Het is dinsdagnamiddag wanneer ik dit stukje neerschrijf. Op dit ogenblik zijn er wereldwijd al een goede 2.700 doden door het coronavirus. Het virus is nu al in dertig landen ‘actief’. Het wordt bang afwachten wanneer de eerste besmettingen gaan opduiken in ons land.
2.700 doden door het coronavirus. Ik wil dat cijfer en de gevolgen zeker niet minimaliseren, maar noteer dan ook even dat in 2018 er 3.700 christenen stierven door geweld in Nigeria; in 2019 was dat aantal wel ‘geslonken’ naar 1.350 mensen. We gaan er dus op vooruit (sic). Maar het zijn allemaal slachtoffers van moslimterreur. En dan is Nigeria nog niet het ‘ergste’ land. In de top vijf van de landen waar de christenvervolging het ergst is, staan vier landen met een islamistisch bestuur : Pakistan, Libië, Somalië en Afghanistan. Op de eerste plaats staat Noord-Korea – tiens, daar hebben we Peter Mertens nog nooit iets over horen zeggen -, waar de staat zélf de christenen onder de knoet houdt en probeert ‘herop te voeden’.
In de sub-Sahara is er van alles aan het gebeuren. Neem nu de Centraal-Afrikaanse Republiek : in 2018 ‘goed’ voor 146 christelijke slachtoffers, maar in 2019 steeg dat aantal naar 924. De plaatselijke regimes krijgen af te rekenen met militante islamistische groeperingen. Een ander voorbeeld is Burkina Faso. De Burkinese regering heeft niet de middelen om de eigen bevolking te beschermen tegen de islamistische terreurgroepen. De clans overvallen plaatselijke dorpen, waarbij christenen de keuze krijgen; ofwel gedood worden ofwel zich bekeren tot de islam; vorig jaar moesten onder druk van de clans in Burkina Faso zo’n 200 kerken de deuren sluiten.
Naast Afrika is de toename van de christenvervolging ook goed merkbaar in Azië, denk maar aan de aanslagen op christelijke plaatsen in Sri Lanka en Indonesië.





