NIEUWS – door Roan Asselman – www.doorbraak.be .

Ook in Parijs kreeg de politie de rellen niet in bedwang.
De rellen in Frankrijk stellen opnieuw de tekortkomingen van de ‘superdiverse’ samenleving aan de kaak. Vanuit het Élysée sprak de Franse president Emmanuel Macron kort na de nieuwste nacht van geweld zijn landgenoten toe. ‘Hoe kunnen Fransen dit Franrijk aandoen’, vroeg de president zich af, verwijzend naar het vandalisme, de plunderingen en de aanvallen op de Franse ordediensten. Macron deed het allicht niet met opzet, maar wie de vraag stelt, geeft soms de aanzet voor een ongemakkelijk antwoord.
Over de rellen in Parijs kunnen veel vragen gesteld worden. Over die in Luik en Brussel overigens ook. Dat deze vragen vooral over immigratie en integratie gaan, hoeft niet te verbazen. Niemand blijft immers onberoerd door de beelden van de kinderen van nieuwkomers die nationale monumenten bekladden, auto’s in brand steken en winkels leegroven. Dat gebeurt met zo’n openlijke vijandigheid dat journalisten en hun cameramannen ervan versteld staan.
In België stelde minister van Defensie Theo Francken (N-VA) al voor om de slagkracht van de ordediensten op te schalen. Een ‘Rijkswacht 2.0’ moet de minister van Binnenlandse Zaken toelaten om het ‘toenemend geweld’ in de steden te pareren met ‘proportioneel geweld’ vanwege de overheid. Dat de minister een kerntaak van de staat, met name veiligheid, op de politieke agenda plaatst, is een goed begin. Maar dat de opschaling van de Belgische ordediensten een afdoende antwoord biedt op een crisis die fundamenteel demografisch van aard is, lijkt onwaarschijnlijk.

1/ Moeten we opschalen of terugschroeven ?
Honkbal is de favoriete vrijetijdsbesteding van Amerikanen; betogen die van Fransen. Maar wat vandaag plaatsvindt in onder meer Parijs en Marseille, de tweede stad van Frankrijk, heeft niets te maken met Franse scholieren die zich verzetten tegen een ‘neoliberale’ staat die het onderwijs kapotmaakt.
Waarmee dan wel ? Met de kinderen van Afrikaanse en Arabische migranten die elk excuus aangrijpen om een stad te vernietigen die de hunne niet is. Die niet het beste voorhebben met een volk, een economie en een land waarvoor zij, in het beste geval, geen enkele loyauteit koesteren of waartegenover zij, in het slechtste geval, vijandig staan. Hun boodschap is dat ‘alles kapot moet’, in de intussen memorabele woorden van een Afrikaanse jongeman voor de camera van VRTNWS, uitgesproken tijdens de vakbondsbetoging in Brussel anderhalve week geleden. Tout casser.
Nu is het, uiteraard, waar dat ook autochtonen wel eens een vuilnisbak in brand steken of een winkelraam ingooien. Wie dat ontkent, is ziende blind. Maar het is ook oneerlijk om niet toe te geven dat het anti-patriottisme van niet-Europeanen in Europa’s binnensteden een belangrijke bijdrage levert aan de kwantiteit en intensiteit van het geweld. Europese leiders denken daarom na over hoe de belastingen betaald door hun burgers het best ingezet worden: een structurele en permanente verzwaring van het veiligheidsapparaat of een kortstondige, eenmalige uitzetting.

2/ Is remigratie de vreedzame oplossing ?
Een Parijs dat Franser was dan dat van vandaag, had dit geweld niet meegemaakt. Een Luik of een Brussel dat Belgischer was evenmin. Uitgezonderd mandatarissen van politieke partijen die al in belangrijke mate afhankelijk zijn van de migrantenstem, trekt niemand dat echt in twijfel.
Een Europese overheid die de controle wil herwinnen over haar hoofdstad – vaak de historische, commerciële en culturele parel van het land – heeft er daarom alle baat bij die hoofdstad opnieuw meer te doen lijken op de rest van het land. Demografie is niet enkel een prima voorspeller van, onder meer, werkloosheid en criminaliteit, maar ook van verkiezingen. Immigranten en hun nakomelingen stemmen namelijk steevast op partijen die meer immigratie willen. Zo stemde 70 procent van de Franse moslims in 2022 op Jean-Luc Mélenchon, dé cheerleader van deze relschoppers. (Bij blanke Fransen was dat rond de 15 procent.)
Niet de toekomst die we willen, wel de toekomst die we krijgen
Het alternatief is dat Europeanen het heft in eigen handen nemen. Her en der zagen we al jonge Fransmannen, in groepjes van vaak maar enkele tientallen, zelfopgelegde bewakingsopdrachten uitvoeren. Dat is niet de toekomst die we willen, wel de toekomst die we krijgen wanneer de officiële ordediensten dit soort geweld niet kunnen verhinderen. Over de vraag of remigratie de meest radicale oplossing is, vloeide al veel inkt. Over de vraag of remigratie de meest vreedzame is veel minder.

3/ Zijn remigratieactivisten eerlijk ?
Wie een Europeser Europa wil, begint met een immigratiebeleid dat veel minder niet-Europeanen toelaat. Dat principe is ook de beste garantie voor een vrij personenverkeer binnen de EU, aangezien landen die hun eigen verblijfsrecht als snoepjes uitdelen in het vizier komen van andere, rechtse regeringen in andere landen (zie Ceuta). Europa is maar zo sterk als haar zwakste schakel, en als die schakel te zwak wordt, dreigen andere schakels de ketting breken (zie Brexit).
Het probleem vandaag is dat zelfs een volledige niet-Europese immigratiestop, voor zover gewenst, de al opgelopen schade niet tenietdoet. Mensen die hier beter niet zouden zijn, zijn hier al. Niet al die mensen mógen hier zijn (illegalen), of mogen hier voor altijd blijven (initieel : vluchtelingen, arbeidsmigranten), maar blijven niettemin tot het einde van hun dagen. Illegaal, of legaal, zoals na een zoveelste regularisatiecampagne.

De moeilijkste categorie zijn zonder twijfel de vreemdelingen die eigenlijk geen vreemdeling zijn: mensen met de Franse, Belgische of een andere Europese nationaliteit. Strikt genomen kunnen zij niet ‘gerepatrieerd’ worden, aangezien zij zich al in hun patria, hun vaderland, bevinden. Daaraan valt een mouw te passen voor dual nationals, maar voor relschoppers met enkel de Franse of Belgische nationaliteit kan een uitzetting enkel resulteren in de staatloosheid. En dat mag niet, toch niet volgens een verdrag dat België ondertekende.
Remigratieactivisten moeten daarom eerlijk zijn over de draagwijdte van hun plannen. Willen zij de internationale wet veranderen of willen ze die naast zich neerleggen ? Dat laatste kan, maar maakt van dat land wel een paria. Tenzij, natuurlijk, voldoende landen het verdrag naast zich neerleggen. Want een wet die niemand volgt en niet afgedwongen wordt, is geen echte wet.

Roan Asselman (1996) is politiek journalist, analist en redacteur van Doorbraak. Hij concentreert zich op de impact van massamigratie op Europese natiestaten, de invulling van politieke rechten in het digitaal tijdperk en de ethische vraagstukken binnen de (bio)medische wetenschap. Roan is jurist en bio-ethicus (beide KU Leuven) en behaalde een postgraduaat in het vermogensbeheer (EMS).
foto’s (c) Gazet van Hove.

