NIEUWS – door Herman Matthijs – www.doorbraak.be .

Wie betaalt nu weinig, veel of te veel belastingen ?
Nogal wat opiniemakers en zelfverklaarde specialisten vinden dat er te weinig en ook onrechtvaardige belastingen worden betaald in ons koninkrijk. Laten we daarover positief beginnen. Er zijn ook inkomsten die in dit land niet worden belast : het kindergeld/de groeipremie, de private huurinkomsten (wel die via een vennootschap), en de winst van de Lotto.
Tegelijk – en dat is veel minder positief – moet er gewezen worden op het feit dat er een overheidsbeslag is van maar liefst 56 procent van het BBP. Anders gezegd : als men alle publieke begrotingen optelt en afzet tegenover het Bruto Binnenlands Product, dan zijn die dus goed voor die 56 procent. Maar ondanks de gigantische bedragen waarover overheden daardoor kunnen beschikken, vinden de burgers niet dat ze kunnen rekenen op een efficiënte overheid.
De hoogste schaal
En er is nog. Al vanaf een inkomen van € 50.000 bruto per jaar vallen Belgen in de 50 procent-schaal van de personenbelasting. De inkomensgrens vanaf welke je het hoogste belastingtarief betaalt, ligt in andere Europese landen stukken hoger. Als het echt de bedoeling is om werken fiscaal aantrekkelijker te maken, dan moet die 50.000 euro dus in prioritaire orde naar omhoog.

Wie betaalt?
In een studie van 2021 heeft de FOD Financiën berekend wie hoeveel personenbelasting betaalt. Men heeft de belastingplichtigen ingedeeld in tien categorieën, tien decielen, en tien (gelijke) groepen.
Mensen kosten veel maar verdienen weinig
De vijf laagste decielen zijn goed voor 26,8 procent van de inkomsten. Anders gezegd : iets meer dan een kwart van de belastingplichtigen verdient minder dan het mediaaninkomen. Tegelijk betaalt die groep ook maar 8,5 procent van de belasting.
Laten we dat in een schema zetten :
% inkomen % belasting
Vijf laagste decielen ( 1 – 5 ) 26,8% 8,5%
Vijf hoogste decielen ( 6- 10 ) 73,2% 91,5%
Bekijken we ook eens die hoogste decielen :
10de deciel 27,1% 41,2%
9de deciel 14,9% 19,6%
8ste deciel 12,1% 13,8%
7de deciel 10,3% 9,9%
6de deciel 8,8% 7,0%
De sterkste schouders
In de groep die het best verdient zit dus 27,1 procent van de inkomens en ze betaalt 41,2 procent van de inkomsten uit de personenbelasting. De twee hoogste decielen samen zijn goed voor 42 procent van de inkomsten en betalen 60,8 procent van de personenbelasting. De drie hoogste decielen komen uit op 64,4 procent van de inkomsten en betalen 74,6 procent van de personenbelasting.
Dat de belastingen progressief zijn (wie meer verdient, betaalt meer belasting) blijkt ook uit het feit dat het zesde en zevende deciel naar verhouding tot hun inkomens een lager aandeel hebben in de belastingopbrengst.

Conclusie ?
Arbeid wordt in dit land zwaar belast, maar dat wist u natuurlijk al. Daardoor is het verschil tussen de bruto arbeidskost en het nettoloon nergens zo groot als bij ons. Mensen kosten veel maar verdienen weinig. Het lijkt wel de toepassing van de marxistische fiscale theorie.
Ten slotte moet er op gewezen worden dat dat brutoloon ook nog eens onderhevig is aan de parafiscaliteit voor werknemers. Al naargelang bedraagt deze kost 11 of 13 procent van het volledige brutoloon.

Herman Matthijs doceert publieke en openbare financiën aan de UGent en de VUB. Hij volgt o.m. overheidsadministratie en -begrotingen op, maar evenzeer de politiek van de VS.
foto’s (c) Gazet van Hove.

