
www.doorbraak.be – door Mark Deweerdt.
Gwendolyn Rutten, Vlaams Parlementslid, burgemeester van Aarschot en oud-voorzitter van Open Vld, heeft het ‘moeilijk met het gemak waarmee we’ in deze coronacrisis ‘grenzen verleggen en vrijheden opgeven’, zo liet ze in De Tijd weten. ‘Er is een kader nodig dat garandeert dat covid-maatregelen beantwoorden aan de principes van tijdelijkheid, proportionaliteit en democratische of gerechtelijke controle’, schreef Rutten. ‘Anders houden we misschien onze gezondheid over, maar zijn we de vrijheid voor altijd kwijt.’
Dat een liberale politica opkomt voor ‘vrijheden’ en ‘de vrijheid’: iets anders durft een mens niet te verwachten. En dus verwacht een mens dat een liberale politica het toejuicht dat de Raad van State de overheid verplicht vrijheidsbeperkende maatregelen bij te sturen. Doch daarin vergist zich de mens.
Zes vrijheden
Wat is het dat Rutten steekt ? Enkele leden van de Joodse gemeenschap zijn, zoals bekend, naar de Raad van State getrokken om de beperking van de collectieve uitoefening van de vrijheid van eredienst aan te klagen. Van de Raad van State hebben ze (gedeeltelijk) gelijk gekregen. Daar heeft Rutten het ‘moeilijk mee, zeker als niet-gelovige’.

De ‘vrijheid van eredienst en vrije openbare uitoefening ervan’ is een van de zes vrijheden die de grondwet uitdrukkelijk als vrijheid waarborgt. De andere zijn : de vrijheid van de persoon; de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten; de vrijheid van onderwijs; de vrijheid van drukpers; de vrijheid van gebruik van de in België gesproken talen.
Voor Gwendolyn Rutten is de ene vrijheid blijkbaar de andere niet. Hoe anders is het te verklaren dat ze het er ‘moeilijk mee’ heeft dat de Raad van State een vrijheidsbeperkende coronamaatregel gewogen en op grond van de vrijheid van eredienst en de openbare uitoefening ervan te licht bevonden heeft ?
‘Glad ijs’
Met zijn arrest van 8 december begeeft de Raad van State zich volgens mevrouw Rutten ‘op glad ijs door de vrijheid van religie een stukje “heiliger” te maken dan andere vrijheden’. In haar lezing van het arrest ‘krijgt de vrijheid van religie een bijzondere status boven andere vrijheden. Wat voor de vrijheid van meningsuiting (betogingen bijvoorbeeld) niet kan, kan voor de erediensten wel’, schreef ze in De Tijd.
Waarbij ze dan nog suggereert dat de staatsraden zich lieten inspireren door het ‘door conservatieven gedomineerde’ Hooggerechtshof van de Verenigde Staten, dat vond ‘dat het verbod op het organiseren van een eredienst in de staat New York ongrondwettelijk was’.
Geen vergelijking

In het kader van de coronacrisis heeft de Raad van State één keer een maatregel getoetst aan een andere grondwettelijk gewaarborgde vrijheid, die van de persoon. In een arrest van 30 oktober hebben de staatsraden erkend dat de avondklok (van middernacht tot 5 uur) een ‘beknotting’ vormt van de ‘vrijheid van een persoon om te komen en te gaan’ en ‘op het eerste gezicht slechts toelaatbaar kan worden geacht indien ze nodig is om een wettig doel te bereiken’.
Omdat de avondklok ertoe moest bijdragen te voorkomen dat het Belgische zorgsysteem crashte, vond de Raad van State dat, gelet op de toenmalige epidemiologische situatie, de avondklok ‘redelijkerwijze noodzakelijk [mag] worden geacht om dit wettig doel [het voorkomen van een crash van het zorgsysteem] te bereiken’. Daarom heeft de Raad van State het verzoek om de zogenaamde avondklok te schorsen verworpen.
Intellectueel oneerlijk
Het is intellectueel oneerlijk om het arrest van 30 oktober te vergelijken met dat van 8 december en dan te concluderen dat voor de Raad van State de vrijheid van persoon minder belangrijk dan of minderwaardig aan de vrijheid van eredienst zou zijn. Allereerst was de epidemiologische situatie eind oktober (13.858 bevestigde positieve gevallen op 28 oktober) beduidend zorgwekkender dan begin december (1.814 gevallen op 6 december).
Bovendien heeft de Raad van State twee totaal verschillende gevallen beoordeeld. In het arrest van 30 oktober gaat het om het verbod zich tussen middernacht en 5 uur op de openbare weg en in de openbare ruimte te begeven, tenzij voor essentiële, niet-uitstelbare verplaatsingen. In het arrest van 8 december gaat het om de drie uitzonderingen op het verbod op collectieve uitoefening van de eredienst: huwelijk (met maximaal vijf personen), begrafenis (maximaal vijftien personen) en opname van een eredienst met het oog op verspreiding (maximaal tien personen).
Onevenredig

Vijftien is nog altijd de helft minder dan het maximum van dertig dat de Franse regering had opgelegd en dat de – voor zover bekend niet ‘door conservatieven gedomineerde’ – Conseil d’Etat op 29 november vernietigd heeft. In Frankrijk is er momenteel geen maximum meer; tijdens een eredienst moeten nu tussen elke aanwezige of elk gezin twee stoelen vrij worden gehouden en mag maar één rij stoelen of banken op twee gebruikt worden.
Kan een liberaal, zelfs een niet-gelovige, het daar moeilijk mee hebben ?

