
door Redactie Politiek ’t Pallieterke .
Nu de populariteit van eerste minister Bart De Wever (N-VA) hoge toppen scheert, zijn er niet veel toppolitici die de hoop koesteren om zich de komende jaren voor te bereiden op een passage in de Wetstraat 16. Ook al omdat het een weinig benijdenswaardige functie is geworden. Er moeten verschillende partijbelangen worden verzoend. Vroeger was de interesse voor het premierschap toch groter.
“Tot een week voor de verkiezingen dachten we echt dat we zouden winnen. De kanseliersbonus moest er komen. Het werd een koude douche.” Dat is het verhaal van een ex-Open Vld’er/Anders-parlementslid dat in 2024 samen met de top van de Vlaamse liberalen campagne aan het voeren was. De parlementsverkiezingen van 9 juni 2024 konden volgens premier Alexander De Croo en zijn entourage niet verloren worden. Alleen al omwille van het premierschap zou de partij goed scoren. Het draaide dus anders uit.
Bij Open Vld is men blijkbaar vergeten dat er de voorbije 40 tot 45 jaar amper drie keer sprake is geweest van een kanseliersbonus die bij verkiezingen kon worden ‘geïnd’. In 1985 kreeg Wilfried Martens (CVP) het mandaat om het rooms-blauwe herstelbeleid verder te zetten. In 1995 gold hetzelfde voor diens partijgenoot Jean-Luc Dehaene. Het doel was toen België te kunnen laten toetreden tot de Europese Muntunie. Guy Verhofstadt (VLD) kon het – achteraf desastreuze – paarse beleid in 2003 verderzetten. Al was dat zonder de groenen en was de overwinning te danken aan een versterking van de socialisten met Steve Stevaert. Dit zijn eigenlijk drie uitzonderingen. Meestal krijgt de uittredende premier een pak slaag.

Steeds complexere coalities
Het is zoals Bart De Wever zei nog voor hij premier werd : je stapt de Wetstraat 16 binnen en als je vertrekt, ligt de score van je partij op 16 procent. Kortom, een eerste minister maakt zijn eigen partij kapot omdat hij compromissen moet sluiten in steeds complexere coalities, en onpopulaire maatregelen moet nemen. De verschillende partijbelangen proberen te verzoenen, is politiek zeer pijnlijk.
Dat kan de reden zijn waarom er steeds minder politici in een campagne er openlijk voor uitkomen dat ze voor het premierschap gaan. Bovendien is Bart De Wever nu zeer populair. Los van het feit dat hij een goede debater is : wie wil zijn plaats innemen ? De hoge score van de eerste minister kan natuurlijk een tijdelijk fenomeen zijn. Nu krijgt hij wellicht goede punten omwille van de hervormingstrein die op de rails is gezet (pensioenen, arbeidsmarkt, kernenergie,…). Hij gedraagt zich als de kalme staatsman die bijna misprijzend neerkijkt om de profileringsdrang van de partijvoorzitters. Maar zal dat blijven duren ? Het positieve imago kan keren als De Wever een regering met loden schonen moet leiden die tussen nu en 2029 niet verder raakt dan wat gerommel in de marge.
Geen nieuw Leterme-Verhofstadt-duel
Dan zou het kunnen dat men zegt “Wie gelooft die mensen nog ?”, als De Wever beweert dat er hard wordt gewerkt. Een echo van de manier waarop de christendemocraat Yves Leterme zich vanaf 2004 in de markt zette als tegenstander en alternatief voor Guy Verhofstadt. Het premierschap van Leterme was dramatisch, maar dat staat los van de reden waarom de vergelijking hier wordt gemaakt.

Zelfs als De Wever aanmoddert en van zijn pluimen laat, dan betekent dat nog niet dat er een uitdager of uitdaagster klaar staat. Het is geweten van Georges-Louis Bouchez dat hij ooit eerste minister wil worden. Maar zolang de MR-voorzitter geen Nederlands spreekt, is dat onmogelijk. Sophie Wilmès zit in de wachtkamer voor het geval de desastreuze MR-peilingen bewaarheid worden. Maar heeft ze nog interesse ? En moet ze zich dan profileren als uitdager van de premier van een regering waarmee haar partij samenwerkt ?
Magnette te lachwekkend als kandidaat
Als er de voorbije jaren toch politici waren met Wetstraat 16-ambities, dan waren het vooral Franstaligen, voor een deel uit belgicistische overtuiging. Het wordt vaak vergeten dat er na Edmond Leburton (PS) in 1974 geen Franstalige eerste minister is geweest tot 2011. Men kan misschien de korte passage van Paul Vanden Boeynants (PSC) meetellen in 1978, maar was dat was eerder een klassieke tweetalige Brusselaar. Met Elio Di Rupo in 2011 en Charles Michel in 2014 was er weer een Waalse eerste minister. Zij voelden zich goed in die functie. Ze namen graag plaats naast de Belgische driekleur.

En bij de verkiezingen van 2014 en 2019 konden ze geen kanseliersbonus verzilveren, maar ze werden electoraal ook niet weggevaagd of zwaar afgestraft. Dat zou Franstalige politici ertoe moeten aanzetten om toch meer interesse te tonen in de Wetstraat 16. Zoals hierboven gezegd, ligt dat voor de Franstalige liberalen moeilijk, voorlopig toch. Maxime Prévot van Les Engagés zou het misschien ook graag doen.
Staatsman
Maar voor hem is er naast het probleem dat hij in een regering zit met Bart De Wever ook het feit dat zijn partij te klein is. In 1991-92 werd PSC’er Melchior Wathelet sr. kortstondig formateur. Met steun van het Hof, want hij was tweetalig. Alleen woog zijn partij niet zwaar genoeg en werd hij vooral in het veld gestuurd om te mislukken. Dat was toen het plan van CVP-voorzitter Herman Van Rompuy. Eigenlijk wou men het terrein voorbereiden voor Jean-Luc Dehaene.
Op die manier blijft er enkel bij de PS mogelijk een kandidaat-uitdager voor Bart De Wever over. Dat zou dan Paul Magnette moeten zijn. De PS-voorzitter zal dan verschillende hinderpalen moeten overwinnen. Het is nog veraf, maar de PS moet dan in Wallonië een betere score halen dan de N-VA in Vlaanderen. Ten tweede moet de mogelijkheid bestaan om een regering te vormen zonder de N-VA. Die kans zal klein zijn, tenzij men de neocommunisten van PVDA/PTB aan boord neemt.
Tenslotte moet Magnette zich als een soort van staatsman in de markt zetten. En niet zoals hij nu doet : een combinatie van links populisme, travaillisme en een stedelijk bobo-profiel. Zijn betoog is opportunistisch en niet ernstig. Het komt wat lachwekkend over dat zo iemand ooit premier zou kunnen worden. Bovendien blijft hij de fel geplaagde Spaanse premier Pedro Sánchez achternahollen. Ook dat is een nadeel. Neen, Bart De Wever moet niet snel voor concurrentie vrezen.

foto’s (c) Gazet van Hove.

