Jeroen Bergers (N-VA) : ‘De taalstrijd is echt geen Vlaams-nationalistische fetisj die aan belang verliest; het is een strijd voor basisrechten.’
Na meer dan 600 dagen onderhandelen is er een Brusselse regering. Dat de PS kan bepalen wie deel uitmaakt van de Nederlandstalige meerderheid, is al lang vergeten. Nu blijkt ook dat de nieuwe minister-president, Boris Dilliès (MR), eentalig – hoe kan het ook anders – Franstalig is. Hij is trouwens niet alleen.
Van alle Franstalige ministers in de Brussels regering is er één die een beetje Nederlands spreekt. Het dedain was nog eerder zo groot. De Nederlandstalige meerderheidspartijen (Anders, Vooruit, Groen en de verdwaalde Benjamin Dalle) zijn braaf door de knieën gegaan, hebben eens goed geslikt en gaan met een schamel postje op zak verder.

Leuk voor Dilliès dat hij aangeeft Nederlands te willen leren, maar de Nederlandstalige Brusselaars weten maar al te goed dat dat weer een uiting is van de absolute minachting voor Nederlandstaligen in Brussel, de hoofdstad van Vlaanderen. En het zal zeker niet de laatste zijn.
Het gebrek aan tweetaligheid is structureel. Bij elke Brusselse overheidsdienst worden Nederlandstaligen gemarginaliseerd. Zelfs in de meeste ziekenhuizen lukt het niet om patiënten in de taal van de meerderheid van dit land verder te helpen. Het is niet te vatten dat in de hoofdstad van een westers land, nota bene de officieuze hoofdstad van Europa, zorg in de eigen taal onmogelijk is.
Een zaak van leven of dood
Dat veroorzaakt, zonder overdrijving, levensgevaarlijke toestanden. Patiënten kunnen zorgverleners zeggen wat hun symptomen zijn, maar die verstaan hen niet altijd. Daardoor worden verkeerde diagnoses gesteld en krijgen mensen niet de hulp waar ze nood aan hebben.
Een baby van 11 maand uit de Vlaamse Rand stierf zonder dat zijn familie informatie of een doodsoorzaak kreeg
Een schrijnend voorbeeld van hoe het mis kan lopen, zit in ons collectief geheugen gegrift. Cisse, een baby van 11 maand uit de Vlaamse Rand, stierf zonder dat zijn familie informatie of een doodsoorzaak kreeg. Niet omdat er geen contact was met de hulpverleners, wel omdat zij geen woord Nederlands kenden. ‘Je hebt je kind vast en niemand kan je vertellen wat er gebeurd is’, verklaarde moeder Karolien. Het is een verhaal dat door merg en been gaat. De oorzaak ? Taalwetgeving die manifest met voeten wordt getreden.

Leve de VVB !
De Vlaamse Volksbeweging (VVB) opende daarom in maart 2025 een meldpunt waar de klachten over het niet-naleven van de taalwet worden geregistreerd. Op korte termijn werden daar meer dan 200 meldingen met vaak schrijnende verhalen gerapporteerd. De VVB ondersteunt slachtoffers van die schendingen van de taalwetgeving met juridische bijstand bij het collectief indienen van klachten tegen ziekenhuizen die systematisch weigeren de taalwetgeving na te leven.
De Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT), een orgaan belast met het toezicht op de bestuurstaalwetgeving, kreeg afgelopen jaar dan weer 354 klachten binnen over het gebrek aan tweetaligheid bij hulpverleners en overheidsdiensten, een gemiddelde van één per dag. Dat blijft een grove onderschatting. Er heerst namelijk al jaren gelatenheid en frustratie bij Brusselse Vlamingen. Waarom een klacht indienen, als er toch niets verandert ?

12-minutenregel
Tot voor kort konden inwoners van Brussel en de Vlaamse Rand daarom in geval van dringende geneeskundige hulpverlening aan de ambulancier vragen om naar een Nederlandstalig ziekenhuis te worden gebracht, in plaats van naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Op voorwaarde dat dat geen vertraging van meer dan 12 minuten zou veroorzaken.
Om onbegrijpelijke redenen werd die regeling niet tijdig bevestigd bij ministerieel besluit door minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit), waardoor de Raad van State oordeelde dat die afwijkingsmogelijkheid moet worden stopgezet.
Alhoewel de minister dat eenvoudig had kunnen oplossen, is het vooral hallucinant om vast te stellen dat sommige Brusselse ziekenhuisdirecteurs geld vrijmaken voor juridische procedures om Nederlandstalige patiënten te dwingen naar hun ziekenhuizen te komen en niet voor de organisatie van lessen Nederlands, zodat ze hun eigen wettelijk verplichtingen kunnen nakomen.
De 12-minutenregel kan een cruciaal instrument zijn in het vermijden van drama’s, maar lost het structurele probleem niet op
Mijn wetsvoorstel – dat ik tijdens de plenaire vergadering al overhandigde aan minister Vandenbroucke – verankert die afwijkingsmogelijkheid opnieuw, zodat zorg in eigen taal wordt verzekerd.
Laat het duidelijk zijn : de 12-minutenregel kan een cruciaal instrument zijn in het vermijden van drama’s, maar lost het structurele probleem niet op. Daarvoor dienen ziekenhuizen strenge rekruteringsvoorwaarden op vlak van tweetaligheid te stellen, lessen Nederlands te organiseren en dient de Brusselse regering de taalwetgeving eindelijk serieus te nemen.
Onze houding moet daarin duidelijk zijn : Vlaamse centen komen met respect, of niet meer.

Et pour les flamands la même chose
Met de gestage verengelsing van onze maatschappij heeft iedereen baat bij een helder regelgevend kader dat wordt nageleefd. De medische directeur van UZ Brussel, dr. Steven Raeymaeckers, maakte geheel terecht de volgende analogie : stel dat medische zorg in Brussel straks ook niet meer in het Frans maar (in het beste geval) in gebroken Engels plaats zou vinden. De Franstaligen zouden – geheel terecht trouwens – op hun achterste poten staan.
Zolang het probleem zich alleen bij Nederlandstaligen voordoet, valt het blijkbaar allemaal wel mee. Vlamingen blijven in Brussel tweederangsburgers, zowel op politiek vlak als in elke vorm van dienstverlening. Het adagium is meer dan een eeuw oud, maar gaat nog altijd op : ‘Et pour les flamands la même chose.’
De taalstrijd is echt geen Vlaams-nationalistische fetisj die aan belang verliest, maar een strijd om basisrechten.

Jeroen Bergers is Kamerlid voor N-VA. Hij is ook schepen in het Vlaams-Brabantse Vilvoorde en nationaal voorzitter van Jong N-VA.
foto’s (c) Gazet van Hove.

