NIEUWS – door Jan Fabry – www.doorbraak.be .

‘Bart Maddens schreef een boek over de IJzerbedevaart met als titel Ondergang. Dat is veelzeggend.’

Voormalig notaris en historisch onderzoeker Bruno Indekeu bestudeert de Vlaamse Beweging en de bestraffing van collaborateurs. Daarvoor dook hij in honderden repressiedossiers. Zijn conclusies brengen hem in aanvaring met andere historici, onder wie Bruno De Wever, bij wie hij een doctoraat begon maar niet afmaakte.

Doorbraak sprak met deze ‘luis in de pels’ over het wegkwijnen van de Vlaamse beweging, de strategie van de N-VA en zijn eigen onderzoek. Een gesprek zonder een blad voor de mond.

de Vlaamse Beweging jaarlijks op stap … in Frans-Vlaanderen … aan de Peene …

Wat houdt de Vlaamse beweging anno 2026 nog in ?

Bruno Indekeu : Ik wil eerst zeggen hoe het zover is kunnen komen dat die Vlaamse beweging aan de afgrond staat. In de linkse pers, de digitale Encyclopedie van de Vlaamse beweging en Wetenschappelijke Tijdingen zie je een poging om die beweging zonder meer dood te schrijven, in de vorm van een karaktermoord. De Standaard was vroeger bijvoorbeeld het symbool van de Vlaamse beweging. Die is helemaal in handen gevallen van de linkse pers.

In die tijdschriften en de encyclopedie zitten heel wat figuren die maar één doel voor ogen hebben : de Vlaamse beweging minimaliseren, doodschrijven. Dan kom je tot de vaststelling dat ze daar zeer goed in geslaagd zijn.

De Vlaamse beweging heeft veel punten gehaald.

Het feit is ook wel : de Vlaamse beweging heeft veel punten gehaald. We hebben een bepaalde graad van autonomie en gelijkberechtiging bereikt. Misschien zijn onze huidige generaties verwend geraakt en vergeten ze hoe hard daarvoor geknokt is. We zijn in een comfortzone beland.

In het discours van de N-VA is er nog bijzonder weinig aandacht voor de Vlaamse zaak. Is dat nog een Vlaamse bewegingspartij, of eerder een klassieke liberale, conservatieve partij ? Bart Maddens schreef een boek over de IJzerbedevaart met als titel Ondergang. Dat is veelzeggend. Als je naar haar verleden kijkt en vaststelt dat daar nu geen kat meer in geïnteresseerd is, dan is dat confronterend.

Ook bij het Vlaams Belang vraag je je af welke thema’s nog over de Vlaamse eisen gaan. Je ziet alleen migratie en remigratie. Dat is geen louter Vlaams probleem. Daar hebben ze in Wallonië evengoed mee te maken.

Hoe is een Vlaamse zweeppartij als de Volksunie geëvolueerd naar de N-VA van vandaag ?

De Volksunie is bij haar opstart in de jaren 50 zeer fel tegengewerkt door de CVP. ‘Leuven Vlaams’ was een van haar strijdpunten, maar dat werd plots ‘Leuven links’. Na twee jaar kwam het Vlaamse aspect niet veel meer ter sprake. Het ‘Leuven Vlaams’ was door de linkse beweging geaccapareerd en omgeleid naar een maatschappelijk debat.

Die Volksunie heeft na de Tweede Wereldoorlog moeten knokken om ertussen te geraken. Later wilde ze samen met andere partijen een akkoord maken en was ze bereid tot toegevingen die haar eigen achterban dan weer niet wilde. Daar is met de Egmontkwestie een geweldige rel over geweest. Binnen de Volksunie ontstonden een linker- en een rechtervleugel. Uiteindelijk spatte ze uiteen en moest de N-VA de brokken lijmen.

Dat is een partij die macht wil, die wil regeren en die veel steunt op De Wevers denkwerk. Hij zag dat veel eisen van de Vlaamse beweging waren ingevuld. Hoe motiveer je je mensen dan nog ? Hij legt zich nu meer toe op het links-rechtsverhaal om in de gunst van de kiezer te komen. Elke politieke partij wil door zoveel mogelijk stemmen gedragen worden en door machtsuitbreiding op het bestuur van het land wegen.

In de partijstatuten blijft een onafhankelijk Vlaanderen het doel. Moet de N-VA daar dan zelf geen draagvlak voor creëren ?

Een politicus is een marktkramer. Die praat mee met de mensen, die spreekt hen niet tegen. Als hij van zijn klanten niets meer hoort over Vlaams-Waalse tegenstellingen, begint hij daar zelf ook niet meer over. Hij denkt : hoe kom ik in de gunst van de bevolking ? Wat leeft er ? Dan moet je al een gek zijn om niet te begrijpen dat de Vlaamse beweging niet meer of nog amper leeft.

art. 1 Statuten N-VA

U legt ook een verband met de associatie tussen Vlaams-nationalisme en fascisme. Waar komt die volgens u vandaan ?

‘Leuven Vlaams’ schakelde heel vlug naar een maatschappelijk debat, links tegen rechts. Ik heb nooit gemiliteerd bij Amada, ook nooit aan de Vlaamse kant. Bij de scouts werd over Vlaanderen niet meer gesproken. We hadden in de jaren 70 nog wel een Vlaamse leeuw in de vlaggencollectie, maar daar hield het dan ook op.

Toen ik in ‘74 in Leuven student werd, zag ik die hordes VMO, zeer gemilitariseerd en in uniform. Mijn generatie beschouwde hen als fascisten, degenen bij wie je echt niet wilde horen. Dat heeft lang nagewerkt. Die aversie van die studentengeneratie is ook overgegaan op het Vlaams Blok, met zijn zeer brutale uitspraken. Daardoor was de Vlaamse beweging uiteindelijk geen thema meer.

Bruno De Wever is er eigenlijk in geslaagd om de geschiedenis te herschrijven. Ik durf gerust te zeggen : te manipuleren of te vervalsen

In die aversie heeft ook de wetenschappelijke wereld zijn rol gespeeld. Gents hoogleraar Bruno De Wever en zijn ploeg zijn linksgeoriënteerde historici. Hij komt uit een Vlaams-nationalistisch nest, ging studeren in Gent en kwam met die denkwereld in contact. Hij werd tegenstander van het Vlaams-nationalisme. Hij ontwikkelde dat op, zoals hij zelf zegt, een wetenschappelijke manier, met publicaties en door de boodschap door te geven aan assistenten en studenten.

Bruno De Wever is er eigenlijk in geslaagd om de geschiedenis te herschrijven. Ik durf gerust te zeggen: te manipuleren of te vervalsen. Daardoor is bij veel jongeren het idee gegroeid dat al die flaminganten fascisten waren. Dat leeft tot vandaag door en daardoor weegt een zware verantwoordelijkheid op Bruno De Wever, die voor degene die het vergeten zijn de broer is van onze actuele premier, Bart De Wever. De twee broers kwamen uit een Vlaams-nationaal nest en een dubbeltje kan soms bijzonder raar rollen.

Welke rol speelt die associatie met fascisme in de strategie van de jongere broer, Bart De Wever ?

Ik vermoed dat hij dezelfde analyse gemaakt heeft en probeert om ervoor te zorgen dat de Vlaamse beweging bij de doorsnee kiezer niet als louter fascisme gepercipieerd wordt. De gedachte : ‘Bart De Wever kun je geen fascist noemen.’ Daarmee wilde hij absoluut niet geassocieerd worden. Hij heeft er daarom ook op gehamerd : we willen niet met het Vlaams Belang samenwerken, we willen geen coalities met hen.

Hij kon niet anders dan die Vlaamse beweging ook wat aan de kant schuiven en over migratie naar een voorzichtiger discours te evolueren dan het Vlaams Belang. Voor de rest is zijn partij eerder een liberale partij geworden. Dat is het verwijt van Bart Maddens en anderen die menen dat niet alleen Bruno maar ook Bart De Wever de Vlaamse beweging mee helpen doen verdwijnen, al zijn de motieven bij de twee broers niet dezelfde. Niet bewust gewild (zoals bij Bruno wel het geval is), maar wel door Bart strategisch zo gespeeld.

Zou Bart De Wever de Vlaamse beweging terug omarmen als zijn politieke rol is uitgespeeld ?

Iets wat morsdood is, of quasi morsdood, in je armen sluiten: wie doet dat ? Ik denk dat hij nog belangstelling heeft, maar bijna uitsluitend historisch. Hij is dan ook historicus van opleiding en was in Leuven aan het doctoreren over een Vlaams-nationaal onderwerp voor hij zijn academische jas aan de wilgen hing en zich in de politiek stortte.

Franstaligen tegen Vlamingen. Hoe België als natie mislukte

Ziet u dan nog een kans op een nieuwe staatshervorming ?

Bart Maddens heeft in 2010 tegen De Wever gezegd: Wallonië bestrijden hoeft niet. Wacht tot het geen geld meer heeft en bij ons komt bedelen. Wat zien we nu met de begrotingsperikelen ? Vlaanderen kan Wallonië niet blijven ondersteunen. Dat zie ik als het enige lichtpuntje voor een heropleving van de Vlaamse beweging. Maar het is geen echte taaleis meer, het is puur economie.

De enige manier voor Vlaanderen om onafhankelijk te worden is alle schulden van Wallonië en Brussel op ons nemen.

Enkele jaren geleden sprak ik op een receptie in Sint-Pieters-Leeuw met de burgemeester. Het ging toen al slecht met Brussel en Wallonië. Ik zei hem dat de enige manier voor Vlaanderen om onafhankelijk te worden, erin bestaat dat wij bereid zijn alle schulden van Wallonië en Brussel op ons te nemen. De man schrok, maar mij lijkt dit de enige weg. Nu zijn we zeer dicht in die buurt, met die begroting waarover men maar moeilijk een akkoord bereikt.

Als burgemeester zei De Wever vaker dat die Vlaamse autonomie, of de Republiek Vlaanderen, er vroeg of laat zou komen. Als premier van dit Belgenland kun je zulke uitspraken moeilijk herhalen of hardmaken. Door het slechte beheer in Wallonië en Brussel kan hij nu toch op dat thema terugkomen. Het probleem dient zich aan als een mooie grote taart die hij gewoon moet opeten.

U onderzoekt zelf de bestraffing van collaborateurs uit de Tweede Wereldoorlog. Wat leren die dossiers u ?

Ik zie hoe er met verschillende maten en gewichten gewerkt is. Justitie heeft de Vlaamse beweging eigenlijk willen onthoofden. Ik heb dat puur juridisch ontleed. Onpartijdigheid van rechters is een groot principe. Ik heb veel repressiedossiers in het Rijksarchief bekeken en goed gelezen. Als je ziet hoe rechters die mensen in volle rechtszaal beschimpten, weet je dat die onpartijdigheid puur op papier bestond.

Dat merk je al tijdens de oorlog. In een artikel in de Tongerse Annalen heb ik onder de titel Fifty Shades of Grey geanalyseerd hoe de communistische partizanen, vooral in Limburg, zoveel mogelijk VNV-figuren wilden afknallen. In de zomer van 1944 smeekte VNV-topman Theo Brouns bij de parketmagistraten om dat moorden te doen stoppen. Maar deze magistraten, bijvoorbeeld in Tongeren, deden precies het tegenovergestelde. Als een partizaan opgepakt werd, lieten ze die zo snel mogelijk vrij. Als er wapens van de Weerstand gevonden werden, lieten ze die verbergen. Dat was meewerken met het verzet, ook als dat VNV’ers uitmoordde. Niet iedereen heeft dit artikel graag gelezen, daar hoeft echt geen tekening bij.

Waar werkt u nu aan ?

Ik wil kijken naar een dozijn oorlogsburgemeesters in Limburg, van noord naar zuid. Daar zaten zeer zwarte schapen bij, die met de Duitse geheime politie samenwerkten en mensen verklikten. Maar er waren er ook die helemaal niet zo waren. Toch zijn die door Nico Wouters in zijn boek Oorlogsburgemeesters 40/44 vaak over dezelfde kam geschoren. De visie van dat boek wil ik bestrijden en zeggen : zo duidelijk en eenvoudig was het niet.

Voor uw onderzoek begon u een doctoraat bij Bruno De Wever. Hoe is dat verlopen ?

Iemand had mij ingefluisterd : ga bij Bruno De Wever doctoreren, want hij zorgt ervoor dat je toegang krijgt tot de archieven van het Krijgsgerecht in het Rijksarchief. Jan Peumans heeft mij ook gepusht. Uiteindelijk heeft Bruno De Wever mij na veel vijven en zessen geaccepteerd. Hij vroeg waarover ik ging schrijven. Over de regio van Lommel, zei ik. Veel te klein, je moet dat opentrekken, zei hij.

Bruno De Wever heeft mij eerder tegengewerkt dan gesteund.

Dat is ongeveer het enige advies dat ik van hem gekregen heb. Je zou van een promotor verwachten dat hij jou een beetje stuurt. Maar de professor had naar alle waarschijnlijkheid gevoeld dat ik die VNV’ers als mensen beschouwde, niet als duivels. Dat zinde hem absoluut niet. Hij heeft mij daarna eerder tegengewerkt dan gesteund. Ik vond dat overigens geen ramp, want ik had toegang tot de archieven. Ik heb een jaar lang het Rijksarchief in Brussel bezocht en tweehonderd dossiers grondig bekeken. De informatie die ik wilde hebben, had ik. Ik ben gestopt met doctoreren, maar dat boek komt er bij leven en welzijn nog wel.

Waarom is dat onderzoek nog niet gepubliceerd ?

Ik heb opzettelijk gewacht, omdat ik als in Lommel getogen jongere en later ook nog notaris zoveel kinderen van collaborateurs kende. Dat wringt wel een beetje. Het idee was en is nog steeds : ik maak daar ooit iets over, maar ik ga een beetje wachten tot de tijd een aantal wonden heeft geheeld.

leider van het VNV

Ervaart u ook moeilijkheden bij het publiceren van uw artikelen?

Ik stuur geregeld artikelen naar Wetenschappelijke Tijdingen. Een van de redacteurs is Nico Van Campenhout, die mij in zijn recensie over mijn boek over Theo Brouns in de grond geboord heeft. Als ik een artikel stuur, komt er een rapportje. Dan lees ik tussen de regels gewoon dat hij die rapporten schrijft. Die zijn altijd afkeurend, waardoor mijn artikelen worden geweigerd. De terechte opmerkingen neem ik dan mee. Ik herschrijf mijn artikel dan en publiceer het in een ander tijdschrift. Daarna stuur ik het nog eens naar hem of naar Bruno De Wever, en zeg : ik moet u danken dat u mij geweigerd hebt, want ik heb het artikel dankzij uw opmerkingen kunnen verbeteren. Ze zien me niet graag komen.

Ik ben een beetje de missionaris van de collaborateurs.

Waarom blijft u dat gevecht aangaan ?

Wanneer ik bij Bruno De Wever een punt aankaart, zegt hij dat je daarover niet meer moet schrijven, omdat er een zogenaamde historische consensus over is. Ik antwoord hem dan steevast : wie heeft die consensus kunstmatig gemaakt ? Jij en al die acolieten, al die mensen die bij jou gestudeerd hebben.

Ik ben een beetje de missionaris van de collaborateurs. Dat is soms een ondankbare rol. Als ik hier in het Leuvense met mensen van de universiteit spreek, word ik snel als fascist gepercipieerd, hoewel ik dat allesbehalve ben. Maar naar mijn aanvoelen heb ik een morele plicht om tegen die stroom in te roeien. It’s a dirty job, but someone has to do it.

Jan Fabry (°1991) is journalist bij Doorbraak en doctor in de Nederlandse filologie. Hij woonde en werkte in België, Frankrijk, Polen en Tsjechië als leerkracht en onderzoeker. Zijn interesses situeren zich op het snijvlak van politiek, taal, geschiedenis en identiteit, met een bijzondere aandacht voor Vlaanderen en de Lage Landen.

foto’s (c) Gazet van Hove.