Het VRT Journaal en VTM Nieuws laten Vlaams Belang weinig aan bod.

Het VRT Journaal en VTM Nieuws laten Vlaams Belang weinig aan bod. (c) VRT & VTM.

Binnenland politiek

door Filip Van Laenen in ’t Pallieterke .

Begin deze maand beklaagde De Morgen er zich over dat het Vlaams Belang “een vaste nieuwswaarde” aan het worden is bij VRT en VTM. En inderdaad, de spreektijd die de politici van die partij toegemeten krijgen, zit in een stijgende lijn. Maar de analyse van de krant is een opmerkelijk selectieve lezing van de cijfers.

Halen we er toch maar even de cijfers bij uit het zogenaamde Onpartijdigheidsrapport voor 2025, dat de Vlaamse Regulator voor de Media bestelde bij de Universiteit van Antwerpen. In dat rapport zien we dat het Vlaams Belang in de loop van vorig jaar amper 2,8 procent van de spreektijd voor politici in het VRT-journaal toegemeten kreeg. Voor een partij die in de peilingen een vijfde tot een kwart van de kiesintenties haalt, en soms zelfs meer, lijkt dit toch allesbehalve representatief te zijn, laat staan dat het van de partij een ‘vaste nieuwswaarde’ zou maken.

Machtslogica

Het hoeft niet te verwonderen dat regeringspartijen zoals de N-VA (38,3 procent), Vooruit (16,0 procent) en CD&V (18,9 procent) in de journaals van VRT en VTM veel meer spreektijd krijgen dan de oppositiepartijen. Samen kapen zij ongeveer driekwart van de spreektijd weg, en een groot deel daarvan zijn uiteraard interviews met ministers uit de federale en Vlaamse regeringen. Niet tegenover elk interview met een minister hoeft een even lange reactie van de oppositie geplaatst te worden. Bij spanningen tussen de regeringspartijen – en die waren er in 2025 meer dan eens – is daar zelfs helemaal geen behoefte aan.

Grafiek uit het Onafhankelijkheidsrapport. (UAntwerpen)

Maar om terug te keren naar het Vlaams Belang: ook Groen en Anders zijn oppositiepartijen, met een beduidend kleinere aanhang, maar toch komt Groen (2,8 procent) even vaak aan het woord in de tv-journaals, en Anders (6,7 procent) zelfs meer dan dubbel zoveel. De PVDA (1,5 procent) komt ongeveer half zo vaak als het Vlaams Belang aan het woord, wat relatief min of meer correct is, maar ook tegenover Anders en Groen staat dit helemaal niet in verhouding.

Evenwichtigere duidingsprogramma’s

In de duidingsprogramma’s, zoals De Afspraak en De Zevende Dag, is het overwicht van de N-VA minder groot. In een debat kun je nu eenmaal geen N-VA’er tegenover een andere N-VA’er zetten. Omgekeerd is het aandeel van de oppositiepartijen groter, terwijl Vooruit en CD&V ongeveer even vaak in de duidingsprogramma’s als in de journaals aan bod komen.

Maar ook in de duidingsprogramma’s valt op dat Anders afgetekend de oppositiepartij met de meeste spreektijd blijft, met in totaal zelfs iets meer dan tien procent. Die tien procent is dan nog zonder correctie voor de vijf procent spreektijd die de MR (vooral Georges-Louis Bouchez) als grootste niet-Vlaamse politieke partij kreeg.

UAntwerpen oordeelt mild

In haar conclusie merkt UAntwerpen wel op dat de regeringspartijen op de buis beduidend vaker aan bod komen dan de oppositiepartijen, maar vindt ze, zoals elk jaar, eigenlijk geen tekenen van partijdigheid terug. Zoals reeds vermeld, vinden we het zelf ook niet onlogisch dat vertegenwoordigers van de regeringspartijen, en dan in het bijzonder hun ministers, vaker aan het woord komen door hun regeringswerk.

Maar de onderzoekers verzuimen wel in te zoomen op het opmerkelijke verschil tussen de Vlaamse oppositiepartijen, en dan in het bijzonder de oververtegenwoordiging van Anders, en de eeuwige ondervertegenwoordiging van het Vlaams Belang. Dit is immers een scheeftrekking die niet te verklaren valt door regeringswerk. Daar komt nog bovenop dat een minuut spreektijd voor Vlaams Belang er vaak helemaal anders uitziet dan een minuut spreektijd voor Anders, Groen of de PVDA. Vooral Anders en Groen hebben uiterst zelden last van onderbrekingen of vooringenomen vragen.

De klacht van De Morgen dat het Vlaams Belang tegenwoordig een “vaste nieuwswaarde” zou zijn, komt dan ook nogal belachelijk over. De afgunstige verwijzing naar de Franstalige media, waar nog altijd een strikt cordon médiatique van kracht is, verraadt vooral de weinig democratische ingesteldheid van de krant.

foto’s (c) Gazet van Hove.