COLUMN – door Rik Torfs – www.doorbraak.be .

ONDERWIJS

Onze universiteiten bevinden zich in een moeilijke periode. Zelf zullen ze dat niet makkelijk toegeven, wat de tunnelvisie illustreert die hen gevangen houdt. Op de drie terreinen die ze bestrijken – onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening -, zijn de problemen groot.

Vooreerst het onderwijs. Er zijn meer universitairen dan ooit. De onderliggende gedachte was altijd : hoe meer er zijn, hoe beter. Het opleidingsniveau van de bevolking kan niet hoog genoeg zijn. Maar wat is ‘hoog’ ? Welke bekwaamheden primeren ? Hebben wij meer stadsantropologen nodig om loodgieters intellectueel bij te spijkeren, of meer loodgieters om de toiletten van stadsantropologen te herstellen ?

De loonkloof tussen universitairen en andere categorieën krimpt. Bovendien hebben afgestudeerden van de universiteit almaar vaker een baan die weinig met hun studierichting te maken heeft of zich onder hun niveau bevindt, wat dat laatste ook moge betekenen.

Het is nog iets te vroeg om van een academisch proletariaat te spreken, maar het komt eraan. Het gaat om mensen die zich verongelijkt voelen. Ze lijden onder hun statusincongruentie en vinden dat ze méér verdienen dan wat ze krijgen, wat tot ideologische radicalisering kan leiden. De universiteit moet hierover nadenken en daarnaast studenten transparant informeren over de soms beperkte beroepsmogelijkheden die hun studierichting biedt.

Onderzoek en maatschappelijke dienstverlening

Vervolgens het onderzoek. Het is een eigen leven gaan leiden. Sinds 2000 is het aantal wetenschappelijke publicaties verviervoudigd. Voor vakgenoten is het onmogelijk die allemaal te lezen, tenzij ze kiezen voor hyperspecialisatie in een uiterst kleine niche, ten koste van een bredere visie. Het sterk gestegen aantal onderzoekers moet zich te pletter publiceren om academisch te overleven. Dat hun publicaties vervolgens ongelezen blijven, is een neveneffect dat hun positie of financiering niet wezenlijk aantast. Of: hoe de wijze waarop de wetenschap wordt gefinancierd haar grootste bedreiging is geworden.

Ten slotte is er de maatschappelijke dienstverlening. Die heeft verschillende facetten, zoals informatie verstrekken over wetenschappelijke evoluties. Nog belangrijker is dat de universiteit op het gebied van openheid en vrijheid een lichtend pad is voor de samenleving in haar geheel. Ze moet ruimte bieden aan alle meningen en invalshoeken. De indruk bestaat dat zulks niet het geval is. Ook niet in het buitenland. Aan Amerikaanse elite-universiteiten zijn 60 à 80 procent van de professoren uitgesproken links-liberaal, waar een zeer klein aantal ‘conservatieven’ tegenover staat.

Academische vrijheid

Die uniforme samenstelling van het personeel leidt indirect tot een beperkte invulling van de academische vrijheid, zoals bijvoorbeeld de UGent die voorstaat in de nasleep van het overlijden van Jason Arday. Die nam aan de universiteit van Cambridge ontslag nadat zijn ongeoorloofde academische praktijken door de Gentse onderzoeker Nathan Cofnas aan de kaak werden gesteld. Dat Arday uit het leven stapte, is uiteraard bijzonder betreurenswaardig. Maar kan men het Cofnas aanwrijven ? De U Gent zal alvast ‘gepaste opvolging’ aan diens uitspraken geven.

De uniforme samenstelling van het personeel leidt indirect tot een beperkte invulling van de academische vrijheid

Daarbij formuleert ze haar visie op academische vrijheid : ‘We hechten belang aan de academische vrijheid en aan een open academisch debat, ook wanneer standpunten controversieel zijn. Maar die vrijheid is niet onbeperkt. Die vrijheid gaat samen met verantwoordelijkheid en kan worden begrensd om de rechten van anderen te beschermen.’ Een mooie manier om uit te drukken dat er eigenlijk geen academische vrijheid is, wat meteen wordt geïllustreerd door de preventieve schorsing die Cofnas te beurt valt. Welke trouwens die ‘rechten van anderen’ zijn waardoor de vrijheid kan worden beperkt, wordt niet uitgelegd, wellicht omdat het niet uit te leggen valt.

Toekomst

Maatschappelijke dienstverlening betekent dat de universiteit boven de partijen staat, een forum biedt voor het beschaafde, zelfs voor het lichtjes onbeschaafde debat. Te vaak echter kiezen universiteiten ervoor om, vanuit de in hun schoot dominante ideologie, als betrokken partij deel te nemen aan de maatschappelijke ideeënstrijd in plaats van haar sereen te organiseren. Zo verliezen ze het vertrouwen van een belangrijk deel van de bevolking.

Een brede discussie over de toekomst van onze universiteiten is broodnodig, zowel in als buiten de universiteit. Hopelijk breekt weldra het moment aan waarop universitaire bestuurders zich uit hun bureaucratische en ideologische logica bevrijden en ze, met de nodige zelfkritiek, over hun eigen toekomst durven na te denken, voorbij holle en systeembevestigende beleidsplannen waarmee ze een al te rozig zelfbeeld onterecht in stand houden.

Rik Torfs is Belgisch hoogleraar emeritus aan de KU Leuven, kerkjurist, oud-rector van de KUL, bekend mediafiguur, voormalig christendemocratisch politicus en bekende twitteraar.

foto’s (c) Gazet van Hove .