25 jaar Pro Flandria
NIEUWS – door Filip Michiels – www.doorbraak.be .

Nu N-VA zowel Vlaams als federaal aan de knoppen zit, zou een staatshervorming echt de ambitie moeten zijn.
Hoe verzekeren en verankeren we de Vlaamse welvaart ook in de komende decennia ? Pro Flandria, een uitgesproken Vlaamsgezinde netwerkorganisatie van academici en ondernemers, legde die vraag voor aan enkele specialisten. Hun bijdragen werden gebundeld in een prikkelend boek met een duidelijke rode draad : we wentelen ons in Vlaanderen al decennialang in middelmatigheid. Maar met de uitdagingen die nu op tafel liggen, kunnen we ons dat niet langer veroorloven.

Nu zondag mag pro Flandria in Leuven, in het bijzijn van onder meer Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA), 25 kaarsjes uitblazen. Zo’n verjaardag verdient een boek dat terug- én vooruitblikt. In Het geslaagde maar geplaagde Vlaanderen doen een aantal specialisten dat met verve, waarbij ze stilstaan bij een vijftal voorname maatschappelijke uitdagingen. Gaande van het energiebeleid over het onderwijs tot de nood aan een nieuwe staatshervorming en meer fiscale autonomie. De coördinatie van het boek was in handen van Stefaan Huysentruyt. Hij was, na een stevige journalistieke carrière bij De Tijd, ook nog een tijdlang aan de slag in de coulissen van de Vlaamse, federale en Brusselse politiek. Van bevoorrecht waarnemer tot mittspieler achter de schermen, zeg maar. En dus ook geknipt voor een interview.
De titel van dit boek is even veelzeggend als intrigerend : helt de balans vandaag voor u over in de richting van het geslaagde of moeten we toch eerder spreken van het geplaagde Vlaanderen ?
Stefaan Huysentruyt : Ik denk dat er voor beide wel iets te zeggen valt. Vlaanderen heeft zich de voorbije decennia echt op de kaart gezet als een topregio, maar tegelijk moeten we heel goed beseffen dat het ook snel weer de verkeerde richting kan uitgaan. We moeten onze welvaart dus verankeren. Bijvoorbeeld door niet enkel in te zetten op start-ups, maar die ook vaker te doen doorgroeien tot grotere groeibedrijven. En zo liggen er in heel wat cruciale domeinen tal van grote uitdagingen op tafel.
Ik ben er rotsvast van overtuigd dat we die enkel maar efficiënt kunnen aanpakken via een nieuwe staatshervorming. Vandaag rijden we ons in heel wat domeinen vast. Met een partij als N-VA, die sinds kort niet langer meer alleen op Vlaams maar nu ook op federaal niveau echt aan de knoppen zit, zou zo’n staatshervorming toch wel dé ambitie moeten zijn. Want dit is voor mij wel duidelijk : we krijgen dit land niet meer op orde zonder een nieuwe staatshervorming.

De lijst met uitdagingen is lang, maar wat moet voor u nu echt de hoogste prioriteit krijgen ?
Het zijn stuk voor stuk belangrijke werven, maar ik denk toch dat we in eerste instantie ons energiebeleid moeten aanpakken. De oorlog met Iran toont nog maar eens aan hoe kwetsbaar we zijn op dat vlak. Als we niet opletten, stevenen we op termijn echt op een collectieve verarming af. We moeten voor onze energievoorziening minder afhankelijk worden van andere landen, en de investeringen die we daarvoor moeten doen, zullen zichzelf op termijn gewoon ook terugbetalen.
We moeten er over waken dat de energietransitie haalbaar blijft en onze concurrentiepositie niet ondermijnt
Concreet : we moeten blijven inzetten op groene energie én op verdere elektrificatie, ook in het bedrijfsleven. Maar tegelijk moeten we er over waken dat die transitie haalbaar blijft en onze concurrentiepositie niet ondermijnt. Bovendien moeten we beseffen dat wind- of zonne-energie enkel maar een valabele optie zijn in combinatie met kernenergie.
Last but not least zou het beleid ook meer moeten inzetten op strengere energienormen voor de woningen. Daar valt immers de grootste efficiëntiewinst te halen. Ik besef dat dat voor heel wat mensen nu onbetaalbaar is, maar dan is het aan de politiek om daarvoor een model te ontwikkelen waardoor het wél mogelijk wordt. Bijvoorbeeld via een terugverdienmodel, waarbij de overheid zelf aanvankelijk het geld voorschiet.

Opvallend : de noodzaak van een verdere staatshervorming keert meermaals terug in het boek. Sommigen lijken er intussen nochtans van uit te gaan dat die ofwel niet meer nodig ofwel politiek niet meer haalbaar is ?
Willen we de begroting ooit nog op orde krijgen, dan is zo’n nieuwe staatshervorming absoluut noodzakelijk. En let wel : dat zal een staatshervorming zijn waar de deelstaten ditmaal niet financieel beter van worden. Maar het grote probleem in dit land is vandaag natuurlijk dat er de voorbije decennia zoveel grendels werden ingebouwd dat het hele systeem eigenlijk muurvast zit. En zeg eens : waarom zouden de Franstaligen instemmen met zo’n nieuwe staatshervorming ? Zij hebben daar immers bitter weinig bij te winnen.
De overtuiging dat dit land de voorbije decennia al best ver opgeschoven is in de richting van een echte federale staat wordt in dit boek vakkundig onderuit gehaald. Volgens het centenboekje 2026 van Vlaams minister van Begroting en Financiën Ben Weyts (N-VA) maken de federale dotaties in 2026 nog altijd 57 procent uit van de in totaal 60,9 miljard aan Vlaamse ontvangsten. De conclusie is dan ook helder : zo’n nieuwe staatshervorming moet vooral gaan over meer fiscale autonomie én de bijhorende financiële verantwoordelijkheid voor de deelstaten ?
Hoe kan je ooit orde op zaken stellen als je niet verantwoordelijk bent voor je eigen centen ? En eerlijk : de Vlaamse regering moet nu misschien ook wel wat besparen, maar tegelijk zit er in Vlaanderen ook best nog wel wat vet op de soep. Toegegeven, weinig politici voelen zich geroepen dat vet van die soep te halen als het niet strikt noodzakelijk is. Niet voor niets halen we in het boek een twaalf jaar oude uitspraak aan van econoom Geert Jennes.
Hoe kan je ooit orde op zaken stellen als je niet verantwoordelijk bent voor je eigen centen ?
‘Dotaties verbreken de band tussen de belastingbetaler, de kiezer en de gebruiker van publieke goederen, terwijl dat alles bij eigen belastingheffing samenvalt.’ Het huidige dotatie-federalisme in dit land gaat daar natuurlijk regelrecht tegenin. En we kunnen perfect de hele sociale zekerheid naar de regio’s overhevelen zonder meteen al in een separatistisch scenario te belanden.

De regio’s zullen maar geneigd zijn om zelf ook de tering naar de nering te zetten als ze zelf meer verantwoordelijk zijn voor hun inkomsten én uitgaven, maar tegelijk is Vlaanderen op budgettair vlak natuurlijk wel de beste leerling van de Belgische klas ?
Absoluut. In Vlaanderen zit er effectief nog wel wat vet op de soep, maar in Brussel is het oneindig veel erger. Ik heb ooit op een Brussels kabinet gewerkt, en het is onwaarschijnlijk hoe er in het Brussels Gewest de voorbije jaren met geld gesmeten werd. Er is nog werk aan de winkel in Vlaanderen, maar op een schaal van efficiëntie scoort het Vlaams gewest in België nog altijd moeiteloos het best.
Pro Flandria-voorzitter John Dejaeger toont zich in zijn voorwoord eerder pessimistisch over de voorbije 25 jaar. Hij verwijst daarbij bijvoorbeeld naar de vijf resoluties van het Vlaams Parlement die in 1999 werden aangenomen en die nog altijd op concrete uitvoering wachten. ‘Een bewijs van het kortetermijndenken van Vlaamse politici’, klinkt het. Bent u het met hem eens ?
Ik heb zelf flink wat jaren in de coulissen van de politiek meegedraaid, en kan dat kortetermijndenken ergens wel begrijpen. Politici willen immers liefst ook herverkozen worden. De weg van punt A naar punt B is in de politiek doorgaans zeer kronkelig. Een rechte lijn, dat werkt haast nooit, en dat kan voor de buitenwereld vaak onbegrijpelijk overkomen.
De vaststelling van John Dejaeger dat er van die vijf resoluties bitter weinig in huis gekomen is, klopt natuurlijk wel, maar ik vrees dat ik ook hier het systeem moet inroepen. Vlaamse politici botsen daar constant op, de bestaande grendels maken hen niet zelden behoorlijk machteloos.

Als dit land eigenlijk niet meer werkt, dan wordt het haast onmogelijk om de radicale ingrepen die absoluut noodzakelijk zijn ook echt door te voeren ?
Ik vrees dat dat klopt. Ik denk en hoop dat Bart De Wever wel iets in het achterhoofd heeft, maar zelf zie ik het voorlopig niet. Ook de voorbije decennia waren grote crises de bijna noodzakelijke aanzet om in dit land echt iets in beweging te krijgen. Ik sluit niet uit dat dat in de toekomst opnieuw het geval zal zijn.

Hebben de Vlaamse partijen het Vlaamse niveau de voorbije decennia zelf wel voldoende ernstig genomen, en hebben ze niet te veel kansen laten liggen ? Vaak leek een Vlaams ministerschap bijna een troostprijs voor politici die federaal uit de boot waren gevallen ?
Met die analyse ben ik het grotendeels eens. Het waren niet altijd de sterkste figuren die naar de Vlaamse regering werden gestuurd. En we moeten eerlijk zijn : mocht Bart De Wever vandaag de Vlaamse regering leiden, dan zou die ongetwijfeld ook meer impact hebben.
In de voorbije 25 jaar was er wellicht geen Vlaamse regering die meer invloed heeft gehad dan die geleid door Yves Leterme
Wanneer ik terugblik op de voorbije 25 jaar, dan stel ik vast dat er wellicht geen Vlaamse regering was die meer invloed heeft gehad dan die geleid door Yves Leterme (CD&V). Omdat Leterme zijn mandaat als minister-president ook gebruikte – al was het maar om zich te profileren – als een opstap en hefboom naar de federale regering toe. Zo heeft hij toch wel wat dingen in beweging gekregen. Huidig Vlaams minister-president Diependaele is veel meer een goede beheerder, en dat is wellicht ook de opdracht die hij van Bart De Wever kreeg.

Pro Flandria zet zichzelf in de markt als een uitgesproken pro-Vlaamse netwerkorganisatie van academici en ondernemers, maar is de ‘Vlaamse reflex’ in die kringen niet vaak opvallend klein ?
Ik denk dat die pro-Vlaamse houding in ondernemerskringen breder gedragen is dan ze uitgedragen wordt. Ondernemers moeten met iedereen door een deur kunnen en willen vooral niemand al te fors voor het hoofd stoten. Maar laat ons toch ook niet de macht en invloed van pakweg het Vlaamse ondernemersnetwerk Voka onderschatten.
Amper 20 procent van de Vlaamse bedrijven – onder meer Lotus Bakeries, Soudal of Katoennatie – tekenen vandaag voor zomaar eventjes 90 procent van de toegevoegde waarde. Die zogenaamde ‘superster-ondernemingen’, met in hun kielzog een breed netwerk van innovatieve kmo’s, vormen de ruggengraat van de Vlaamse economie. Zet de politiek daar strategisch wel voldoende op in, zeker nu onze industriële toekomst op het spel staat ?
Ik denk dat een partij zoals N-VA dat belang absoluut inziet; voor andere partijen – ik denk dan concreet aan Vooruit – ben ik daar niet zo zeker van. Die partij heeft de verdienste dat ze iemand als Georges-Louis Bouchez enigszins in bedwang houdt binnen de federale regering, maar als het over de industriële toekomst van Vlaanderen gaat, is het toch een ander verhaal. Maar u heeft natuurlijk gelijk : te weinig mensen beseffen hoe extreem belangrijk een beperkt aantal bedrijven, en dan zeker de Antwerpse chemiecluster, is voor de welvaart en de toekomst van Vlaanderen.

Axel Buyse – zelf ooit de hoogste diplomatieke vertegenwoordiger van Vlaanderen bij de EU – houdt in het boek ook een interessant pleidooi voor een assertiever Vlaams buitenlandbeleid. In concreto : een veel grotere Vlaamse inbreng in het EU-beleid dat almaar meer tot binnenlands beleid evolueert. Hebben we ook die trein dan gemist ?
Het Europese project is ooit vanuit een soort idealisme gestart : nooit meer oorlog op Europese bodem, een betere Europese integratie, noem maar op. Vandaag is ook dat project helaas gebetonneerd in een administratie die zich vooral laat opmerken door haar wereldvreemdheid en door de groeiende afstand met de Europese burger. Maar er zijn inderdaad parallellen met het gebrek aan Vlaamse assertiviteit naar het federale niveau in eigen land toe.
Vlaanderen zou ook op Europees vlak veel meer kunnen wegen, maar we eisen die rol niet op
Vlaanderen zou ook op Europees vlak veel meer kunnen wegen, maar we eisen die rol niet op, we staan onvoldoende op onze strepen. Terwijl Europa nochtans cruciaal is voor Vlaanderen : we staan in voor zowat 80 procent van de totale Belgische export, en twee derde daarvan gaat naar EU-landen. En geloof me vrij : het is geen kwestie van een gebrek aan middelen, het is vooral zaak om politiek meer door te duwen.

Filip Michiels is zelfstandig journalist/auteur en schreef ruim 20 jaar voor diverse Belgische kranten, weekbladen en websites. Hij won tweemaal de Citi Persprijs voor economische journalistiek en was eenmaal genomineerd voor de Belfius Persprijs. In 2022 publiceerde hij de biografie van Bessel Kok: “Chaos & Charisma”. Hij werkt sinds 2019 voor Doorbraak en coördineert ook Doorbraak Magazine.
foto’s (c) Gazet van Hove.

