door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .
De geopolitieke onzekerheid doet de rentevoeten op de overheidsschuld in alle Westerse landen toenemen. Maar binnen de Europese Unie ontstaat een tweespalt : België, Frankrijk en in mindere mate Italië behoren tot de slechte leerlingen van de klas. Een aantal Zuid-Europese landen krijgt zowaar meer vertrouwen van de beleggers.
De cijfers van het financieel-economisch nieuwsagentschap Bloomberg liegen er niet om. Sinds maart-april en het begin van het conflict tussen enerzijds de VS en Israël en anderzijds Iran zijn de rentevoeten die landen betalen op hun overheidsschuld gestegen. Weliswaar met een paar jojo-bewegingen toen de financiële markten hoopten dat er een einde zou komen aan de geopolitieke en geo-economische onzekerheid, maar op langere termijn is de tendens opwaarts. In april betaalden de Verenigde Staten 4 procent rente op hun overheidsobligaties. Dat is ondertussen gestegen naar 4,7 procent. Op een bepaald moment werd zelfs de kaap van de 5 procent overschreden, het hoogste niveau sinds 2007. Het Verenigd Koninkrijk zit in hetzelfde schuitje : 4,2 procent rente in het voorjaar, meer dan 5 procent vorige week donderdag, 20 augustus. Japan ziet de rente toenemen van 2 naar 2,8 procent. Duitsland gaat van 2,8 naar 3,6 procent rente op overheidsobligaties.

Hoge schulden
Waarbij meteen de vraag rijst hoe zwaar die evolutie doorweegt voor de Europese landen. Velen onder hen kampen met een hoog begrotingstekort en een oplopende staatsschuld. Een hoge rente betekent dat er meer intrestlasten moeten worden betaald. Geld dat niet kan worden gebruikt voor gewone uitgaven. België zit aan 15 miljard euro rentelasten en dat bedrag zal wellicht verdubbelen tegen het begin van de volgende legislatuur. In Frankrijk ziet men dat evolueren van 64 naar meer dan 100 miljard euro. Om het tastbaar te maken : in dat geval betalen onze zuiderburen dubbel zoveel intresten op de schuld als hun hele budget voor het onderwijs.
Ik haal er niet toevallig België en Frankrijk uit. De reden is dat de rente op Belgisch staatspapier gestegen is naar 3,8 procent. Dat is het hoogste percentage sinds 2012. De financiële markten hebben duidelijk geen vertrouwen meer in de Belgische overheidsfinanciën. In Frankrijk wordt de kaap van 4 procent gerond. In Italië ligt de rentevoet op de staatsschuld eveneens rond dat niveau. Het al genoemde verschil met Duitsland verdient enige aandacht. De zogenaamde ‘spread’, het verschil in rente tussen Duits en Frans staatspapier, is sinds maart gestegen van 60 naar 86 basispunten. En dat ondanks het feit dat de rente op de Duitse schuld de hoogste is in tien jaar.
Op die manier ontstaat er duidelijk een nieuwe financieel-economische tweespalt in Europa. In het verleden was het onderscheid gemakkelijk. Je had de financieel gezonde Noord-Europese landen enerzijds, en de zogenaamde Club Med-landen in het zuiden anderzijds. Deze laatste maakten een zware crisis door in de periode 2010-2022. Maar nu is er een situatie ontstaan waarbij enerzijds België en Frankrijk (en in mindere mate Italië) de slechte leerlingen van de klas zijn, terwijl landen als Spanje en zowaar Griekenland op meer vertrouwen van de beleggers kunnen rekenen.

Toerisme
De cijfers spreken voor zich: de rente op Spaans staatspapier bedraagt 3,65 procent, minder in België. Nu genieten ze in Madrid al een tijd van de heropleving van het toerisme. Dat zwengelt de groei aan, meer dan de migratie trouwens, zoals sommigen beweren. Ook Portugal doet beter dan België met 3,54 procent rente. En Griekenland zit ongeveer op hetzelfde niveau met een intrestvoet van 3,8 procent. Dat is evenveel als België maar economen zien hier eerder een opwaartse trend, en in Griekenland een omgekeerde beweging. Wie had dat een decennium of pakweg vijf jaar geleden ooit kunnen denken ?
Griekenland plukt nu eindelijk de vruchten van een economisch herstel met dalende rente, economische hervormingen en meer groei. Want voor de financiële markten is het schuldniveau (de Griekse staatsschuld bedraagt nog altijd 140 procent van het bbp) niet het enige probleem. Er wordt ook gekeken naar de capaciteit om de economie opnieuw op de sporen te krijgen en die op lange termijn zo te houden. Blijkbaar is het vertrouwen in Griekenland groeiende. De hervormingen die de regering-De Wever in België heeft doorgevoerd zouden dan weer onvoldoende zijn. Er moet dus na de beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen en de pensioenmalus een versnelling hoger worden geschakeld. Frankrijk wordt dan weer afgestraft voor de politieke stilstand die al jaren duurt.
Tenslotte nog een bedenking in internationaal perspectief : staat een klein land als België met 3,8 procent rente er niet beter voor dan de VS met een intrestvoet in de buurt van 5 procent ? Met bovendien een gigantische Amerikaanse schuld van 40.000 miljard euro. Het antwoord is : neen. De Amerikaanse economie is gewoon veel wendbaarder dan de Europese economieën. En het kan rekenen op het vertrouwen in de dollar : nog altijd de mondiale referentiemunt ondanks het wispelturige beleid van president Donald Trump.


