door Redactie Pallieterke.

Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de pro-Palestijnse activist Dyab Abou Jahjah openlijk geviseerd in een tweet die zijn verleden bij Hezbollah oprakelt en hem beschuldigt van terrorisme. Abou Jahjah reageert dat de aanval bewijst dat zijn juridisch werk effectief is.

In een scherpe tweet richt het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken zijn pijlen op de pro-Palestijnse activist Dyab Abou Jahjah. Het ministerie portretteert hem als iemand die “liberale democratieën exploiteert” en verwijst naar zijn militaire training bij Hezbollah, iets wat hij zelf heeft toegegeven in een artikel van The New York Times uit 2003. Ook wordt verwezen naar zijn uitspraken over 9/11, waarbij hij een gevoel van “zoete wraak” zou hebben ervaren. In 2004, ten tijde van de Amerikaanse inval in Irak, zou Abou Jahjah dan weer hebben gezegd dat hij “elke dood van een Amerikaanse, Britse of Nederlandse soldaat als een overwinning beschouwt”.

File:Dyab Abou Jahjah.jpg
Abou Jahjah in 2008, foto (c) Wikimedia Commons

Juridisch activisme

Centraal in de Israëlische aanval staat Abou Jahjahs rol bij de Hind Rajab Foundation, de juridische tak van de March 30 Movement die hij in 2024 mee oprichtte. Volgens Israël functioneren deze organisaties als “instrumenten van juridische intimidatie tegen Israëliërs in het buitenland” en verplaatsen ze de “door Hezbollah georiënteerde confrontatie naar westerse juridische en politieke systemen”. Het ministerie bekritiseert ook het gebrek aan transparantie over de financiering van beide organisaties.

Abou Jahjah wijst de beschuldigingen van de hand. Hij stelt dat Israël “geen argumenten heeft, alleen laster en karaktermoord”. De aanval bewijst voor hem dat het juridische werk van de Hind Rajab Foundation doeltreffend is en dat er meer van nodig is. “Ik heb lang genoeg geleefd om patronen te herkennen. Ik weet wat dit is, en ik weet dat ze zullen blijven komen en zullen escaleren.” Hij benadrukt bij goede gezondheid te zijn en niet suïcidaal. “Voor de rest verandert er niets. Er moet gerechtigheid geschieden.”