door Luckas Vander Taelen – www.doorbraak.be .

| Titel | Het mysterie van Albert I |
|---|---|
| Auteur | Johan Op de Beeck |
| Uitgever | Horizon |
| ISBN | 9789464104585 |
| Onze beoordeling | |
| Aantal bladzijden | 288 |
| Prijs | € 24,99 |
In ‘Het mysterie van Albert I’, een ‘historische thriller’ gaat Johan Op de Beeck op zoek naar de verborgen waarheid over de dood van de derde Belgische koning. Die zou op 18 februari 1934 om het leven gekomen zijn bij een dramatische val van de steile rotsen van Marche-les-Dames, bij Namen. Albert was een geoefende klimmer en meteen werd zijn dood als een ‘klassiek alpinistenongeluk’ bestempeld.
De emotie bij het publiek was enorm. Albert had tijdens de Eerste Wereldoorlog een onverwoestbare reputatie opgebouwd door niet van zijn troepen aan het IJzerfront te wijken. Zijn begrafenis werd door naar schatting twee miljoen Belgen bijgewoond.
Maar zoals dat gaat met de dood van bekende en verafgode mensen, van Marilyn Monroe over JFK tot Michael Jackson, de officiële versie werd snel in vraag gesteld. Was hij vermoord door de Duitsers, die wraak zochten voor hun nederlaag in de loopgravenoorlog, of door een jaloerse liefdesrivaal ? Want over het amoureuze leven van Albert deden vele geruchten de ronde …

Het is een goede keuze van Op de Beeck om een gefictionaliseerd verhaal te vertellen. De auteur schreef een reeks indrukwekkende historische werken over Napoleon, Lodewijk XIV en Leopold II. Maar een non-fictiewerk over de dood van Albert I zou niet veel meer opleveren dan een lijst van moeilijk te bewijzen theses. Daarom is zijn manier van vertellen vruchtbaarder. Niets van wat hij vertelt, is met zekerheid aan te tonen. Bijna een eeuw later zijn er geen getuigen meer en omdat het onderzoek snel en vooral slecht is gevoerd zijn er geen vergeten archiefstukken die een nieuw licht zouden kunnen werpen op de tragische dood van de vorst.
Privédetective
Op de Beeck voert een fictief personage op, een oud-strijder van de Groote Oorlog die geschokt is door de dood van Albert en werkt als privédetective. Die Romain Goethals is zeer geloofwaardig. Dat is niet verwonderlijk, omdat de auteur zelf een grootvader had die vier jaar in de loopgraven heeft gevochten en net als alle frontsoldaten een heilige verering had voor ‘le roi-chevalier’.

Van bij het begin van zijn onderzoek stoot Goethals op tegenstrijdigheden en nalatigheid in het officiële onderzoek. Zo werd een bebloede bril gevonden op de plek van het ongeluk, maar niet de alpinistenbril die de koning bij elke beklimming droeg. Getuigen hadden in de omgeving een schot gehoord, maar dat werd niet onderzocht. Over de positie van Alberts lijk aan de voet van de rots bestaan er drie zeer uiteenlopende versies. Er werd bovendien nooit een reconstructie gedaan van het ongeluk, noch een lijkschouwing uitgevoerd. Daardoor kon niet besloten worden dat de hoofdwonden van de koning wel degelijk het gevolg waren van een val …
De lezer ontdekt dat er met recht en reden getwijfeld kan worden aan de versie van het ongeval die de regering verspreidde
Met Goethals ontdekt de lezer dat er met recht en reden getwijfeld kan worden aan de versie van het ongeval die de regering met veel ijver en weinig onderzoek verspreidde: het dramatische einde van de koning door een val van de ‘fatale rots’ paste perfect in de hagiografie van Albert.
Op de Beeck aarzelt ook niet om het te hebben over de evolutie van het politieke denken van Albert na de oorlogsjaren. In de dertiger jaren stond hij sterk onder de invloed van de tijdsgeest en zijn kabinetschef Wotton, die een meer autoritaire rol en inmenging van de vorst voorstond. Het is goed dat ook in herinnering te brengen en zo een deel van het antwoord te geven op de vraag of Albert zich anders zou gedragen hebben dan zijn zoon Leopold III tijdens de Tweede Wereldoorlog en ons land geen koningskwestie gekend zou hebben.

Franse offensieven
Op de Beeck brengt vooral de onafhankelijke koers van Albert I in herinnering, toen hij tijdens de oorlog weigerde suïcidale en zinloze offensieven op te leggen aan zijn soldaten, zoals de Fransen en de Engelsen dat deden. Albert werd bijgestaan door een zeer intelligente staf die durfde ingaan tegen de druk van hun bondgenoten. Bondgenoten die uiteindelijk honderdduizenden soldaten de dood injaagden. Die moedige houding van Albert redde vele Belgische levens.
Zonder de afloop van deze boeiende thriller te onthullen, is het duidelijk dat de dood van de koning in elk geval niet het gevolg was van een ‘klassiek alpinistenongeluk’, maar wel degelijk alles te maken had met zijn houding tijdens de oorlog. Het mysterie van Albert I gebruikt fictionele elementen om zeer overtuigend de hoogstwaarschijnlijke historische waarheid bloot te leggen, zonder in complottheorieën te vervallen. Dat is de niet-geringe verdienste van Op de Beeck. Het levert in ieder geval een bijzonder leesbaar boek op.

Luckas Vander Taelen (1958) is journalist.
foto’s (c) Gazet van Hove – cover : koninklijk paleis in Brussel.

