Tom De Smet schreef met “BDW” een absolute bestseller
NIEUWS – door Filip Michiels – www.doorbraak.be .
‘De gebeurtenissen van de voorbije weken hebben bij N-VA de latente vrees aangewakkerd dat ze De Wever weleens veel sneller zouden kunnen kwijtspelen aan Europa dan aanvankelijk gedacht.’ – foto © B&L
2025 zal de politieke geschiedenisboeken ingaan als het jaar van Bart De Wever : alomtegenwoordig in eigen land én een rijzende ster op de Europese scène. En dus mag het amper verbazen dat de lijvige biografie BDW momenteel het best verkopende boek van Vlaanderen is. ‘Er zijn maar weinig politici in België van wie het publieke imago zo contrasteert met wie hij écht is,’ klinkt het bij auteur Tom De Smet.
Vriend en vijand zullen het alvast over één ding eens zijn : als politicus is Bart De Wever een fenomeen. Hoe kijkt u daar tegen aan, nadat u negen maanden onderdook in zijn entourage ? Is hij inderdaad de visionaire politicus die al bijna dertig jaar gefocust werkt aan zijn missie, of ontsnapt ook De Wever niet aan de vaststelling dat politici finaal toch altijd hun oor te luister leggen bij hun kiezers en de veranderende tijdsgeest ?
Tom De Smet : Ik neig toch eerder naar de eerste stelling. Omdat hij een aantal basisuitgangspunten heeft waaraan hij amper twijfelt en die hij altijd zal blijven nastreven, maar ook omdat hij daarbij enorm veel geduld aan de dag legt. Net daarin maakt hij het verschil met de meeste andere politici van deze generatie, die toch vooral graag zo snel mogelijk hun trofee binnenhalen. Terwijl De Wever zelf de blik gericht houdt op een einddoel dat hij vele jaren geleden al bepaalde, kent hij ook perfect de zwakheden van zijn concullega’s. Dat geeft hem een stevig strategisch voordeel.

De lessen die de jonge De Wever als begenadigde schaker leerde, leggen nu ook de politicus geen windeieren ?
Inderdaad. Hij denkt altijd vijf zetten vooruit, en dat maakt hem ook zo sterk. Een treffend voorbeeld daarvan waren de gemeenteraadsverkiezingen in 2012. De Wever schreef toen in Antwerpen politieke geschiedenis door de socialisten, die er al 70 jaar aan de macht waren, naar de oppositie te verwijzen. Terwijl hij in de Scheldestad nochtans moest optornen tegen de stadslijst van Patrick Janssens en Marc Van Peel.
De Wever denkt altijd vijf zetten vooruit, dat maakt hem ook zo sterk
Maar al enkele maanden vóór die cruciale verkiezingen blikte De Wever vooruit naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Hij waarschuwde zijn partijgenoten dat ze zich blijvend moesten verankeren in de Joodse, Turkse en Marokkaanse gemeenschap als ze ook in 2018 nog een rol van betekenis wilden spelen.
Bijna 15 jaar later is De Wever premier : kan hij dat soort strategische vooruitziendheid in zijn huidige rol als crisismanager van dit land nog wel blijven aanhouden ?
Voormalig VLD-boegbeeld Karel De Gucht omschreef hem ooit als een ‘situationeel politicus’. Dat is in mijn ogen een ander aspect van De Wever : hij houdt zijn ultieme ambities altijd in het achterhoofd, maar speelt tegelijk ook zeer gewiekst met de kaarten die hij voorgeschoteld krijgt.
Ik voel me vandaag als Vlaming niet benadeeld in dit land
Dat bleek ook na de federale verkiezingen van 2024. De hele verkiezingsdag lang bereidde de N-VA zich voor op regeringsonderhandelingen met de PS, tot het hen rond acht uur ’s avonds begon te dagen dat er zich in Wallonië een heuse politieke revolutie aan het voltrekken was. De MR werd er, tegen alle verwachtingen in, plots de grootste partij, waarna De Wever en co plots beseften dat ze met Georges-Louis Bouchez zouden moeten gaan onderhandelen. En dat een staatshervorming, laat staan confederalisme, dus heel lastig zou worden met een belgicist pur sang in de regering. Voor een economische herstelregering lagen de kaarten dan weer veel gunstiger. De Wever schakelde meteen.

U beschrijft in het boek hoe de nog piepjonge Bart De Wever, nog voor hij zelf ook maar enige politieke ambitie koesterde, als hoofdredacteur van het KVHV-blad Ons Leven op termijn al een nieuwe focus voor de Vlaamse Beweging voorspelde. Weg van het puur communautaire, richting het sociaaleconomische. Exact wat hij vandaag ook doet als premier. Dreigt hij daarmee ook niet een deel van zijn kiezers van zich te vervreemden ?
In mijn ogen is het DNA van de N-VA al definitief veranderd in de periode 2013-2014, en dit heeft de partij natuurlijk ook geen windeieren gelegd. De oude generatie van klassieke Vlaams-nationalisten, genre Geert Bourgeois of Jan Peumans, is stilaan een minderheid geworden binnen de partij.
Zij stammen natuurlijk ook uit een periode dat veel Vlamingen in dit land zich gediscrimineerd voelden, maar dat is intussen toch aardig aan het keren. Ik voel me vandaag als Vlaming bijvoorbeeld niet benadeeld in dit land, terwijl dit voor mijn ouders en zeker mijn grootouders toch wel nog het geval was. De nieuwe generatie binnen N-VA vertrekt veel meer vanuit het economische dan vanuit het culturele flamingantisme. Het Belgische fort innemen, dat is waar zij voor staan.
Is Bart De Wever in uw ogen ook nooit een echte stamboek-flamingant geweest ?
Hij heeft zelf ooit verklaard dat hij weinig had met het eerder romantische flamingantisme van zijn vader. Hij heeft daar uiteraard wel wat van meegekregen in zijn opvoeding, maar neigt toch meer naar het rationele karakter van zijn moeder. Natuurlijk kwam hij, op zeer jeugdige leeftijd nog, aan het hoofd te staan van een partij die uitgesproken Vlaams-nationalistisch was. Maar hij was intelligent genoeg om te beseffen dat die partij toen nog niet rijp was voor de omslag naar een meer rationeel, economisch georiënteerd flamingantisme.

Dat impliceert dan ook dat de N-VA niet zozeer in een nieuwe richting is gedwongen door het politieke vernuft van De Wever, maar dat het in de eerste plaats de partij zelf is die ingrijpend veranderd is ?
Dat klopt absoluut. Eerst is de partij veranderd, De Wever heeft daar slim op ingespeeld. Rond 2012 volgde er dan ook een instroom van politici die niet uit die traditionele Vlaamse beweging stamden. Mensen zoals Annick De Ridder, Lorin Parys, Ludo Van Campenhout of Siegfried Bracke. Mede daardoor is de partij fel veranderd.

De Wever ís de N-VA, hij is de man van alle overwinningen
Een al evenmin te onderschatten factor daarin was de zeer democratische structuur van die partij. Die is, zo zegt men me, mee gegroeid uit het trauma van de Volksunie. Daar was de partijtop — in concreto onder meer Bert Anciaux en Patrick Vankrunkelsven — stevig ingegaan tegen de wil van de basis. Bij het ontstaan van N-VA heeft men er nadrukkelijk over gewaakt om een aantal systemen in te bouwen die een herhaling van dit scenario moesten voorkomen. De partijraad, waarin naast de toppers ook heel wat basismilitanten zetelen, is daar een belangrijke exponent van. Het is al enkele keren gebeurd dat die partijraad de top van de partij terugfloot.

Is dat harde flamingantisme van de beginjaren dan ook binnen die partijraad een minderheidsstrekking geworden ?
Deels is dat een juiste inschatting, denk ik. Maar daarnaast is er natuurlijk ook de figuur van Bart De Wever zelf : hij ís de N-VA, hij is de man van alle overwinningen. En hij is iemand met een zelden gezien retorisch talent, die mensen als geen ander kan overtuigen. Wanneer hij zich met al zijn gewicht achter een bepaalde keuze zet, dan wordt die richting haast altijd gevolgd.
Bestaat er vandaag dan echt geen ongenoegen binnen de partij over een te flauwe communautaire koers, nu de partij op federaal vlak de eerste minister aanlevert maar op dat vlak geen ‘vette vis’ kon binnenhalen ?
Toch wel. On the record geeft Jan Peumans in mijn boek toe dat de vraag of N-VA nog een Vlaams-nationalistische partij eigenlijk een retorische vraag is. Off the record hoorde ik ook van andere interviewees dezelfde kritiek, maar toegegeven : dat gaat over een minderheid van de mensen met wie ik sprak. En daar waren ook geen echte partijtoppers bij.

De Wever is heel authentiek : hij is wie hij is, de mens verschilt niet veel van de politicus
Ik geloof echt dat die partijtop er intussen van overtuigd is geraakt dat de strategie om het Belgische fort te bezetten en zo meer Vlaamse autonomie te realiseren echt wel werkt. Tegelijk zegt Bart Maddens (KUL) in mijn boek natuurlijk wel dat je zo tegelijk het Belgische fort ook versterkt. Dat klopt ook wel, denk ik persoonlijk. De lovende commentaren over De Wever van de voorbije weken in de Franstalige pers zijn daarvan misschien wel de beste illustratie.
Een rode draad draad doorheen dit boek : Bart De Wever is extreem competitief en kan écht niet verliezen. Is dat in de politiek, waar je toch veel water bij je wijn moet doen, toch niet vooral een nadeel ?
Wel, hij heeft natuurlijk nog niet veel verloren. Tegelijk, maar dat ontkent hijzelf, heeft De Wever ook wel een rancuneus kantje. Als hij dan toch eens verliest, dan heeft hij eerst een dipje, waarna hij extra gemotiveerd terugkomt. Dan speelt die competitiviteit dus volop, en dat maakt van hem natuurlijk ook zo’n politiek beest. Nu, mijn boek zit bomvol anekdotes die bewijzen dat dit gewoon ook het karakter van De Wever is.

Iemand die op een gegeven moment 142 kilo weegt en dan de ambitie uitspreekt om op een half jaar tijd zowat 60 kilo kwijt te spelen en vervolgens de 10 Miles te lopen, zo lopen er natuurlijk niet al te veel rond. Hij stelt zichzelf een doel, stippelt het traject uit en houdt dat dan ook aan. Zo haal je prijzen binnen. De Wever is ook heel authentiek : hij is wie hij is, de mens verschilt niet veel van de politicus.

Daar staat tegenover dat uit dit boek ook blijkt dat er in hem, hoewel hij doorgaans als een zeer principieel politicus omschreven wordt, ook een stevige realpolitiker en pragmaticus schuilt ?
Absoluut, maar hij krijgt zijn bochten altijd wel verkocht. Zowel aan de partij als aan zijn kiezers. Dat heeft veel te maken met zijn retorische sterkte, maar ook met het feit dat hij strategisch zo sterk is dat hij de bocht altijd ruim tevoren inzet. Daarin schuilt dan bijvoorbeeld een interessant contrast met iemand als Hugo Schiltz. Puur communautair heeft die misschien meer verwezenlijkt dan De Wever — al is het natuurlijk nog te vroeg voor een eindoordeel — maar Schiltz kreeg zijn vele bochten niet verkocht.
De Wever zelf omschrijft de gedwongen exit van Dedecker tot vandaag ook als één van de grote politieke fouten in zijn carrière
Ook heel opvallend : de sterke en blijvende loyaliteit tegenover de strijdmakkers van het eerste uur. Net hierdoor is de N-VA, in tegenstelling tot heel wat andere partijen, géén krabbenmand geworden ?
Ik denk dat de rol van Bart De Wever daarin amper overschat kan worden. En de affaire Dedecker (De Wever zette Jean-Marie Dedecker in 2006 na enkele dagen opnieuw uit de partij omdat toenmalig kartelpartner CD&V zich verzette, FMI) is daarbij een belangrijk leermoment geweest. Die pijnlijke episode heeft echt diepe wonden geslagen in de partij. Niet voor niets heeft N-VA-directeur en vertrouweling van het eerste uur Piet De Zaeger op dat moment ook zijn ontslag ingediend, om dat vervolgens opnieuw in te trekken.

De Wever zelf omschrijft de gedwongen exit van Dedecker tot vandaag ook als één van de grote politieke fouten in zijn carrière. Hij heeft er de nodige lessen uit getrokken. De N-VA wordt niet voor niets omschreven als ‘de falanx’ : men laat de eigen mensen niet vallen, niet in het minst vanuit het besef dat veel van die mensen nog in zeer lastige omstandigheden voor die partij gekozen hebben. Dit gezegd zijnde : als er echt gekozen moet worden, zal de partij wel altijd primeren op de persoon.
Kan Bart de Wever zelf een eventuele zware verkiezingsnederlaag wél overleven, denkt u ?
Ik heb me die vraag zelf ook gesteld in de aanloop naar de federale verkiezingen van 2024, toen de peilingen aanvankelijk niet veel goeds beloofden voor N-VA. Ik denk dat hij, mocht het toen echt zwaar fout zijn gelopen, zeker zelf zijn ontslag zou hebben ingediend als partijvoorzitter. Maar ik betwijfel sterk of het aanvaard zou zijn geweest. De Wever heeft zoveel verdiensten voor de partij, dat hij zo’n nederlaag wel kan overleven. Bovendien is en blijft hij ook dé verbindende figuur.

Is de partij anno 2025 voldoende gewapend tegen de hielenlikkers die onvermijdelijk opduiken als een partij jarenlang zo succesvol is ? En dreigt De Wever net daardoor misschien niet de voeling met de basis te verliezen ?
Dat is zeker een risico. Verschillende bronnen hebben me verteld dat De Wever binnen de partij nog amper in vraag wordt gesteld. Tenzij door een beperkte minderheid die dan, op Zuhal Demir na, ook niet echt tot de echte partijtop behoort.
De Wever is vooral een zeer complex persoon
Daar staat dan weer tegenover dat De Wever net ook een grote afkeer heeft van hielenlikkers. Hij wordt niet graag publiek tegengesproken, maar in persoonlijke gesprekken kan hij perfect om met kritiek. Maar het klopt natuurlijk dat hij in de Wetstraat veel meer in een cocon zit dan vroeger als burgemeester van Antwerpen. Daar zal zijn entourage dus absoluut waakzaam voor moeten blijven.

Uw boek illustreert ook dat hij en niemand anders al jarenlang het cement is dat de verschillende strekkingen binnen de partij samenhoudt. Maar hebben hijzelf en die partij de voorbije jaren wel voldoende geïnvesteerd in een nieuwe Bart De Wever ?
Dat is, laat ons wel wezen, geen simpele opdracht. Maar het is juist dat de partij daar tot vandaag te weinig oog voor heeft gehad. Ook al omdat haast iedereen binnen de N-VA er rotsvast van overtuigd is dat De Wever nog wel een tijdje zal meegaan, al minstens nog een tweede legislatuur in de Wetstraat 16. Intussen hebben de gebeurtenissen van de voorbije weken wel de latente vrees aangewakkerd dat ze De Wever weleens veel sneller zouden kunnen kwijtspelen aan Europa dan aanvankelijk gedacht. Iets wat overigens ook een aantal politieke concurrenten me al voorspelden.
U sprak voor dit boek met ruim zestig mensen uit De Wevers omgeving en vriendenkring, met politieke tegenstanders en analisten : in welke mate heeft u hierdoor nu ook uw eigen beeld van Bart De Wever bijgesteld ?
Ik ben hier heel onbevangen ingestapt, maar één citaat van een van mijn gesprekspartners is me na al die interviews sterk bijgebleven : ‘Er zijn maar weinig publieke figuren in België van wie het publieke imago zo contrasteert met wie hij écht is.’ Dat klopt als een bus, wat mij betreft. De principiële politicus bij uitstek is vooral ook zeer pragmatisch, de zeer harde noot om te kraken is in werkelijkheid iemand die op het persoonlijke vlak zeer conflictvermijdend is, en de kille en cynische man is net ook heel emotioneel. Bart De Wever is, daar ben ik nu nog veel meer van overtuigd dan vroeger, vooral een zeer complex persoon.

BDW De Vlaams-nationalist die Belgisch premier werd is uitgegeven bij Borgerhoff & Lamberigts .

Filip Michiels is zelfstandig journalist/auteur en schreef ruim 20 jaar voor diverse Belgische kranten, weekbladen en websites. Hij won tweemaal de Citi Persprijs voor economische journalistiek en was eenmaal genomineerd voor de Belfius Persprijs. In 2022 publiceerde hij de biografie van Bessel Kok: “Chaos & Charisma”. Hij werkt sinds 2019 voor Doorbraak en coördineert ook Doorbraak Magazine.
foto’s (c) Gazet van Hove.



