Eigen zaak tijdens studies aantrekkelijker dan ooit

NIEUWS – door Vanille Dujardin – www.doorbraak.be .

Almaar meer studenten beginnen te ondernemen.

Een boekencafé openen terwijl je rechten studeert of websites bouwen tussen de lessen door. Almaar meer studenten kiezen ervoor om niet alleen in de aula te zitten, maar tegelijk ook een eigen zaak uit te bouwen. Eind 2025 telde België 9.155 student-zelfstandigen. Volgens een recente analyse van UNIZO is dat 5 procent meer dan een jaar eerder en maar liefst 83 procent meer dan bij de invoering van het statuut in 2017. Waarom beginnen zoveel jongeren al tijdens hun studies met ondernemen ?

‘Als student heb je in principe redelijk veel tijd. Hoe je die invult, kies je zelf’, vertelt Chato. Hij studeerde informatica aan de Universiteit Gent toen hij als zelfstandige kleine IT-projecten begon uit te voeren. Eerst bouwde hij websites en apps, later groeide dat uit tot een bedrijf met jobstudenten en vervolgens werknemers. Zijn studentenleven zag er daardoor wel wat anders uit. ‘In plaats van te feesten, was ik vooral aan het werken. Tussen de lessen, na de lessen en in het weekend werkte ik aan mijn bedrijf en ging ik naar netwerkevenementen.’

Moment om fouten te maken

Dat studenten almaar vaker voor zichzelf beginnen is niet alleen het gevolg van een plotselinge golf van ondernemingszin. Sinds 2017 bestaat in België een apart sociaal statuut voor student-zelfstandigen. Wie minder dan 8.687,04 euro aan netto belastbaar inkomen uit zijn zelfstandige activiteit haalt, betaalt geen sociale bijdragen (en tussen 8.687,04 en 17.374,08 euro gelden verminderde bijdragen).

‘Het statuut is zeer voordelig zolang studenten niet te veel verdienen’

Vanaf 1 oktober wordt het statuut bovendien nog versoepeld, waarbij de huidige leeftijdsgrens van 25 jaar verdwijnt. ‘Het statuut is zeer voordelig zolang studenten niet te veel verdienen’, zegt Jolien Coenraets van Gentrepreneur, dat studenten, onderzoekers en jongeren in Gent begeleidt bij het ondernemerschap. ‘Ze kunnen ermee experimenteren op een leeftijd waarop ze zichzelf nog aan het zoeken zijn zonder dat daar direct heel hoge kosten aan verbonden zijn.’

Volgens Chato maakt net die levensfase ondernemen aantrekkelijk. ‘Als jonge student heb je nog de minste zorgen. Je woont nog thuis of zit op kot. Dat zijn ongeveer de enige kosten die je hebt. Dus je kunt risico’s nemen.’ Een mislukking hoeft dan ook niet meteen dramatische financiële gevolgen te hebben. ‘Als je bedrijf stopt of je geen geld verdient, maakt dat niet zoveel uit in vergelijking met wanneer je veertig jaar bent en ervan moet leven. Je kunt je leerfase doen op het moment waarop je nog fouten kunt maken.’

Begeleiding inbegrepen

Maar het financiële voordeel is niet het enige duwtje in de rug. Rond student-ondernemerschap is de voorbije jaren een heel begeleidingsnetwerk ontstaan. ‘Tien jaar geleden was een student met een onderneming nog uitzonderlijk, maar nu weten studenten: “Ik kan jobstudent zijn of vrijwilligerswerk doen, maar ik kan ook mijn eigen onderneming hebben”’, zegt Coenraets. Studenten kunnen bij organisaties als Gentrepreneur terecht met vragen over het opstarten van een zaak, maar ook voor coaching, evenementen en contacten met andere ondernemers. Dat netwerk is volgens Coenraets vooral voor jonge starters belangrijk, omdat studenten doorgaans nog weinig mensen kennen bij wie ze met ondernemersvragen terechtkunnen.

Voor Chato was die begeleiding zelfs doorslaggevend. Hij kwam tijdens zijn studies terecht bij Durf Ondernemen, dat later opging in Gentrepreneur. ‘Anders zou ik er niet echt mee begonnen zijn. Er zijn enorm veel regels en wetgeving die je totaal niet kent.’ Naast praktische kennis kreeg hij er toegang tot andere ondernemers. ‘Als jonge student is het beangstigend om een ondernemer die al dertig jaar bezig is aan te spreken en te vragen hoe hij ooit begonnen is. Daar kreeg je op een laagdrempelige manier toegang toe.’

‘Een soep’

Die ondersteuning betekent niet dat alle scholen altijd even flexibel omgaan met ondernemende studenten. Silva ondervond dat toen ze tijdens haar graduaat juridische administratie in Sint-Niklaas een pop-upboekencafé opende. ‘Een van de redenen waarom ik er per se als student mee wilde beginnen was omdat ik financieel minder risico zou lopen’, vertelt ze. Ze wilde bovendien absoluut blijven studeren. ‘Ik wilde dat niet zomaar opgeven om als jonge persoon te gaan ondernemen.’

Ze hielden geen rekening met het feit dat ik niet vaak naar de les kon komen’

Silva kreeg begeleiding van Gentrepreneur, maar voelde zich vanuit haar eigen hogeschool veel minder gesteund. ‘Ze hielden geen rekening met het feit dat ik niet vaak naar de les kon komen’, zegt ze. ‘Ondanks het feit dat ze wisten waarom, bleven ze noteren dat ik afwezig was.’ Een fysiek boekencafé runnen betekende bovendien veel meer dan boeken verkopen. ‘Ik moest alles doen : van boekhouden tot sales, producten kiezen, sociale media, inkopen doen, elke dag aanwezig zijn en alles proper maken. Voor mijn examens was het al helemaal een soep.’ Uiteindelijk besloot ze haar examens wel te gaan inkijken, maar ze naar de zomer te verschuiven.

Goedkope leerschool

Toch kijkt Younis niet negatief terug op het avontuur. Haar pop-up is inmiddels gesloten, maar ze werkt alweer aan een nieuw idee : een website voor rechtenstudenten. ‘Ik ben niet alleen gegroeid als persoon, ik heb ook heel veel informatie op korte tijd binnengekregen’, blikt ze terug. ‘Door veel zelf te doen heb ik veel ervaring opgedaan. Daarvoor doe ik het eigenlijk.’ Ook Chato bleef na zijn studies in de start-upwereld hangen en werkt vandaag bij Timeline. De ervaring van toen neemt hij mee. ‘Ondernemen is niet voor iedereen weggelegd, maar je weet het niet zolang je het niet probeert.’

En net dat experimenteren is volgens Gentrepreneur misschien wel een van de belangrijkste voordelen van het statuut. Een student kan een idee testen, ermee stoppen en later iets volledig anders proberen. ‘Je hebt een vorm van vrijheid, maar je bent ook verantwoordelijk voor wat je doet’, zegt Coenraets. ‘En zo bepaal je jouw eigen pad.’

Vanille Dujardin is zelfstandig journalist en schrijft al drie jaar voor diverse Belgische kranten, weekbladen en websites. Haar scherpe pen en nieuwsgierige blik focussen zich vaak op politiek en maatschappelijke thema’s. Sinds 2025 werkt ze voor Doorbraak, waar ze haar passie voor politiek en journalistiek ten volle inzet.

foto’s (c) Gazet van Hove.