door Anton Schelfaut in ’t Pallieterke .

In ‘Ondergang’ reconstrueert politicoloog Bart Maddens hoe een van de grootste monumenten van de Vlaamse Beweging – de jaarlijkse IJzerbedevaart – in amper enkele jaren tijd ten onder ging en welke rol hij daar zelf in speelde. “Dingen waarvan je gelooft dat ze voor eeuwig zullen blijven bestaan, zijn soms veel kwetsbaarder dan je denkt”, waarschuwt hij.

Ijzertoren in Diksmuide

Wie een boek schrijft, doet dat meestal niet zonder een doel. Ook de Leuvense politicoloog Bart Maddens (62) niet. Maar zijn doel is niet zozeer om de Vlaamse Beweging een spiegel voor te houden, maar wel om een persoonlijk én collectief trauma van de Vlaamse Beweging – de ondergang van de IJzerbedevaarten – te verwerken. Een moraliserend vingertje zal u in ‘Ondergang’ – zoals het boek dat werd uitgegeven bij Ertsberg heet – niet terugvinden.

Maddens voelde naar eigen zeggen “een onweerstaanbare drang” om dat onverkwikkelijke gevoel van een onverwerkt trauma van zich af te schrijven. “Het is een poging om een verleden te verwerken dat door mijn hoofd spookt, de laatste jaren meer dan vroeger. Dat zie ik ook bij leeftijdsgenoten die net als ik ten tijde van de ondergang van de IJzerbedevaarten twintig of dertig jaar oud waren. Naarmate we ouder worden, keren we voor een stuk terug naar dat verleden dat ons niet loslaat”, legt hij uit.

Ik heb dit boek altijd aangevoeld als een kamikazeoperatie

Is het nodig om – precies 30 jaar na het geweld op de IJzerbedevaart van 1996 en amper één jaar voor de honderdste verjaardag van de jaarlijkse herdenking – deze oude wonden opnieuw open te halen ?

Sponsordiner desktop nieuw

“Er waren inderdaad meer redenen om het niet dan om het wel te schrijven. Ik had er weinig belang bij om dat te doen. Uiteindelijk zullen veel mensen zich afvragen of het nodig is om zulke oude koeien uit de gracht te halen. Historici zullen dan weer moord en brand schreeuwen omdat het geen ‘historisch’ werk is. Er komen ook veel mensen aan bod die nu nog leven, maar over wie ik niet zo vriendelijk ben. Degenen over wie ik wel positief ben – de helden van het boek, zeg maar – zijn allemaal al overleden. Denk maar aan Koen Baert, Carlos Van Louwe, Paul Daels en Anton Van Wilderode. Ook op academisch vlak zal het boek mij weinig eer opleveren. De Belgische cultuurwereld zal er evenmin wildenthousiast van worden. Daarom heb ik het altijd aangevoeld als een kamikazeoperatie. Maar ik voelde een onweerstaanbare drang om het te schrijven.”

Als je actief bent in de Vlaamse Beweging, moet je je partijpolitieke gewaden afwerpen

“Zodra ik ermee begon, had ik na een paar hoofdstukken het gevoel dat het boek zichzelf schreef. Het voelde alsof het verleden het heden binnensijpelde en dat ik enkel maar een passief medium was. Nu ik dat zeg realiseer ik me dat dit een nogal absurde manier is om de verantwoordelijkheid van mij af te schuiven (lacht).”

Welke lessen kunnen we trekken uit de ondergang van de IJzerbedevaarten ?

“Ten eerste is het belangrijk dat de Vlaamse Beweging onafhankelijk blijft van de politieke partijen. De Beweging en drukkingsgroepen volgen een heel andere logica en spelregels dan politieke partijen. Er zullen altijd banden zijn. Er zullen altijd mensen in de Vlaamse Beweging zijn die ook lid zijn van een politieke partij. Het zijn geen totaal gescheiden werelden. Maar het zijn wel werelden die intern volgens andere spelregels functioneren. Je moet die apart houden. Als je actief bent in de Beweging, dan moet je je partijpolitieke gewaden afwerpen.”

Die logica heeft men in de jaren 1990 niet gerespecteerd ?

“Dat was binnen het IJzerbedevaartcomité inderdaad een van de oorzaken van de problemen. De partijpolitieke logica is er als een sluipend gif binnengedrongen. Op den duur werd iedereen gezien als hetzij Volksuniër, hetzij Vlaams Blokker.”

“Vanuit het perspectief van de politieke partijen ligt dat in de aard van het beestje. Zij willen hun macht uitbreiden en hun tentakels overal uitspreiden. Dat is misschien niet goed te keuren. Maar het is wel perfect normaal dat ze proberen om greep te krijgen op de Beweging, zoals een socialistische partij ook greep probeert te krijgen op de vakbond. Dat ligt in de aard der dingen.”

“Maar de Beweging moet wel in staat zijn om daar weerstand tegen te bieden. Ze moet voortdurend voldoende onafhankelijkheid bewaren ten opzichte van de partijpolitiek. Dat is in de jaren 1990 niet gelukt.”

de Volksunie

Waarom werd dat net in de jaren 1990 een probleem ? Er bestonden toch al langer twee Vlaams-nationale partijen ?

“Vanaf de zogenaamde Zwarte Zondag van 24 november 1991 werden wij geconfronteerd met een totaal nieuwe situatie. Vanaf dan waren er twee min of meer evenwaardige Vlaams-nationale partijen, de Volksunie en het Vlaams Blok, die met getrokken messen tegenover elkaar stonden en elkaars aartsvijanden waren. Dat was een unicum in de geschiedenis van het IJzerbedevaartcomité. De situatie zoals we die vandaag kennen, met twee belangrijke Vlaams-nationale partijen die elkaars bloed kunnen drinken, is toen ontstaan.”

“In het interbellum had je eerst de Frontpartij, die dan geleidelijk aan geëvolueerd is naar het VNV. Na de Tweede Wereldoorlog had je vanaf 1954 de Volksunie als evidente flamingantische, Vlaams-nationale partij. Het Vlaams Blok was in de jaren 1980 heel marginaal. Het werd niet serieus genomen en had ook weinig impact op de Vlaamse Beweging. In de hele geschiedenis van de IJzerbedevaarten had je maar één evidente Vlaams-nationale partij.”

“Dat veranderde in 1991. Die nieuwe situatie was meteen ook levensbedreigend voor de bedevaartwerking. Ze maakte het heel moeilijk voor het IJzerbedevaartcomité om zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de partijpolitiek te behouden. Als ik daar anno 2026 op terugblik, dan zie ik dat we vooral de invloed van het Vlaams Blok probeerden tegen te gaan – terecht trouwens. Maar tegelijkertijd waren we te weinig op onze hoede voor de pogingen van de Volksunie en andere partijen om het IJzerbedevaartcomité te instrumentaliseren tegen het Vlaams Blok.”

is de verderzetting van het Vlaams Blok

Waakzaamheid is geboden. De tradities die ons nog resten, zoals het Zangfeest, kunnen heel snel teloorgaan

“Paul De Belder was als de ondervoorzitter van het IJzerbedevaartcomité ook de woordvoerder van Hugo Schiltz, de vicepremier en een van de belangrijkste politici van de Volksunie. Dat was heel onvoorzichtig. Wij moesten moeizaam laveren tussen het kanonvuur van twee politieke partijen. In die context was het onverantwoord dat de woordvoerder van de Volksunie-vicepremier ook de ondervoorzitter van het IJzerbedevaartcomité was. Op de koop toe kantte hij zich in opiniestukken ook heel expliciet tegen het Vlaams Blok. Dat was dom.”

Vlaams-nationaal zangfeest in Antwerpen

Heeft u zich daartegen verzet ?

“Ik moet tot mijn eigen scha en schande vaststellen dat ik zelf ook in die logica ben meegegaan. Ik had zelf ook een tijdje op het kabinet van Schiltz gewerkt en was lid van Vlaanderen Morgen. Ik stond met één been in de Volksunie en met het andere in het Comité, en bracht het meer gematigde en pragmatische ideeëngoed van die partij mee naar het Comité. Dat bepaalde ook mijn standpunten daar, al zijn die gaandeweg wel geëvolueerd. Als ik daar vandaag op terugkijk, dan was dat heel onverstandig en naïef. Ik was toen nog heel jong. Ik was 26 jaar toen ik lid werd van het IJzerbedevaartcomité. Dat is een leeftijd waarop je nog te weinig politiek inzicht en mensenkennis hebt om zo’n verantwoordelijkheid op te nemen.”

Waren er dan geen mensen met meer ervaring die die rol wilden opnemen ?

“Er was toen een obsessie met jongeren in de Vlaamse Beweging. Dat was een malaise die we voor een stuk onszelf hebben aangepraat: ‘De Vlaamse Beweging trekt geen jongeren meer aan. De scouts zijn niet meer Vlaamsgezind, de KSA is niet meer Vlaamsgezind. Dus we moeten ons meer profileren op jeugdwerkloosheid, op de raketten in Florennes. We moeten vooral jongeren aantrekken.’

“Lionel Vandenberghe ging toen actief op zoek naar jongeren die konden bijdragen tot de verjonging van het comité. Daardoor bleven een aantal gereputeerde flaminganten ten onrechte in de kou staan. Denk maar aan Lieven Van Gerven, de toenmalige voorzitter van het Davidsfonds. Het was evident geweest dat hij lid werd van het IJzerbedevaartcomité. Hetzelfde geldt voor Jan Jambon, Peter De Roover, Johan Laeremans en Erik Ponet. Ook zij hadden lid moeten worden van het IJzerbedevaartcomité. Al die prominente flaminganten bleven in de kou staan, terwijl er een aantal jonge snaken, die op dat moment nog niets hadden bewezen, in het comité werden geloodst in het kader van de verjonging. Dat is een van de oorzaken van de ondergang.”

de premier bij een boekvoorstelling over Hugo Schiltz

Zijn er nog andere lessen die uit de tragische gebeurtenissen van de jaren 1990 trekt ?

“Voor ons was de IJzerbedevaart een monument. Omdat het al sinds 1920 bestond, gingen we ervan uit – achteraf bekeken verkeerdelijk – dat het altijd zou blijven bestaan. We dachten dat je tegen zo’n massieve, schijnbaar onverwoestbare traditie binnen de Vlaamse Beweging wel kon schoppen zonder het voortbestaan in gevaar te brengen. Vanuit het KVHV hadden wij geregeld kritiek op het IJzerbedevaartcomité en de oude knarren die erin vertegenwoordigd waren. Daarom verkneukelden wij ons over de polemieken in ’t Pallieterke.”

“Maar wat wij toen te weinig beseften, of ik in elk geval niet, was dat de traditie van de IJzerbedevaart – hoe massief ze ook leek – heel kwetsbaar was. Er was niet veel voor nodig om ze teloor te doen gaan. In een relatief korte tijd is dat monument in elkaar gestuikt. Voor mij is het een les. Er zijn dingen waarvan je denkt dat ze voor eeuwig zullen blijven bestaan, maar in realiteit zijn ze veel kwetsbaarder dan je op het eerste gezicht denkt.”

Welke andere verhaallijnen zijn er verweven met de ondergang van de IJzerbedevaart ?

“De teloorgang van het IJzerbedevaartcomité loopt grotendeels parallel met de teloorgang van de Volksunie. Ook de Volksunie leek destijnds een onverwoestbaar monument. Ze was toen ik jong was – in de jaren 1970 en 1980 – dé evidente Vlaams-nationale partij. Er was af en toe ruzie, maar het was evident dat die partij zou blijven bestaan. Maar toch is binnen de Volkunie dezelfde dynamiek ontstaan als in het IJzerbedevaartcomité. Ideologische conflicten en persoonlijke vetes zijn geëscaleerd, met als resultaat het einde van de Volksunie.”

Ik heb nooit begrepen waarom de IJzerwake – vandaag het IJzertreffen – niet in Diksmuide plaatsvindt

Ijzerwake/ Ijzertreffen gaat door op een weide in Steenstrate/ Ieper

“Daarom is waakzaamheid geboden. De tradities die ons nog resten, kunnen heel snel teloorgaan. Denk bijvoorbeeld aan het Zangfeest. Vlaams Belangers zouden luidkeels kunnen protesteren omdat Bart Fierens niet kritisch genoeg is voor Bart De Wever. N-VA’ers zouden hetzelfde kunnen doen omdat Fierens in hun ogen te kritisch is.  Maar als ze keet zouden schoppen, dan heb je binnen de kortste keren geen Zangfeest meer. Daarom kan je best niet te snel of te hevig tekeergaan in de porseleinwinkel van de traditie.”

Welke lessen heeft de N-VA getrokken uit de ondergang van de IJzerbedevaart en de Volksunie ?

“De N-VA heeft zeer veel geleerd uit de ondergang van de Volksunie. Die les zit in het DNA van de partij: we kunnen intern van mening verschillen, we kunnen intern discussiëren, maar naar buiten toe moeten we één front of falanx vormen. De N-VA wil zich ervoor hoeden dat meningsverschillen – die er altijd zullen zijn – niet escaleren tot ruzies, want binnen de kortste keren ligt de partij aan diggelen. Dat is een les die men bij de N-VA zeer goed heeft geleerd. Dat is dé grote sterkte van de N-VA. Binnen de logica van de partijpolitiek is het belangrijk dat een partij strategisch eensgezind is en dat ze – ondanks interne dissidenties – finaal de genomen beslissingen verdedigt en volgt.”

Bart Maddens is prof. politieke wetenschappen aan de KULeuven

“Maar tegelijkertijd heeft de eensgezindheid van de N-VA ook wel iets beangstigends. Vraag dat maar aan Hendrik Vuye en Veerle Wouters. Er is geen ruimte voor bepaalde tendensen binnen de partij. Jan Jambon en Peter De Roover hadden een Vlaams-nationale tendens kunnen vormen binnen de N-VA, maar dat botst met het DNA van de partij, die dat simpelweg niet verdraagt. Maar hoever kan dat gaan? Als Bart De Wever op een dag met een Belgische vlag staat te zwaaien en de Brabançonne zingt, zullen de N-VA-militanten dan ook zeggen: ‘We zijn het er niet mee eens, maar we gaan daar nu geen ruzie over maken. We moeten één front blijven vormen’?”

Bloedt uw hart Vlaams-nationaal hart niet als u ziet wie het vandaag aan de IJzertoren voor het zeggen heeft ? De slinger van de ‘deradicalisering’ lijkt wel héél ver te zijn doorgeslagen.

“Je zou je een evolutie hebben kunnen voorstellen waarin de N-VA-gezinden of de erfgenamen van de Volksunie het voor het zeggen zouden hebben gehad in het IJzerbedevaartcomité. Daar evolueerde het naartoe in de jaren 1990. Dan waren de Vlaams Belangers vandaag gefrustreerd en boos geweest op het IJzerbedevaartcomité. Dat was één mogelijke evolutie.”

“Er was ook een andere evolutie mogelijk geweest, namelijk dat de ‘radicalen’ beslag hadden kunnen leggen op het IJzerbedevaartcomité en dat het dus in een heel radicale richting geëvolueerd zou zijn. Dan waren de N-VA-gezinden vandaag misnoegd geweest.”

“Maar nu zit je in de absurde situatie waarin geen van de twee Vlaams-nationalistische partijen – die zowat de helft van de Vlamingen vertegenwoordigen – zich herkennen in wat nochtans hét monument bij uitstek van de flaminganten is. Beide partijen moeten niet veel weten van het IJzerbedevaartcomité. En wat nog doorgaat voor ‘IJzerbedevaart’ trekt hoop en al een paar tientallen mensen aan.”

“Wie of wat vertegenwoordigt het IJzerbedevaartcomité vandaag eigenlijk nog? Namens wie spreken zij nog? Dat is heel onduidelijk. Dat is inderdaad een heel pijnlijke situatie. Maar wat het des te pijnlijker maakt, is dat de huidige situatie eigenlijk onze eigen schuld is.”

Hoe bedoelt u ?

“Laat ons eens kijken naar wat er begin deze eeuw is gebeurd. Aan de ene kant had je mensen zoals ik die meer uit de Volksunie kwamen, de gematigden, maar wel nog altijd traditionele Vlaams-nationalisten waren. We waren de ruzies kotsbeu en keerden daarom de IJzertoren en de IJzerbedevaarten de rug toe en bleven er weg. Bij mij was dat redelijk radicaal, in die mate zelfs dat ik liever niet meer met de trein langs Diksmuide wilde passeren. Als ik in De Panne of zo moest zijn, ging ik naar Oostende en nam ik daar de tram. Ik had een enorme afkeer gekregen van alles wat te maken had met de IJzertoren en de IJzerbedevaartwerking in Diksmuide.”

De IJzertoren zou opnieuw een museum van de Vlaamse ontvoogding moeten huisvesten

“De meer radicale elementen zijn in 2003 begonnen met de IJzerwake. Maar dat was in feite ook een vorm van vaandelvlucht. Ook zij hebben Diksmuide de rug toegekeerd om hun eigen ding doen aan het Van Raemdonckmonument.”

“Die twee bewegingen hebben ertoe geleid dat wat er nog overbleef van het IJzerbedevaartcomité in feite vrij spel had. Zij zijn in het vacuüm gesprongen en konden ongeremd hun ding doen, met alle ontsporingen van dien. Daarom is het is het mijn én onze eigen schuld. Wij hadden het nooit zover mogen laten komen. Ik heb op een bepaald moment ook ontslag genomen als beheerder en als comitélid. Maar daarmee verlies je elke invloed.”

“Ik heb nooit begrepen waarom de IJzerwake – vandaag het IJzertreffen – niet in Diksmuide plaatsvindt. Als ze geen toestemming krijgen om iets op de weide te organiseren, zouden ze dat op de Grote Markt van Diksmuide kunnen doen, of elders in Diksmuide. Op die manier kunnen ze de IJzertoren als flamingantisch monument blijven opeisen. Want laat daar geen twijfel over bestaan: de IJzertoren is van ons, van de flaminganten.”

MVR sprak er in 2025

Moet u niet in de verleden tijd spreken ?

“Formeel-juridisch wel. Maar historisch en moreel is de IJzertoren nog steeds van ons. Ik was heel blij met wat Peter De Wilde in juni heeft gezegd in een interview met ’t Pallieterke: ‘Als niet alle Davidsfondsers mee hadden betaald aan de IJzertoren, dan zou men maar halfweg geraakt zijn.’ Dat is waar. Hij had het van mij zelfs nog sterker mogen uitdrukken. Mochten alle flaminganten niet hun steentje hebben bijgedragen, dan hadden ze met de bijdrage van de overheid misschien de fundamenten en de eerste verdieping kunnen bouwen, maar veel verder zouden ze niet geraakt zijn. De IJzertoren is hét monument van de flaminganten. Niet enkel van de radicale Vlaams-nationalisten, maar van de brede Vlaamse Beweging in de brede zin van het woord.”

Welke invulling zou de IJzertoren vandaag moeten krijgen ?

“De IJzertoren zou opnieuw een museum van de Vlaamse ontvoogding moeten huisvesten, wat lange tijd het geval geweest is. Het museum, zoals ik het tot stand heb weten komen als beheerder, vertelde de geschiedenis van de Vlaamse Beweging. Dat begon bij de studentenbeweging, bij Rodenbach in de negentiende eeuw. Dan kwam de Eerste Wereldoorlog, de Frontbeweging, enzovoort. Dat was de geschiedenis van de Vlaamse Beweging. Maar naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de Eerste Wereldoorlog in 2014 heeft men het museum totaal veranderd. Nu gaat het over oorlog en vrede, en heeft het jammer genoeg nog maar weinig te maken met de Vlaamse Beweging.”

“De IJzerbedevaart zoals we die kennen van vroeger, zal niet meer terugkomen, of toch niet op dezelfde grote schaal. Maar laat ons de IJzertoren een zinnige invulling geven door er een Museum van Vlaanderen in te huisvesten. Dat was op een bepaald moment ook de ambitie van Geert Bourgeois, toen hij nog minister-president was. Hij pleitte voor een Museum van de Vlaamse Geschiedenis, zoals het Museum van de Geschiedenis van Catalonië in Barcelona. Die ambitie is vervolgens opgenomen in het regeerakkoord van 2019. Jan Jambon heeft dat als minister-president proberen te realiseren. Maar dat is een totaal fiasco geworden. De N-VA heeft bakzeil moeten halen. Het plan is nooit verder dan de tekentafel geraakt, omdat de N-VA het niet heeft kunnen doorduwen in de Vlaamse Regering. Meer dan een website met de ietwat vreemde naam FAAM is er niet gekomen.”

Die website wordt nu door minister Caroline Gennez geïntegreerd in de Erfgoedapp. Zo’n virtueel museum is eigenlijk geen museum, maar weggesmeten geld. Het oorspronkelijke idee was wel degelijk om een fysiek ’Museum van Vlaanderen’ te maken. Dat had perfect in de IJzertoren gekund.”

Wat krijgen bezoekers aan de IJzertoren vandaag voorgeschoteld ?

“Ik heb voor het slothoofdstuk van mijn boek een bezoek aan het museum gebracht. Het gaat vooral over vrede en verdraagzaamheid, vluchtelingen en zo en komt nogal woke over.  Museumtechnisch is het wel niet slecht gedaan, dat moet ik toegeven. Er zijn twee verdiepingen gewijd aan de IJzerbedevaarten, maar dat thema wordt heel afstandelijk benaderd. Er kan niet meer over de  IJzerhelden gesproken worden zonder er minstens twee keer aan toe te voegen dat het allemaal maar propagandistische mythes waren. Ook de massale aanwezigheden op de IJzerbedevaarten worden er op dezelfde manier weggezet. Het wordt heel afstandelijk en objectief bekeken, en daardoor gedeconstrueerd.   De historische IJzerbedevaarten worden letterlijk weggezet als iets ‘met een negatieve connotatie’.”

“Op de laagste verdiepingen is er ook een soort van ‘trench experience’, als was de IJzertoren een Hollywood-pretpark.  Op de weide hebben ze ook een vijvertje dat de ondergelopen IJzervlakte moet voorstellen.  Een tijdlang bootsten ze daar ook ontploffingen na, met opspattend water, en dat op tien meter afstand van de graven van de IJzerhelden…”

“Ik ben zelf het kleinkind van een oud-strijder die nog in die loopgraven gevochten heeft. Dat was een onmetelijk leed, een menselijk drama zonder weerga. De banalisering en commercialisering daarvan in het kader van het oorlogstoerisme heb ik altijd behoorlijk degoutant gevonden.”

De ondergang van de IJzerbedevaart doet u denken aan Der Ring des Nibelungen, de bekende operacyclus van Richard Wagner. Op welke manier ?

“Helemaal op het einde van Götterdämmerung beleeft Brünnhilde een epifaniemoment. Ze realiseert zich plots hoe alles is gelopen en hoe Siegfried aan zijn einde is gekomen. Ze beseft dat ze zelf aan de basis heeft gelegen van diens dood en dat ze deel uitmaakte van het complot om Siegfried te vermoorden. Dat is een heel mooi moment op het einde van Götterdämmerung.

“Dat gevoel had ik ook toen ik mijn boek schreef. Ik vroeg me af hoe de ondergang van de IJzerbedevaart er gekomen was en wat mijn eigen rol daarin was. Ik heb iets waaraan ik emotioneel gehecht was, zien kapotgaan. Maar achteraf heb ik me – helaas te laat – gerealiseerd dat ik daar ook zelf toe heb bijgedragen.”

Foto’s (c) Gazet van Hove .