NIEUWS – door Bart Maddens – www.doorbraak.be .

N-VA moet vergeleken worden met een brede rivierdelta.
‘De Volksunie moet terug naar de bron.’ Dat was de stelling van de pas verkozen voorzitter Vic Anciaux, eind 1979. Maar dat zinde zijn voorganger Hugo Schiltz niet. Hoezo, terug naar de bron, vroeg Schiltz. Zijn we dan ooit weg geweest van de bron ?
Natuurlijk niet, schreef hij : ‘De Volksunie heeft haar programma nooit uit het oog verloren, laat staan verloochend. Tijdens haar regeringsdeelname heeft de Volksunie voortdurend slag geleverd voor ruimere en intensievere bevoegdheden voor de Vlaamse deelstaat, voor economisch federalisme, voor eigen financiële middelen.’ Dat lezen we helemaal op het einde (p. 789) van Eric Van de Casteeles indrukwekkende biografie van Schiltz.
Het is een conclusie die de lezer ook zelf kan trekken. Uit de gedetailleerde bespreking van de onderhandelingen tijdens de jaren zeventig, die uiteindelijk uitmondden in het Egmontpact, blijkt duidelijk dat het de Volksunie altijd om twee zaken te doen was: meer Vlaamse autonomie en (misschien verrassender) een vorm van amnestie voor de repressieslachtoffers. Dus ja, Schiltz had overschot van gelijk. De 25-jarige Vlaams-nationale partij was in 1979 een rivier met kristalhelder water, moeiteloos te traceren naar de bron van 1954.

Een brede rivierdelta
Kan hetzelfde gezegd worden van de 25-jarige N-VA ? Eerder dan met een heldere bergrivier moet de N-VA vergeleken worden met een brede rivierdelta. Mocht de N-VA al terug willen naar de bron, dan zou het voor een ontdekkingsreiziger niet simpel zijn om die te vinden. Hij riskeert de weg kwijt te raken in het kluwen van rivieren die samen de N-VA-delta vormen.
De Volksunie stond voor twee zaken : meer Vlaamse autonomie en een vorm van amnestie voor de repressieslachtoffers
Sommigen beweren dat er ver in het binnenland een klein Vlaams-nationaal riviertje is dat de echte oorsprong vormt van de brede rivier. Maar dat wordt door anderen weggezet als een mythe. Hoe dan ook zijn er stroomafwaarts zoveel rivieren uitgemond in de N-VA dat de betekenis van die mythische Vlaams-nationale bron verwaarloosbaar klein lijkt.

Modderig water
Dat merk je ook aan het water. Het is bruin en modderig, een mengelmoes van de verschillend gekleurde stromen die samengevloeid zijn in de partij. Je hebt donkerblauwe liberalen, spitsbroeders van het rode mateke Conner Rousseau, lichtgroene ecologisten, witte pacifisten, maar evengoed kaki sabelslijpers die dwepen met de militaire dienstplicht, inbegrepen de tricolore indoctrinatie.

Je hebt republikeinen, maar evengoed mensen die vinden dat koning Filip zo’n schitterend werk levert dat we geen republiek meer nodig hebben. Je hebt N-VA’ers die nog met de Vlaamse leeuw zwaaien, maar evengoed N-VA’ers die de voorkeur geven aan een Israëlische of een Iraanse vlag. Je hebt er die streven naar Vlaamse onafhankelijkheid, maar evengoed die al tevreden zijn met confederalisme, of die zelfs dat niet zo dringend vinden. Andere N-VA’ers halen dan weer glimlachend de schouders op bij al die Vlaams-nationalistische prietpraat. En je hebt tegenwoordig zelfs N-VA’ers die tegen de N-VA zijn.
Welke rivier je het liefst ziet, is natuurlijk een kwestie van smaak. Sommigen zullen het meest gecharmeerd zijn door een helder klaterende bergrivier. Zelf was ik twee jaar geleden erg onder de indruk toen ik de weliswaar modderige maar spectaculair brede Amazone afvoer.
Waar leidt de rivier heen ?
Relevanter is misschien de vraag waar die rivier ons heen voert. Nergens heen, lijkt het antwoord voor de N-VA, ten minste bekeken vanuit een Vlaamsgezind oogpunt. Hoe groot en machtig die partij ook is, institutioneel heeft ze nog niets kunnen realiseren. Maar eerlijk is eerlijk, dat laatste gold evengoed voor de 25-jarige Volksunie in 1979. Want het Egmontpact was op niets uitgedraaid, en de partij stond de jaren nadien buiten spel.
Wie weet mondt de brede modderige rivier dan finaal uit in Vlaamse onafhankelijkheid
Natuurlijk was het wel onder druk van de Volksunie dat in 1970 het federaliseringsproces in gang werd gezet en in 1980 verder werd doorgetrokken. Maar de N-VA heeft een soortgelijke verdienste : dat er bij de zesde staatshervorming in 2011 toch wel een aantal belangrijke stappen vooruit zijn gezet (denk aan de splitsing van de kinderbijslagen en van BHV), was mede te danken aan de spectaculaire overwinning van die partij in 2010.

Geduld tot 2035
Jammer genoeg eindigt Eric Van de Casteeles biografie van Schiltz in 1980. De cruciale rol die Schiltz en de Volksunie zouden spelen bij het tot stand komen van de derde en de vierde staatshervorming lag toen nog in de verre toekomst. Dat was pas acht jaar later, vanaf 1988, toen de partij 34 jaar oud was.
Anders gezegd : als de N-VA het even goed wil doen als de Volksunie, dan heeft de partij nog wel wat tijd. Misschien moeten we dus geduld oefenen. Tot 2035 om precies te zijn, het jaar dat de N-VA haar 34ste verjaardag viert. Wie weet mondt de brede modderige rivier dan finaal uit in Vlaamse onafhankelijkheid. Dat is alvast onze wens voor de jarige N-VA.



Bart Maddens (1963) is germanist en politieke wetenschapper. Als student was hij actief in het KVHV van Leuven en in de Volksunie-Jongeren. In de jaren 1990 was hij lid en bestuurder van het IJzerbedevaartcomité. Vandaag publiceert hij regelmatig opiniestukken over de Vlaamse Beweging en de staatshervorming. Hij is auteur van onder meer ‘Omfloerst separatisme. Van de vijf resoluties tot de Maddens-strategie’.
Foto’s (c) Gazet van Hove.

