COLUMN – door Jan Denys – www.doorbraak.be .

Kijk naar de westerse populaire cultuur en je ziet twee soorten opa’s. Aan de ene kant is er de nostalgische familieman : pijp in de mond, zittend in een schommelstoel bij de haard, klaar met wijze raad en sterke verhalen van vroeger. Aan de andere kant zien we de ‘hyperactieve gepensioneerde’ : de vitale senior die met de camper Europa avontuurlijk doorreist, musea platloopt of een nieuwe taal leert.

Wat opvalt, is dat in beide scenario’s de opa vooral aan het consumeren is of vrijwilligerswerk doet. De heersende idee is duidelijk: vaders en moeders zwoegen op de werkvloer, worden uitgeperst als citroenen, terwijl opa’s en oma’s definitief van hun rust kunnen genieten. 

Maar klopt dat idyllische plaatje wel ?

Werkende opa’s

Tegenstanders van langer werken schetsen vaak een somber beeld. Een werkende opa of oma ? Dat zou het bewijs zijn van een dolgedraaide maatschappij. Het argument klinkt bekend: als zestigers door het terugschroeven van het brugpensioen, het optrekken van de pensioenleeftijd en de strengere loopbaaneisen langer moeten doorwerken, kunnen ze niet meer op de kleinkinderen passen. Gevolg ? De jongere generatie – die toch al in het spitsuur van het leven zit – raakt overspannen, de work-lifebalans stort in, de burn-out lonkt. Tot overmaat van ramp lokken de populaire flexi-jobs de gepensioneerden nóg meer naar de werkvloer. Schande.

Het is een krachtig narratief, maar historisch en cijfermatig houdt het geen stand.

De waarheid is dat de werkende opa absoluut geen modern complot is van kapitalisten om bij de werkenden de citroen nóg verder uit te persen. Integendeel : het is altijd de standaardbiografie geweest. In alle westerse landen was het historisch gezien volkomen normaal dat mannen nog jarenlang aan de slag waren nadat ze voor het eerst grootvader werden.

Nieuw : werkende oma’s

De cijfers spreken voor zich. In 2015 werd een Belgische man gemiddeld op zijn 56ste opa – vrouwen op hun 53ste. De gemiddelde uittredeleeftijd lag op 60 jaar voor mannen, enkele jaren eerder voor de vrouwen. Hoewel we nu op iets latere leeftijd grootouder worden, stromen mannen vandaag gemiddeld pas uit rond hun 62ste – vrouwen rond hun 60ste. België is daarmee geen buitenbeentje. We vinden dit patroon in alle ontwikkelde staten terug.

Kortom : opa’s hebben áltijd al gewerkt. Wat wél echt nieuw is ? De werkende oma. En dat verandert de dynamiek volledig. Net als jonge ouders staan nu ook grootouders voor een boeiende nieuwe uitdaging : het vinden van hún perfecte work-lifebalans.

Laten we bovendien niet vergeten dat we massaal ouder worden én langer gezond blijven. Een 65-jarige man heeft vandaag nog gemiddeld twintig levensjaren voor de boeg; een vrouw zelfs ruim tweeëntwintig jaar. Werken tot de allerlaatste snik ? Dat is er bijna nooit bij. En wie dat wél doet, kiest daar meestal bewust voor. 

Vrije keuze

Het is hoog tijd om ons beeld van de ‘grootouder’ te moderniseren. Ze zijn er in alle maten en gewichten : van actieve, gepassioneerde professionals tot levensgenieters die het rustiger aan doen voor hun hobby’s of de zorg voor anderen. Doorwerken hoeft geen straf te zijn, zolang het maar een vrije keuze blijft die bijdraagt aan een betaalbare verzorgingsstaat. Het hoeft ook geen nieuwe morele norm te worden. Er is niks mis met niet te werken. Zeker niet als gepensioneerde.

Werken als senior is niet langer een taboe, maar een waardevolle, energieke kans om betekenisvol te blijven

Werkende opa’s zijn dus helemaal niet nieuw. Wat wel relatief nieuw is, is actief blijven op de arbeidsmarkt ook ná het officiële pensioen. Tot voor kort werd dat moreel afgekeurd – in het begin van deze eeuw werd werken na je pensioen door de vakbonden zelfs nog ‘immoreel’ genoemd, omdat het banen van jongeren zou afnemen. 

Die tijd ligt definitief achter ons. De erfenis van de crisisjaren ’70 is ingelost en de dynamiek op de arbeidsmarkt is gekanteld. Werken als senior is niet langer een taboe, maar een waardevolle, energieke kans om betekenisvol te blijven. 

Vitaal en vergrijsd

De werkende grootouder is geen symbool van een doorgedraaid systeem, maar de motor van een vitale, vergrijzende samenleving. Het is stilaan tijd om ook dat verhaal te vertellen.

In Nederland wordt de potentiële beroepsbevolking standaard gedefinieerd tussen de leeftijdscategorieën 15 en 75 jaar. Ook de Europese Unie hanteert dit als standaard. Hoewel de gegevens ook voor België beschikbaar zijn, worden ze nooit gepubliceerd – ook niet in Vlaanderen.

Misschien is het geen toeval dat in het meest vergrijsde land ter wereld, Japan, de grootvader in de populaire cultuur veel minder stereotiep wordt weergegeven. Je vindt er naast de traditionele familieman ook voormalige krijgers die nog steeds verrassend harde klappen kunnen uitdelen aan de jongeren, excentrieke mentors of uitvinders en ondeugende perverten. Denk vooral niet dat ‘Benidorm bastards’ een origineel idee was.

Jan Denys – Volgt sinds 1983 de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Eerst op de KULeuven als wetenschappelijk medewerker, later bij Randstad en sind eind 2024 als zelfstandig expert. Hij is sinds 2015 lid van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid.

foto’s (c) Gazet van Hove.