ANTWERPEN
Het gaat niet slecht met de biersector. Het aantal brouwerijen in ons land is in vijftien jaar tijd meer dan verdubbeld. Momenteel zijn er zo’n 250. De meeste daarvan zijn gevestigd buiten onze contreien, maar ooit was het anders. In zijn boek ‘Antwerpse Brouwerijen vroeger en nu’, telde Ivan De Rycke er 102. De geschiedenis van al die brouwerijen schetsen zou ons uiteraard veel te ver leiden, maar toch duiken we graag met de auteur in de geschiedenisboeken.
In de Middeleeuwen was water levensbelangrijk, maar niet drinkbaar. ‘In de vijftiende eeuw kenden we de verzilting (het geleidelijk toenemen van het zoutgehalte) van de Schelde door het doorbreken van de Honte, de vroegere Westerschelde, en vlieten (of watergang, een waterloop met vrij wateroppervlak), zoals Dambrugge (nu nog steeds bekend als den Dam) in 1450 en de Herentalse Vaart (die ontspringt in Wommelgem). Gilbert Van Schoonbeek (1519-1556) gaf de stad schenkingen die dienden voor het ontwikkelen van een gebied ten noorden van Antwerpen. De bouw van een Waterhuis in 1552 distribueerde deugdelijk water voor de zestien nabijgelegen brouwerijen. Antwerpen werd in plaats van een bierimporteur, een exporteur. Accijnzen op bieren zorgden in 1600 voor de voornaamste bron van inkomsten : 67%.’
Er ontstond een brouwmonopolie dat onvermijdelijk leidde tot conflicten. ‘Brouwerijen in de oude stad en Borgerhout moesten worden gesloten. De burgers begonnen te twijfelen over de kwaliteit van het bier. Door de 80-jarige oorlog werd er bespaard op de ingrediënten van het bier en boekweit (ook Fagopyrum genoemd, wat letterlijk vertaald beuktarwe betekent). De eis om zelf te brouwen in de stadsbrouwerijen werd heviger. Brouwerijen in de Nieuwstad waren in handen van rijke lui die opklommen tot stadspatriciaten, ‘Brasseurs d’affaires’. De Antwerpse brouwerijen waren groot en rijk. Ook de clerus maakte bier in haar abdijen en moest geen accijnzen betalen. Plattelandsbrouwerijen rond Antwerpen waagden hun kans. Je had hoevebrouwerijen, die brouwden volgens de seizoenen met goede grondstoffen (brouwgranen en biezen). Daarenboven waren er de herbergbrouwerijen, die bijzonder in trek waren bij de echte Sinjoren en de Hoven van Plaisantie, buitenverblijven voor gegoede burgers. Eén ervan was ‘De Plaisante Hof’, de huidige brouwerij De Koninck.’
Later in de geschiedenis werd de vraag gesteld of men al dan niet industrieel moest gaan brouwen. ‘In de negentiende eeuw was er een massale opkomst van brouwerijen maar die verdwenen even snel, door de industriële revolutie, de opkomst van frisdrank, de mondialisering, de twee wereldoorlogen,… De stoommachine werd uitgevonden, later kwamen er gas- en elektrische motoren. De controle op bouwprocessen was enorm. De Franse scheikundige Louis Pasteur ontdekte dat er verschillende gistcellen bestonden en dat niet alle gisten geschikt waren voor een even goede gisting en bijgevolg de smaak van wijn en bier bepaalden. In de tweede helft van de negentiende eeuw kwam het bier met lage gisting op de markt. Daarvoor waren dure koelinstallaties nodig. Nadien volgde pils, dat enorm populair werd, en leidde tot schaalvergroting en concentratie van de productie. Het bier werd ook efficiënter verpakt, maar toch werd het bierverbruik alsmaar kleiner : van 200 liter per hoofd in 1900 naar 75 liter op het einde van de 20ste eeuw. Brouwerijen schakelden over op de aanmaak van frisdrank. Bier werd geïmporteerd vanuit Duitsland, na de eerste wereldoorlog vanuit Engeland. Het transport gebeurde niet langer met paard en kar maar met containerschepen en vrachtwagens. Reclame voor bier werd een vast gegeven in het straatbeeld.’
Bezetter eist brouwerijen op
Het onvermijdbare gebeurde : kleine brouwerijen werden opgeslorpt en deden enkel nog dienst als drankendepot. ‘Op bevel van de bezetter werden tijdens de tweede wereldoorlog de meeste brouwerijen gesloten. Er was een gebrek aan grondstoffen. Noodgedwongen schakelde men over op bier met een laag alcoholgehalte. Men ging op zoek naar alternatieven zoals suikerbiet. Door gebruik van extra suiker gaf men meer smaak aan het bier. De overgebleven brouwerijen werden enkel nog gebruikt om Wehrmacht Bier te produceren. Ook paarden, trekossen en muilezels mochten niet langer worden gebruikt. Jaren later, rond de jaren ’80, werd het recupereren van bakken en flessen haast verplicht en werd het statiegeld ingevoerd.’
Wie de geschiedenis van alle 102 brouwerijen wil kennen, moet uiteraard het boek kopen, maar toch halen we er een aantal uit : Bavaro Belge (Plantin Moretuslei, brouwde verschillende biertypes), Tivoli (Pyckestraat, was tot in 1977 een depot van Lamot), Le Lion (Coebergerstraat, ooit de grootste brouwerij van Antwerpen, nu staan er lofts), De Koninck (de overlever aan de Boomgaardstraat met een uniek belevingscentrum), Van den Bergh (Oude Leeuwenrui), Royers (Ankerrui), Gebroeders Hermans (Adriaan Brouwerstraat), E.B. Meeussen (eveneens Adriaan Brouwerstraat, ook eigenaar van een azijnbrouwerij op de Oude Leeuwenrui), Claes (Stijfselrui, gestopt in 2005), Matthieu (Duinstraat, brouwerij met een typisch Vlaams karakter, brouwde het Weinachtenbier en had ook een vestiging – De Halve Maan – in Merksem), Van der Molen (Violetstraat), De Eik (Potgieterstraat, brouwde een troebel bier), Van Waeyenberch (Waalderstraat, één van de eersten om flessenbier te produceren), Ceulemans (Lange Lobroekstraat), Vuylsteke (Kanonstraat), Desmedt (Korte Gasthuisstraat, een microbrouwerij in handen van broer en zus) en de Abdij (Abdijstraat).
We geven ook enkele opmerkelijke brouwerijen rond Antwerpen mee : De Hertog (Deurne, produceerde tot in 1968 de Affligem-bieren), Hobsor (Hoboken, waar talrijke evenementen plaatsvonden), Veraart (Stabroek), Beirens (Wommelgem, een zeer oude brouwerij aan de Herentalse Vaart, brouwde Tipsor, dat sinds mei 2016 na bijna 50 jaar opnieuw wordt geproduceerd, dankzij Jooz Beirens), De Populieren (Mortsel, aan de Antwerpsestraat, ondertussen een woonproject met een gelijknamig dienstencentrum) en Verlinden (Brasschaat, brouwde trappist. De Trappisten kochten de benaming over). Ook in de psychiatrische kliniek Sint-Amadeus in Mortsel werd van 1895 tot 1921 bier gebrouwen.
Wie nu in onze streek nog een brouwerij wil bezoeken kan uiteraard terecht bij De Koninck, maar ook in ’t Pakhuis (Vlaamse Kaai, opgericht in 1996), de Antwerpse Brouw Compagnie (Noorderpershuis, maker van Seefbier) en De Keukenbrouwers (Hove, gekend van Hip Hop Modeste). Nieuwkomers zijn bieren Cabardouche (Borgerhout), In Glorious Brew Stars (Deurne), Wapper (Wapenstraat) en d’Oude Caert (Brasschaat).
(EM)
*Ivan Derycke schreef verschillende boeken, onder meer ‘Antwerpen Bierstad’, 277 pagina’s en uitgegeven door Pandora. ISBN 978-90-5325-327-4.
Foto’s (c) Gazet van Hove.






