NIEUWS – door Jan Fabry – www.doorbraak.be .

Waalse taalgrensgemeenten houden zich niet strikt aan de Bestuurstaalwet. Dat blijkt uit een nieuwe studie aan de Universiteit van Antwerpen van David Vandekerkhove, N-VA-schepen in Ronse. ‘Zolang die wetgeving er is, moeten we eigenlijk van alle Vlamingen verwachten dat ze hun rechten ook opeisen. Maar het beste zou zijn dat de taalfaciliteiten gewoon overal worden afgeschaft.’

Vandekerkhove onderzocht 10.168 officiële communicatie-uitingen van zes taalgrensgemeenten (Vlaamse zijde : Ronse, Spiere-Helkijn en Voeren. Waalse zijde : Moeskroen, Komen-Waasten en Vloesberg.) tussen 2020 en 2025. Het meest frappante voorbeeld kwam uit Moeskroen : ‘De gemeente Moeskroen zegt zonder schroom dat zij tijdens deze coronapandemie niet in het Nederlands heeft gecommuniceerd. Dat is gewoon een slag in het gezicht van de Vlamingen.’

Bestand:Mouscron JPG01.jpg
stadhuis Moeskroen – foto (c) Wikimedia Commons

De Bestuurstaalwet van 1966 regelt in België de officiële taal die overheden en overheidsdiensten moeten gebruiken. In een aantal gemeenten gelden zogenaamde ’taalfaciliteiten’ : in deze gemeenten zijn gemeentelijke diensten verplicht de andere taal te gebruiken dan de officiële taal van dat taalgebied als burgers daar om vragen. In een aantal gemeenten met een belangrijke taalminderheid werden taalfaciliteiten ingevoerd. Over de zin en onzin van faciliteiten vloeit geregeld inkt omdat die vandaag nog altijd leidt tot onenigheden tussen Frans- en Nederlandstaligen.

Vlaamse en Waalse aanpak verschillen

Maar Vandekerkhove brengt niet alleen slecht nieuws : ‘De situatie in Vloesberg is de laatste jaren aan het verbeteren. Dat heeft vermoedelijk te maken met de nieuwe samenstelling van de coalitie.’ Toch is de algemene trend duidelijk : ‘Als we gaan onderzoeken en vergelijken, dan valt toch op dat de onderzochte Waalse taalgrensgemeenten veel slechter scoren dan de Vlaamse. Eigenlijk is de Vlaming veel consequenter in het toepassen van de taalwetgeving dan Wallonië, met weliswaar een paar uitzonderingen.’

De Vlaming is veel consequenter in het toepassen van de taalwetgeving dan Wallonië, met weliswaar een paar uitzonderingen

Nochtans staat de taalwetgeving vooral in Vlaanderen onder druk : ‘We zien ook welke financiële en maatschappelijke kosten daaraan verbonden zijn om die toe te passen. Verder voelen wij dat Vlamingen worden weggezet als rabiate nationalisten, die iets tegen de Franse taal hebben. Wij zijn wel degenen die consequent de taalwetgeving toepassen en het zijn eigenlijk de Franstaligen die een aversie hebben tegen het Nederlands,’ aldus Vandekerkhove, ‘want zij passen de taalwetgeving gewoon niet toe. Het is altijd zo dat de Franstaligen de Vlamingen beschimpen omdat wij taalpolitie zouden zijn en weinig verdraagzaam zijn, maar de praktijk leert ons totaal iets anders. Voor hen is het dus “pour les Flamands la même chose”.’

Volgens Vandekerkhove verklaart dit waarom er in Wallonië weinig animo bestaat om het huidige systeem te wijzigen : ‘Vanuit een salon in Wallonië is het makkelijk praten : zij hebben toch niets te maken met de uitvoering van die taalwetgeving en taalfaciliteiten. Zij zeggen gewoon : “Voor ons mag het blijven zoals het is.”’

Bestand:Renaix hotel de ville 329.jpg
stadhuis Ronse – foto (c) Wikimedia Commons

Ronse als testcase

In de faciliteitengemeente Ronse, waar de N-VA een belangrijke partner is in de coalitie, heeft het stadsbestuur zich kritisch opgesteld tegenover de taalfaciliteiten. Dat heeft ertoe geleid dat Ronse onder vuur kwam te liggen wegens de niet-toepassing van de taalwetgeving : ‘Ronse leeft de taalwetgeving niet goed na’, zegt Vandekerkhove. Zo verschenen alle 25 onderzochte edities van het stadsmagazine uitsluitend in het Nederlands. ‘Dat vloeit voort uit bestuurlijke ongehoorzaamheid. Het was een politieke strategie.’

Mede daardoor behoorde Ronse in het onderzoek tot de slechtst scorende gemeenten. ‘Dit kwam onder meer omdat er voor Ronse heel veel media-aandacht was geweest omwille van klachten van de burgerbeweging ‘Ronse bilingue, Renaix tweetalig’.’ De klachten werden ontvankelijk verklaard door de rechtbank en Ronse werd een dwangsom van duizend euro per week opgelegd als de stad geen tweetalige en wettelijk conforme opschriften zou aanbrengen.

ook in de Waalse faciliteitengemeenten …

‘Vlamingen moeten hun rechten opeisen’

De schrijver van de studie roept de Vlamingen in de taalgrensgemeenten in Wallonië op om op hun strepen te staan, zeker in gemeenten waar uitsluitend Frans wordt gebruikt. Zo bleek uit het onderzoek dat de gemeentelijke infobladen van Moeskroen en Komen-Waasten uitsluitend in het Frans werden uitgegeven. ‘Zolang die wetgeving er is, moeten we eigenlijk van alle Vlamingen verwachten dat ze hun rechten ook opeisen. Het beste zou natuurlijk zijn dat ze die rechten niet zouden moeten opeisen en dat de taalfaciliteiten gewoon overal worden afgeschaft.’

Als je verhuist naar een ander taalgebied, dan hoor je de taal van dat taalgebied te spreken

Vandekerkhove houdt tegelijk een pleidooi voor het juiste gebruik van de landstalen : ‘Als je verhuist naar een ander taalgebied, dan hoor je de taal van dat taalgebied te spreken. Als we spreken over Ronse, dan moet je de taal van onze gemeenschap spreken. En dat is het Nederlands, punt. Hetzelfde voor Vlamingen die naar Wallonië verhuizen, je past je aan en spreekt Frans.’ Volgens Vandekerkhove toont de praktijk aan dat het huidige systeem steeds vaker tot spanningen leidt en daarom aan hervorming toe is.

Bestand: Komen-Waasten JPG01.jpg
stadhuis Komen-Waasten – foto (c) Wikimedia Commons

Hervormen of afschaffen ?

Vandekerkhove ziet twee mogelijkheden om de stilstand te doorbreken. Bij de eerste mogelijkheid ziet hij een belangrijke taak weggelegd voor de federale overheid ‘die via een indeplaatsstelling zelf juridische stappen kan ondernemen tegen faciliteitengemeenten die de taalwetgeving niet naleven. Zo kan zij de rechten van de burgers vrijwaren, en met dwangsommen die tweetaligheid gaan afdwingen.’

Ook bij de tweede mogelijkheid kijkt Vandekerkhove naar de federale regering : ‘Een taalwetgeving die enkel overeind blijft dankzij politieke activisten, kan niet langer worden verdedigd. Als de faciliteiten in de praktijk niet functioneren zoals voorzien, is het aan de federale wetgever om het systeem te hervormen of desnoods af te schaffen.’

Voor Vandekerkhove is de conclusie duidelijk : als de huidige regeling in de praktijk niet functioneert, zal de federale politiek volgens hem uiteindelijk moeten kiezen tussen een strengere handhaving of een grondige hervorming van het systeem.

Jan Fabry (°1991) is journalist bij Doorbraak en doctor in de Nederlandse filologie. Hij woonde en werkte in België, Frankrijk, Polen en Tsjechië als leerkracht en onderzoeker. Zijn interesses situeren zich op het snijvlak van politiek, taal, geschiedenis en identiteit, met een bijzondere aandacht voor Vlaanderen en de Lage Landen.