
door Filip Van Laenen in ’t Pallieterke .
Anneleen Van Bossuyt (N-VA), federaal minister van Maatschappelijke Integratie, stuurde vorige week een omzendbrief rond naar de OCMW’s, met de vraag strenger op te treden tegen leefloners die niet willen werken. Het liet zich raden dat die omzendbrief niet overal in goede aarde zou vallen, maar sommigen reageerden ook dat het beleid zelfs nog wat strenger mag.
De omzendbrief van Van Bossuyt, in combinatie met haar verdere communicatie in de sociale media, doet toch wel de wenkbrauwen fronsen. De minister vindt dat men zich in het verleden te laks gedragen heeft tegenover leefloners die werk weigeren omwille van culturele of religieuze redenen. Ook haalt ze aan dat sommigen weigeren de lokale taal te leren.

Man en paard
Het siert Van Bossuyt dat ze ook man en paard noemde. Zoals de lezer ongetwijfeld al kon raden, gaat het hier echt niet over Björn en Agnetha uit Zweden die weigeren Nederlands te leren, en omwille van hun lutherse achtergrond niet in de keuken van een katholiek ziekenhuis willen werken. Dat Van Bossuyt zo expliciet was in haar communicatie, werd haar overigens niet door iedereen in dank afgenomen, omdat ze zo de islam te veel had geviseerd.
Tegelijkertijd speelt Van Bossuyt ook gevaarlijk spel. De grootste concurrent van haar partij, toch qua aantal kiezers, het Vlaams Belang, verkondigt immers al jaren dat bepaalde bevolkingscategorieën onrechtmatig aanspraak maken op een leefloon, zonder dat ze aangepakt worden. Met haar omzendbrief geeft de minister die partij nu feitelijk gelijk.

Politieke manoeuvres
Sommigen zagen in de rondzendbrief meteen een politiek manoeuvre. Terwijl Vooruit bij de federale begrotingsonderhandeling meer lasten op de schouders van de rijksten wil leggen, zou de N-VA op deze manier proberen om alweer de armsten en de zwaksten in de samenleving te treffen. Daar hoort natuurlijk ook de context van de beperking van de werkloosheid in de tijd bij, waardoor een aantal werklozen nu instromen naar een leefloon. De federale regering had erop gehoopt dat niet meer dan een derde van de langdurige werklozen bij het OCMW zouden aankloppen voor een leefloon. In de praktijk blijkt het iets meer dan de helft te zijn.
Dat enkele OCMW’s scherp zouden reageren op de rondzendbrief, hoeft natuurlijk niet te verbazen. Zo beweert Sébastien Lepoivre, voorzitter van de federatie van Brusselse OCMW’s, in BRUZZ dat hij de afgelopen acht jaar als OCMW-voorzitter nog nooit een religieuze reden gehoord heeft om werk te weigeren. Zoiets wekt indruk uit de mond van een PS’er, maar niet op de manier die hij bedoelde.
Wie ook van zich liet horen, was de Gentse schepen Astrid De Bruycker. Zij heeft wél weet van iemand die werk weigerde omwille van culturele redenen : een raciste die niet wou werken met mensen met een andere huidskleur, en die daarop ook haar leefloon verloor. Volgens haar zou dat ook het enige geval geweest zijn in de afgelopen twee jaar, en ze beschuldigt de minister dan ook van “platte stemmingmakerij”. We geven de lezer nog mee dat De Bruycker in de stad van licht en liefde voor Vooruit in de gemeenteraad zit en dat Van Bossuyt in diezelfde gemeenteraad de N-VA-fractie leidt.

Niet streng genoeg
Hoewel de titels van de artikels in de media suggereren dat de OCMW’s uitsluitend negatief reageren, lazen we in De Standaard en het Nieuwsblad toch ook reacties van een heel andere orde. Dat de Antwerpse schepen Natalie Van Baren (N-VA) veel milder reageert, verbaast natuurlijk niet. Maar opmerkelijker is dat de Roeselaarse schepen Bart Wenes, die toch van CD&V is, het beleid nog niet streng genoeg vindt.
Zijn probleem ? Hij ziet mensen die zich verzetten tegen onze samenleving, de buurt terroriseren, zich agressief gedragen tegen maatschappelijke werkers en toch doodleuk een leefloon blijven opstrijken, zonder dat hij daar iets tegen kan of mag ondernemen. We nemen aan dat zowel De Bruycker uit Gent als Lepoivre uit Evere het bij zoveel institutioneel racisme horen donderen in Keulen…

foto’s (c) Gazet van Hove.

