door Piet Van Nieuwvliet in ’t Pallieterke .
Een nieuwe polemiek scheurt door het Verenigd Koninkrijk : een groep van 25 universitairen (onder andere uit Cambridge, Bristol, Brighton & Sussex Medical School) publiceerde een bijdrage waarin gesteld wordt dat het verbod op seksuele verminking van vrouwen de migrantengemeenschappen stigmatiseert.

De ondertekenaars van de publicatie in de Journal of Medical Ethics vragen dat de uitdrukking ‘seksuele verminking van vrouwen’ zou worden geschrapt en vervangen worden door een meer neutrale formulering, bijvoorbeeld ‘vrouwelijke geslachtspraktijken’. Sommigen gaan zelfs zover te verwijzen naar ‘het recht’ van ouders om te beslissen voor hun kinderen. Daarmee gaan ze rechtstreeks in tegen besluiten van internationale organisaties die dit soort praktijken vroeger al bestempelden als een zware inbreuk op fundamentele rechten van vrouwen.
Een onderschatte praktijk
De cijfers spreken eigenlijk voor zich : op wereldschaal dragen ongeveer 230 miljoen vrouwen en meisjes de sporen van seksuele verminkingen. De praktijken zijn trouwens al lang niet meer beperkt tot de landen waar ze traditioneel worden uitgevoerd. In Europa zouden minstens 600.000 vrouwen met deze verminkingen door het leven moeten, naar schatting ook 190.000 minderjarigen. België, Duitsland, Frankrijk, Nederland, het Verenigd Koninkrijk : geen enkel West-Europees land is gespaard. En ondanks de juridische instrumenten wordt er slechts heel zelden vervolgd. Zo werden in het Verenigd Koninkrijk op 5 jaar tijd amper twee processen inzake seksuele verminkingen bij vrouwen gevoerd.

Het vraagstuk van deze verminkingen overstijgt het louter juridische kader : mag men in Europa nog een praktijk verbieden die objectief gezien gewelddadig is, zonder beschuldigingen te zien opduiken van etnocentrisme, en – erger nog – racisme ? Dezelfde discussie zagen we al eerder opduiken toen het ging over gearrangeerde huwelijken, over polygamie en over de zogenaamde eremoorden.


