COLUMN – door Bart Maddens – www.doorbraak.be .

centrale bibliotheek van de KU Leuven
Kunnen we nog onbezorgd over een nieuwe brug rijden, erop vertrouwend dat de ingenieurs goed opgeleid zijn ? Kent de leerkracht Frans van mijn kinderen eigenlijk wel Frans ? Leren ze dat nog in de opleiding Letteren aan de universiteit ? In het debat over de onderwijskwaliteit komt meer en meer ook het hoger onderwijs in het vizier. Is het ook aan de hogescholen en de universiteiten pretpedagogie troef ?
We weten dat de kwaliteit van het secundair onderwijs daalt. Logischerwijze zou dit moeten leiden tot een daling van de slaagcijfers aan de universiteit. Maar dat gebeurt niet, meldde De Standaard op 19 september. Die slaagpercentages blijven al jaren stabiel. Ligt de conclusie dan niet voor de hand dat ook aan de universiteiten de lat almaar lager wordt gelegd ?
Eigenlijk weten we dat niet. In het lager en het secundair onderwijs wordt de kwaliteit voortdurend gemonitord, tegenwoordig ook via de centrale toetsen. Maar de onderwijskwaliteit aan de universiteiten ? Dat is een groot vraagteken.

Externe visitaties
Lang geleden bestond er zoiets als de externe onderwijsvisitaties, georganiseerd door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Om de acht jaar streek er zo’n commissie neer op de faculteit om de opleidingen grondig tegen het licht te houden. Ik heb er zelf drie meegemaakt. De commissie bestond uit studenten, onderwijsexperts en buitenlandse, doorgaans Nederlandse, professoren.
Niemand zag zo’n commissie graag komen. Het was een stressvolle en tijdrovende bedoening. Vooraf moest een gedetailleerd zelfevaluatierapport worden opgesteld. De eigenlijke visitatie duurde doorgaans drie dagen. Professoren en studenten werden stevig aan de tand gevoeld. Hoe testen jullie eigenlijk of de studenten de onderwijsdoelstellingen halen, vroegen ze. En toon ons eens een aantal masterproeven, vroeger licentiaatsverhandelingen. Al die studenten met een tien of elf op twintig, die hebben er toch echt niet veel van gebakken. Hoe is het mogelijk dat die toch een diploma hebben gekregen ? Klokkenluiders konden een vertrouwelijk en anoniem gesprek aanvragen met de commissie.
Zo’n visitatierapport was niet zelden een koude douche
De bevindingen van de visitatiecommissie werden publiek gemaakt in een lijvig rapport. Het vervelendste van al was dat de Vlaamse universiteiten daarin met elkaar werden vergeleken. Elke opleiding kreeg een eindbeoordeling, van onvoldoende, over voldoende en goed, tot excellent. Vanaf een ‘voldoende’ kreeg de opleiding een accreditatie tot aan de volgende visitatie. Maar tussendoor moest ze in opvolgingsrapporten aangeven wat ze met de kritiek en de aanbevelingen van de commissie had gedaan.
Voor universiteiten die van zichzelf dachten dat ze op een eenzame hoogte van excellentie vertoefden, was het visitatierapport niet zelden een koude douche. Zo gebeurde het al eens dat de eigen opleiding slechts een ‘voldoende’ kreeg, terwijl net die prutsuniversiteit waarop men altijd had neergekeken ‘excellent’ bleek te scoren.

Afgeschaft
Geen wonder dat er aan de universiteiten een zucht van verlichting werd geslaakt toen de Vlaamse overheid in 2014 besliste om de externe visitaties af te schaffen. Sindsdien gebeurt de kwaliteitscontrole ‘in eigen regie’ : de universiteiten controleren zichzelf. Ze worden enkel nog onderworpen aan een instellingenreview, om de zes jaar. Die beoordeelt onder meer hoe de universiteit haar interne kwaliteitszorg organiseert. Met andere woorden, de overheid controleert niet meer rechtstreeks de opleidingen, maar beperkt zich tot een controle van de controle.
Aan de KU Leuven verloopt die interne kwaliteitsbewaking via een vierjaarlijkse ronde van reflectiemomenten, met studenten, professoren en externen. Die zijn veel informeler en vrijblijvender dan de visitaties van vroeger. Uiteindelijk mondt het proces uit in een beknopte fiche per opleiding, die publiek consulteerbaar is. Maar dit is maar een schim van de kritische en doorwrochte visitatierapporten van weleer. En vooral : doordat de controle grotendeels een louter interne aangelegenheid is, worden universiteiten niet meer systematisch met elkaar vergeleken. Daarmee is ook een belangrijk deel van de externe druk verdwenen. De kwaliteitszorg is er een stuk relaxter op geworden.
Moeten we dan terug naar de externe visitaties van vroeger ? Als prof zeg ik : ‘O hemel, nee, die nachtmerrie nooit meer’. Maar als vader en belastingbetaler denk ik : ‘Ik wil waar voor mijn geld, leve de externe visitaties !’.


Bart Maddens (1963) is germanist en politieke wetenschapper. Als student was hij actief in het KVHV van Leuven en in de Volksunie-Jongeren. In de jaren 1990 was hij lid en bestuurder van het IJzerbedevaartcomité. Vandaag publiceert hij regelmatig opiniestukken over de Vlaamse Beweging en de staatshervorming. Hij is auteur van onder meer ‘Omfloerst separatisme. Van de vijf resoluties tot de Maddens-strategie’.
foto’s (c) Gazet van Hove.

