NIEUWS – door Pieter Bauwens – www.doorbraak.be .
Voor de ene is hij een verrader en voor de andere een held. Hugo Schiltz (1927-2006) deelt het lot van menig politicus. Twintig jaar na zijn dood is er een biografie van de voormalige Volksunie-voorzitter en vicepremier.

Het boek is niet louter een biografie, maar net zo goed een geschiedenis van de Vlaams-nationalistische politiek van de twintigste eeuw. Biograaf Eric Van de Casteele werkte twaalf jaar aan het levensverhaal van Schiltz. Een boeiend vuistdik boek, dat eindigt in 1981. We vroegen aan de auteur of er een vervolg komt, waarom het meer is dan een biografie van Schiltz en waarom het boek begint met een heel lange historische inleiding over de grootvaders van Hugo Schiltz. Is dat dan zo belangrijk om hem te begrijpen ?
Eric Van de Casteele : Dat is heel belangrijk om Schiltz te begrijpen en om zijn verhouding te begrijpen tot de verschillende strekkingen in het Vlaams-nationalisme. Het verklaart waarom hij tot het einde van zijn leven zo kritisch was over de verschillende uitingen van dat Vlaams-nationalisme. Hij kende die geschiedenis heel goed. Hij wist tot wat het extremisme in staat is. Hoe dat afweek van het humanistische-pluralistische Vlaams-nationalisme waar hij voor stond.
Schiltz wist tot wat het extremisme in staat is
Zijn historisch bewustzijn heeft er ook voor gezorgd dat hij die strekking altijd zo streng heeft bestreden. Zowel toen ze binnen de Volksunie (VU) aanwezig was als toen de extremistische strekking buiten de VU stond. Op het vlak van dat historisch besef valt Schiltz te vergelijken met Bart De Wever. Bart De Wever heeft een thesis geschreven over het Antwerpse Vlaams-nationalisme in de jaren 50 en 60. Hij is toen tot de vaststelling gekomen dat er met die extreme fractie in het Vlaams-nationalisme nauwelijks valt samen te werken. Hun stijl stoot af.

Die tegenstelling is een rode draad doorheen het boek.
Dat historisch besef tekent Schiltz. Wat hij leerde door in dat milieu op te groeien, werd later bevestigd door de boeken van Bruno de Wever over het VNV. Die familiale achtergrond bood mij ook de mogelijkheid om dat verhaal breed te situeren. Dat was absoluut noodzakelijk, omdat die strekkingen tot na het Egmontpact aanwezig zijn binnen de VU. Al was het in de buitenbaan, ze bleven serieuze druk uitoefenen op de partij. Dus wou ik ook die strekkingen en de gedachtegang van die strekkingen situeren sinds hun ontstaan.
Verschillende strekkingen van het Vlaams-nationalisme zitten in Schiltz’ stamboom.
Ja, verschillende van zijn familiale voorvaderen behoren tot verschillende strekkingen in de Vlaamse beweging, ook tot die van de katholieken van de strekking van Frans van Cauwelaert, aan moeders kant dan. Het interessante is dat Schiltz ook later regelmatig terugblikte, ook op die heel vroege periode. Hij was eigenlijk zelfs een beetje getraumatiseerd door die periode. Niet zozeer door de collaboratie, maar door de repressie, door de epuratie. Maar ook door de weg die daar naartoe had geleid. Dat wou hij nooit in zijn leven nog meemaken, omdat volgens hem het Vlaams-nationalisme zich op die manier marginaliseerde. En voor hem moest het Vlaams-nationalisme deel uitmaken van de macht om communautair iets te veranderen.
Voor Schiltz moest het Vlaams-nationalisme deel uitmaken van de macht om communautair iets te veranderen

In uw boek kiest u duidelijk partij voor de kant van Schiltz. Figuren als Karel Dillen bijvoorbeeld belichamen dan die andere, onverzoenlijke kant.
Ik ben een reformist, maar ik heb wel geprobeerd om in de ziel te kijken van die strekking. Ik maak me er niet vanaf met wat platitudes. De verschillende strekkingen heb ik zeer hard bestudeerd. Dat komt ruim aan bod. Omdat het ook interessant is te onderzoeken en mee te geven waarom mensen denken en handelen zoals ze doen. Wat drijft hen, wat zijn hun beweegredenen, hun doelstellingen, hoe kan je met hen communiceren ? En hoe verhouden die strekkingen zich tot elkaar ?
In het boek weidt u uit over de politieke actualiteit en wat er in de Vlaamse beweging gebeurt. Daardoor is dit boek meer dan een biografie, het is een geschiedenis van de politieke Vlaamse beweging van de 20ste eeuw, tot 1981.
Een moderne biografie vraagt dat je de grenzen van de persoonlijkheid overstijgt. Je plaatst je onderwerp binnen een tijdsgeest, een tijdvak. Dat is ook noodzakelijk als je een breder publiek wil bereiken. Er zijn natuurlijk veel deelstudies met goed werk van veel historici. Maar het politieke Vlaams-nationalisme van na Wereldoorlog II was nog niet echt diepgaand bestudeerd en beschreven. De meest diepgaande studie was eigenlijk nog altijd de licentiaatsthesis van De Wever.
Daaruit blijkt ook dat het Vlaanderen van de jaren 50-60 een heel ander land is.
Met tegenstellingen die wij vandaag niet meer kennen, religieus, taal, collaboratie speelt nog altijd een rol, en de strijd tussen links en rechts. Zo zie je ook één van de vernieuwingen die Schiltz bracht : de verzoening tussen het Vlaams-nationalisme en links. Dat was voor beide niet gemakkelijk. Willy Claes heeft daar een zeer belangrijke rol in gespeeld. Dat is ook het interessante van een biografie, dat je het verhaal van achter de schermen kan vertellen.
Een biografie kan het verhaal van achter de schermen vertellen

Waar je dan als biograaf het ongelooflijke voordeel hebt dat je Schiltz’ dagboeken kon gebruiken.
Zeker, ja. Ik kan niet ontkennen dat dat een enorme, belangrijke bron was. Maar je moet het allemaal kunnen ontcijferen en controleren. Daarnaast zijn ook de vele getuigen die ik sprak van onschatbare waarde. Die hebben me veel inzicht bijgebracht. Iemand als Willy Claes bracht zijn verhaal vanuit zijn standpunt en dat van zijn partij. Hoe en waarom heeft hij zijn partij overtuigd om samen met het Vlaams-nationalisme een dam op te werpen tegen de CVP ?
U plaatst Wilfried Martens en Schiltz naast elkaar in het boek. Martens die kiest voor de CVP en Schiltz die na lang twijfelen en eigenlijk ook door zijn familiegeschiedenis, toch voor de Volksunie kiest.
In alle genen van Hugo Schiltz zat er een Vlaams-nationalist, dat kan je niet zeggen van Wilfried Martens (1936-2013), toch was hij een Vlaams-nationalist en geen CVP’er omdat hij een Vlaamse deelstaat wou, al in 1962, na het VVB-congres. Wat trouwens na het federalistische programma van de VU kwam, met rechtstreeks verkiezingen van deelstaatparlementen.
Martens ging voorbij de puur partijpolitieke belangen om zijn ideaal te verwezenlijken
Ten tweede, ook heel kenmerkend voor Martens : om zijn ideaal te verwezenlijken ging hij voorbij de pure partijpolitieke belangen. Omdat Schiltz ook zo dacht, hebben die twee elkaar gevonden. Na 1981 verandert dat. Maar tot in 1981, tot het Egmontpact, voert Martens een politiek die eigenlijk niet aan de belangen van zijn partij voldoet. Hij zet eigenlijk het streven in gang van de socialisten, een deel van de liberalen, en de Vlaams-nationalisten om de macht van de CVP te breken, door de rechtstreekse verkiezing van de deelstaatparlementen. Dan konden er asymmetrische coalities ontstaan en dan kon je zelfs een anti-CVP coalitie maken.

Heeft Schiltz zich te ver gewaagd in dat Egmontpact ?
Ja, hij heeft een strategische fout gemaakt door de tweeledige gemeenschapsvorming te willen doortrekken op lokaal niveau in Brussel. Die was eigenlijk al min of meer in 1970 afgesproken op gewestelijk arrondissementeel niveau.
Het gaat dan over een staatshervorming met twee Gemeenschappen of drie Gewesten ?
Ja, maar men heeft daar een compromis tussen gevonden. Dat concept van drieledige gewestvorming gekoppeld aan tweeledige gemeenschapsvorming. Dat was minstens even goed, zo niet beter uitgewerkt in CVP-kringen. Maar het is Schiltz die het politiek mogelijk heeft gemaakt, door een deal te sluiten met André Cools. Die was voor puur drieledige gewestvorming. Schiltz wilde die tweeledige gemeenschapsvorming doortrekken in Brussel en de culturele instellingen en welzijnsinstellingen laten besturen door verkozen politici, niet meer door het middenveld.
Hij had daar wellicht goede bedoelingen mee, maar Lucien Outers (FDF) wou dat maar aanvaarden mits hetzelfde mogelijk was in de zes faciliteitengemeenten. Daardoor zou de Franse Gemeenschap ook Franstalige instellingen kunnen oprichten in die zes Vlaamse randgemeenten. Dat was volgens mij een vergissing. Naast tactische fouten en zijn verhouding met de Vlaamse Beweging die wel iets soepeler kon.

Is het feit dat dat Egmontpact uiteindelijk faalt een trauma geweest ?
Dat is natuurlijk wel een trauma voor hem geweest. En hij is het altijd blijven verdedigen, maar hij heeft er wel lessen uitgetrokken. Die fout, Brussel en de rand koppelen, heeft hij niet meer gemaakt. Én hij is absoluut blijven staan op de niet-inmenging in elkaars territorium. Dat heeft hij ook kunnen verwezenlijken. Dus dat heeft even gespeeld, maar op lange termijn is praktisch de helft van het Egmontpact, los van de financieringswet en een aantal andere zaken, tussen 1988 en 1993 uitgevoerd.
Met het Egmontpact is ook het Vlaams Blok ontstaan, een scheuring in de politieke Vlaams-nationalistische beweging.
Het heeft het momentum gecreëerd voor het Vlaams Blok. Het was de aanleiding, niet de oorzaak. Die ligt niet bij het communautaire, maar bij de ideologie en de strategie. Dat zijn de twee oorzaken. Bij het ideologische zit dat vooral in het levensbeschouwelijke en het ethische, links-rechts tegenstellingen ook.
Voor het Vlaams Blok moest de Vlaamse staat gevormd worden door confrontatie met het Belgische establishment, al dan niet met geweld

Het strategische is dat virulente antibelgicisme. Dat betekende dat je niet in dialoog ging met mensen van de overkant of met mensen die in de Belgische structuur aanwezig waren. De Vlaamse staat moest gevormd worden door confrontatie met het Belgische establishment. Een werkelijke confrontatie, al dan niet met geweld. Je moest geen communautaire stappen zetten, maar wachten op het strategische moment om de autonomie of wat dan ook uit te spreken.

Uw biografie loopt tot 1981, komt er nog een vervolg ?
We zullen zien. Maar ik heb in een slotbeschouwing wel al een voorzet gegeven. Daar staat ten eerste al in wat zijn communautaire erfenis is. En ten tweede is het ook interessant dat Schiltz het linksliberalisme al naar voren schuift in de jaren 70, aanvankelijk met een zeer sterke sociale toets. Hij is in die jaren zeer sociaal bewogen. Maar, en dat is een zeer opvallende gelijkenis met de N-VA vandaag, zeer kritisch voor de vakbonden en het sociaal overleg.
Schiltz overtuigde niet enkel de Franstaligen, maar zelfs koning Boudewijn van het nut van het federalisme
In de jaren 80 houdt Schiltz dat linksliberalisme aan. Maar wat nog moet bestudeerd worden, is in hoeverre hij dat linkse van het linksliberalisme sociaaleconomisch invult. Want in de jaren 70 stond dat ook voor inspraak, pluralisme, doorzichtigheid van besluitvorming en vrouwenrechten. Het is die links-ethische wereldbeschouwing die hem volgens mij ook in conflict bracht met de voorlopers van de N-VA.

De grote vraag die hier boven dit alles hangt is de vergelijking tussen Schiltz en De Wever.
Eigenlijk is het te vroeg om die vergelijking te maken. Ze zijn zeker niet vergelijkbaar in hun persoonlijkheid. Maar als Schiltz de belangrijkste Vlaams-nationalist was van de 20ste eeuw, dan is de Wever tot dusver de belangrijkste Vlaams-nationalist van de 21ste eeuw.
Voorlopig heeft Schiltz communautair meer gerealiseerd en moeten Bart De Wever en de N-VA zich nog bewijzen. Alleszins waren Geert Bourgeois en Jan Jambon nooit Vlaams minister-president kunnen worden zonder het doortrekken van de rechtstreekse verkiezingen van de deelstaatparlementen door Schiltz, maar ook niet zonder Martens. De vraag is of De Wever en de N-VA alsnog naar die confederale staat willen en kunnen evolueren. Ik weet niet in hoeverre men zich daarop voorbereidt.

Een groot verschil tussen de Volksunie van toen en de N-VA vandaag is dat de VU altijd zorgde voor communautaire dynamiek vanuit het Vlaams Parlement, meestal vanuit een commissie-staatshervorming. Vandaag herhaalt N-VA regelmatig dat er geen tweederdemeerderheid is. Maar waarom zoeken ze niet naar samenwerking in het Vlaams Parlement, waarom proberen ze niet om naar een communautaire consensus te streven met zoveel mogelijk Vlaamse partijen ? Missen ze de kracht van Schiltz ? Hij overtuigde niet alleen de Franstaligen, maar zelfs koning Boudewijn van het nut van het federalisme.
De biografie Hugo Schiltz, Homme hors catégorie ligt vanaf vandaag in de boekhandel of kan online besteld worden op ertsberg.be.
foto’s (c) Gazet van Hove & boek “Hugo Schiltz, Homme hors catégorie”, 2026.

