Het nieuwe devies voor Brussel

COLUMN – door Luckas Vander Taelen – www.doorbraak.be

File:MR1005 Boris Dillies 2 Wikipedia.jpg
Dilliès in zijn jonge jaren – foto (c) Wikimedia Commons

Boris Dilliès, kopman van de regering in Brussel.

Misschien is de aanduiding van een eentalige minister-president in het Brusselse gewest wel een keerpunt. Een keerpunt dat Georges-Louis Bouchez, het grootlicht achter de benoeming van Boris Dilliès, zeker niet in petto had.

Voor Bouchez is het niet ondenkbaar dat hij in de toekomst zelf op het federale niveau een belangrijke functie zal innemen — als minister van Binnenlandse Zaken of premier bijvoorbeeld — zonder een woord Nederlands te spreken. Voor hem telt alleen zijn eigen macht en glorie. Wat goed is voor het land is daar zeer ondergeschikt aan.

Het had hem natuurlijk gesierd als Boris Dilliès Bouchez’ voorstel had geweigerd, met het argument dat hij de eerste landstaal niet spreekt en zichzelf daarom niet geschikt vindt om het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te leiden. Misschien heeft hij dat ook tegen Bouchez gezegd, maar die aanvaardt geen ‘neen’.

Een week geleden sprak de nieuwe minister-president voor de ogen van Brussel en de natie de enige vier woorden Nederlands die hij zich van heel lang geleden kon herinneren : ‘We zullen wel zien.’ Brussel had meteen een nieuw devies.

Geen verzet

De Vlaamse regeringspartijen werden op een ongeziene manier voor schut gezet. Dilliès was op geen enkel moment betrokken bij de onderhandelingen en werd door Bouchez als een wit konijn uit de voorzittershoed getoverd. Niet één Nederlandstalige die op het punt stond om ingezworen te worden als minister of staatssecretaris had de impuls om een spraakmakende daad te stellen : de eed niet afleggen. Het enige duidelijke antwoord op de provocatie van de MR.

Maar dat durfden Elke Van den Brandt, Ans Persoons en Dirk De Smedt niet. Zij beseften dat niemand zou begrijpen dat ze het zo lang verwachte regeerschip zouden doen kantelen in het zicht van de haven. Maar waarom was er geen korte principiële actie ?

Vlamingen slikken

Vijf minuten politieke moed tonen is blijkbaar ook in 2026 nog te veel gevraagd voor de Vlamingen. In een niet zo ver verleden slikten ze zowat alles wat er aan Franstalige kant werd voorgeschoteld. Men had kunnen hopen dat die tijd voor goed voorbij was.

De aanstelling van Dilliès en het uitblijven van een sterke Vlaamse politieke reactie deden denken aan het aantreden van Edmond Leburton, die in 1973 door de PS eerst als formateur en daarna als premier werd aangeduid. Leburton sprak ook geen woord Nederlands. Zijn kabinet moest hem groot geschreven fonetische teksten leveren die hij kon aflezen als hij een toespraak in Vlaanderen hield. Hij zou de laatste zuiver Franstalige eerste minister worden. Na hem volgden Tindemans, Martens, Dehaene…

File:Edmond Leburton, European Summit, Copenhagen, 14-15 December 1973 (cropped).jpg
Edmond Leburton – foto (c) Wikimedia Commons/EU

Karikatuur

Boris Dilliès is niet zo een karikatuur als Leburton die zich liet opmerken door overmatig drankgebruik, het dagelijks bezoeken van dure restaurants en zijn vriendschap met de Zaïrese president Mobutu. Maar net zoals Leburton de laatste eentalige premier was van België, zou Delliès door zijn gebrekkige talenkennis merkwaardig genoeg wel eens voor een ommekeer in Brussel kunnen zorgen.

Want hoewel de Vlaamse regeringspartijen in Brussel nauwelijks reageerden op zijn onkunde, werd die ruim afgekeurd. Minder door de Franstalige politieke klasse dan door de brede lagen van de bevolking. Ook de reacties in de geschreven media waren unaniem : zowel Le Soir als La Libre Belgique waren streng in hun veroordeling van het gebrek aan respect van Bouchez en Dilliès voor de Brusselse instellingen.

Frans op eerste plaats

De vernedering van de Vlamingen ging nog verder : het duurde bijna een week voor er een Nederlandstalige versie van het regeerakkoord kwam. Daarmee werd een pijnlijke Belgische traditie uit het verleden nieuw leven ingeblazen : het Frans komt op de eerste plaats.

Delliès leek te zeggen : ‘Bruxelles sera romane, ou elle ne sera pas.’ Zoals een verre voorganger van hem dat over België na de onafhankelijkheid verklaarde. Dat die vertaling niet onmiddellijk gebeurde is onbegrijpelijk. Ook daar hadden de Nederlandstaligen een punt van moeten maken.

Oh ja : hoewel dat niet meteen bleek is de regering-Dilliès volgens haar beleidsverklaring overtuigd van het goede dat meertaligheid met zich meebrengt.

De schade die de minister-president aanbrengt is bijzonder groot. Als Boris Dilliès die negatieve voorbeeldfunctie niet snel bijspijkert, kan hij niet aanblijven als hoofd van de Brusselse regering. De Vlaamse partijen kunnen niet blijven zeggen dat ‘ze wel zullen zien’…

Luckas Vander Taelen (1958) is journalist.