk werd de voorbije dagen vooral gewerkt aan het afronden van een aantal cruciale sociaaleconomische dossiers. Die zijn minstens even belangrijk als het saneringsplan richting 2030.

Het was HLN-journalist Isolde Van de Eynde die het in De Afspraak op vrijdag vermeldde : MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez is niet geneigd eerste minister Bart De Wever (N-VA) veel te helpen bij het opstellen van een meerjarenbegroting.

Hij heeft zijn twee trofeeën al binnen. Namelijk de kernuitstap en in de beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen. Deze maatregelen zijn in de Kamer ondertussen gestemd. De beperking van de uitkeringen treedt begin januari in werking. De Franstalige liberalen kunnen achteroverleunen.

heeft zijn trofees reeds binnen

Alweer die verworven rechten

Het komt hem ook goed uit dat de meerwaardebelasting nog gestemd moet worden. Hij kan dit gebruiken als drukkingsmiddel. Niet dat dit direct zal zorgen voor de val van de regering indien alles blokkeert. Het palmares van de Arizona-coalitie zou dan wel zeer mager ogen. Bovendien zijn er nog een aantal andere dossiers die de MR graag afgerond ziet. Over een aantal dossiers is tijdens de formatiegesprekken of later bij het Paas- en Zomerakkoord al overeenstemming bereikt. Maar waar de regering-De Wever de voorbije dagen vooral mee bezig was, was het vastknopen van een hele reeks sociaaleconomische eindjes, omdat het hier om technische materie gaat – en omdat men de deur naar juridische bezwaren wil sluiten.

In dat verband kwam een belangrijk signaal van de Raad van State. Die heeft kritiek op de versoepeling van de regels rond nachtwerk waarbij er in bepaalde sectoren pas vanaf middernacht een premie komt voor nachtwerk in plaats van vanaf 20 uur. De Raad van State stelt dat deze zijn doel compleet voorbijschiet en zelfs in strijd is met internationale verdragen. Hier speelt ook het standstilbeginsel zijn rol, waarbij het grondwettelijk moeilijk is om bepaalde verworven sociale rechten terug te draaien, tenzij men dit duidelijk motiveert.

nachtwerk

Pensioenmalus en meerwaardetaks

Het wordt dus bij het afronden van die beleidsmaatregelen over eieren lopen voor de regering-De Wever. Kortom, de losse eindjes moeten goed aan elkaar worden geknoopt. Dat geldt bijvoorbeeld voor het dossier van de pensioenmalus, waarbij wie vroeger stopt met werken dan de pensioenleeftijd van 66 jaar (in 2030 wordt dat 67 jaar) een lager pensioen dreigt te krijgen. Er woedt blijkbaar nog een discussie over de zogenaamde gelijkgestelde periodes. Dat zijn periodes dat men niet heeft gewerkt, maar die toch meetellen bij de berekening van het uiteindelijke pensioenbedrag.

In welke mate zijn die straks ook van toepassing op de pensioenmalus ? Dat ligt niet alleen politiek, maar ook juridisch gevoelig. Men is er binnen de federale regering als de dood voor dat de Raad van State of het Grondwettelijk Hof straks een of andere vorm van discriminatie inroepen. Verder is het de vraag in welke mate de pensioenadministratie die pensioenmalus al kan berekenen voor wie volgend jaar met pensioen gaat. Naar verluidt is het een hele opdracht om de informaticasystemen te actualiseren. Hoe later er over dit dossier een definitief akkoord wordt gesloten, hoe moeilijker het is om alles tegen begin 2026 klaar te hebben voor de concrete uitvoering.

Dat geldt evenzeer – zo niet, nog meer – voor de meerwaardebelasting op financiële activa. De algemene regels liggen hier vast, namelijk een meerwaardetaks van 10 procent op onder andere aandelen en cryptomunten. De datum waarop men de meerwaarde gaat berekenen, is 1 januari 2026. Alleen is het aan de financiële instellingen om die belasting aan de bron te heffen. Zullen zij begin 2026 over de juiste data en gegevens beschikken om die belasting te innen ? Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) is bereid om hen een aantal maanden respijt te geven, maar de honderden miljoenen euro’s die dit zal opbrengen, zullen wel al in de begroting worden opgenomen.

Discrimineren

En ook hier schuilt nog een juridisch addertje onder het gras, want wie meer dan 20 procent van de aandelen van een vennootschap bezit, zou bij het boeken van een meerwaarde aan een lager tarief worden belast. Dat onderscheid in tarieven kan ertoe leiden dat het Grondwettelijk Hof hier een ongelijke behandeling in ziet en zegt dat de regering haar huiswerk moet overdoen. En dat voor het gevoeligste dossier van deze coalitie.

Tenslotte is er nog de belofte om werken te belonen en aantrekkelijker te maken. Dat moet gebeuren via een verlaging van de personenbelasting; een belangrijke eis van de MR. Het is de bedoeling om de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage af te bouwen, wat op jaarbasis een koopkrachtinjectie van 365 euro netto per individu inhoudt. Verder zou de belastingvrije som worden opgetrokken (dat deel van het loon waar men geen belastingen op betaalt) van 10.910 euro naar 15.300 euro in 2029.

Alleen zijn er een aantal hinderpalen. Gezien de slechte budgettaire toestand, achten economen het niet raadzaam deze belastingverlaging deze legislatuur toe te kennen. Bart De Wever hoopte die te compenseren door een btw-verhoging, maar daar verzet de MR zich tegen. En nog : de partij van Georges-Louis Bouchez wil die belastingverlaging integraal in 2026-2027 toekennen, zeker niet later. Misschien is dit dossier van de belastingverlaging het gevaarlijkste dynamiet voor de regering-De Wever.

foto’s (c) Gazet van Hove.