door Filip Van Laenen in ’t Pallieterke.

Het afgelopen jaar kregen we een nieuwe federale regering en kwam de Vlaamse Regering op kruissnelheid. Voor de N-VA, cd&v en Vooruit blijft het een beetje wennen om samen in een regering te zitten, en federaal dan nog wel samen met MR. Ondertussen loopt het niet bij alle oppositiepartijen even lekker. Twee van hen zagen zelfs hun partijvoorzitter vervroegd ontslag nemen.

Bij de N-VA voelt men zich op dit moment goed in zijn vel. De partij levert zowel Vlaams als federaal de regeringsleider, blijft voorlopig op kop in de peilingen en mocht bovendien met het Euroclear-dossier een ferme overwinning opeisen. De uitdaging voor 2026 wordt om de andere regeringspartijen, die het duidelijk veel moeilijker hebben, tevreden te houden, zodat ze de regeringsarbeid niet te veel beginnen te saboteren. Bovendien moet de N-VA opletten dat ze zich niet te zeer begint te vereenzelvigen met het Belgische niveau. Partijen die zich vervreemden van hun oude basis, gaan zelden een rooskleurige toekomst tegemoet.

Voor uitdager Vlaams Belang blijft het zoeken naar een evenwicht tussen terechte kritiek op de Vlaamse en federale regeringen en te harde aanvallen op grote concurrent N-VA. Omdat het Vlaams Belang met de N-VA strijdt om de eerste plaats, telt elke stem die de partij kan weghalen bij de N-VA dubbel. Maar worden de aanvallen te hard of te persoonlijk, dan jagen ze potentiële Vlaams Belang-kiezers net weg. Bovendien speelt mee dat als de partij ooit Vlaams aan de macht wil komen, het waarschijnlijk toch samen met de N-VA zal moeten zijn. Cd&v als alternatief blijft eenvoudigweg te klein.

Strijden om de derde plaats

Die cd&v, die zich nog steeds gedraagt alsof ze over 40 procent van de kiezers beschikt, maar in de praktijk al blij mag zijn als de 14 procent nog eens in zicht komt, blijft vechten voor de derde plaats in Vlaanderen. De laatste tijd houdt partijvoorzitter Sammy Mahdi zich wat meer gedeisd, en misschien loont zo’n constructief gedrag ook meer op de langere termijn als de partij zich tegelijkertijd ook politiek relevant weet te houden.

Ook Vooruit strijdt voor de derde plaats, met daar bovenop het marktleiderschap op links. Het is echter niet gemakkelijk om dat laatste te combineren met een regeringsdeelname samen met de N-VA, en federaal zelfs met MR. Bovendien is de eigen vakbondsflank niet afgedekt omdat zusterpartij PS federaal voluit de oppositiekaart trekt. Volgens de laatste peiling wordt de PS daar ook voor beloond. Benieuwd hoe lang Vooruit die spreidstand kan volhouden.

Daar komt nog bij dat de socialisten steeds meer de hete adem van de PVDA in de nek voelen. De communisten dromen er al langer van de grootste partij op links te worden, en zolang Groen in de touwen hangt en Vooruit deel uitmaakt van een regering die gemakkelijk als rechts weggezet kan worden, maakt PVDA een kans om die droom in Vlaanderen waar te maken. De uitdaging voor 2026 is ongetwijfeld om zich in Vlaanderen te consolideren boven de 10 procent en op die manier Vooruit blijvend uit te dagen.

PVDA-afvaardiging

Ondertussen vlak boven de kiesdrempel…

Bij Groen moeten ze in 2026 op zoek naar een nieuwe partijvoorzitter. Van buitenaf bekeken zou dat best iemand zijn die het niet voor zijn carrière hoeft te doen, die voldoende naambekendheid geniet om in de media aan bod te komen en die tegelijkertijd de partij opnieuw kan opbouwen zodat ze er tegen de volgende verkiezingen weer staat met vers bloed aan de top. De vraag is of de partij zo’n vrijwilliger in haar rangen telt die bovendien ook nog verkozen raakt.

Tot slot, bij Open Vld hebben ze ondertussen al een nieuwe voorzitter, maar voorlopig is het nog wat vroeg om te kunnen concluderen of Frédéric De Gucht wel het verschil kan maken. De liberalen blijven met zichzelf worstelen om op geloofwaardige wijze oppositie te kunnen voeren. Dat het waanzinnige Euroclear-voorstel oorspronkelijk uit een liberale koker kwam, zal de partij de komende maanden nog vaak aangesmeerd krijgen.

foto’s (c) Gazet van Hove