Een beslissende wet voor de regionale talen ?

Tijdens de presidentsverkiezingen van 1988 wilde Antoine Waechter, milieukandidaat, “onze regionale identiteit tot bloei brengen […] door een statuut toe te kennen aan de Corsicaanse, Baskische, Occitaanse, Vlaamse, Bretoense talen en culturen… en een publieke financiering voor scholen in regionale talen.” Is het moment gekomen ? Op donderdag 8 april keurde het Franse parlement een wetsvoorstel goed dat werd ingediend door een Bretoense afgevaardigde, Paul Molac, gericht op “de bescherming en de bevordering van de zichtbaarheid van regionale talen”. Een deel van de afgevaardigden van La Republique En Marche van Macron verzette zich tegen deze wet, in navolging van hun minister Jean-Michel Blanquer, maar bij de stemming waren er niettemin 247 stemmen voor, 76 stemmen tegen en 19 onthoudingen. Dit is de eerste keer dat de Republiek haar regionale talen bij wet heeft erkend. De wet Molac voorziet in het bijzonder in de mogelijkheid om overeenkomsten te sluiten tussen de staat en de regio’s om het (niet-verplichte) onderwijs van regionale talen te bevorderen.

Bovendien erkent de wet het recht van gemeenten op tweetalige bewegwijzering en staat het openbare diensten toe om de regionale taal te gebruiken, bijvoorbeeld op openbare gebouwen, bewegwijzering, maar ook in institutionele communicatie. Werd hiermee bereikt waar generaties culturele activisten reeds twee eeuwen om gevraagd en op gehoopt hebben ? Het is verstandig om te wachten op de vijandige reacties van het staatsapparaat (ministeries, administraties op alle niveaus, drastisch toezicht op de aanvraag, enz.). Het Ministerie van Nationale Opvoeding sluit het Vlaams uit . Het ministerie erkent de volgende talen : Baskisch, Bretoens, Catalaans, Corsicaans, Creools, Gallo, Occitaans-langue d’Oc, de talen van de Elzas, de talen van de Moezellanden, Tahitiaans, Melanesische talen, Wallisisch en Futuniaans.
Hier zijn de argumenten van het ministerie om het Vlaams uit te sluiten (La Voix du Nord van 18/04/2021), gevolgd door mijn opmerkingen :
– Te weinig Vlaamssprekenden. Dit is een slecht argument omdat het Baskisch niet meer sprekers heeft, ongeveer 40.000.
– De ouders van de leerlingen zijn niet geïnteresseerd in dit onderwijs. Eigenlijk zijn daar geen studies over. De mogelijke interesse zal ook afhangen van het soort onderwijs dat aangeboden wordt. Zie verder.
– Vlaams is een dialect van het Nederlands. Dit is een slecht argument omdat Gallo een dialect van het Frans is en de talen van de Elzas en de Moezellanden dialecten van het Duits zijn.
– Te weinig geschoolde docenten. Het aantal beschikbare docenten zal afhangen van de definitie van de régionale taal van Frans-Vlaanderen. De leerkrachten Nederlands en dit zeer goed doen. Er is ook aanbod van docenten vanuit Belgisch Vlaanderen. Er zijn sterke argumenten om de overduidelijke onwil van het ministerie aan te pakken. Het blijft de zaak om geloofwaardige woordvoerders te vinden.
Censuur van de Constitutionele Raad

Op 21 mei heeft de Constitutionele Raad de wet gedeeltelijk gecensureerd door artikel 4 te schrappen met betrekking tot het mogelijke gebruik van taalbadonderwijs in de regionale talen, dat volgens hem in strijd is met artikel 2 van de Grondwet waarin wordt bepaald dat “de taal van de Republiek het Frans is”. In Bretagne en Baskenland wordt echter al geruime tijd met succes taalbadonderwijs gegeven; het verbod zou een doodvonnis zijn voor dit onderwijs. In 2008 was er een wetsvoorstel om aan artikel 2 van de Grondwet toe te voegen “in respect voor de regionale talen die deel uitmaken van ons erfgoed.” Dit voorstel heeft het niet gehaald. Er werd een artikel 75-1 toegevoegd om de regionale talen op te nemen als erfgoed. Nu zijn er opnieuw discussies over de juiste juridische interpretatie van artikel 2. Heel het dossier van de wet Molac is nu evenwel terecht gekomen in de campagne voor de regionale verkiezingen. Bijna elke dag zijn er nieuwe ontwikkelingen. In de volgende nieuwsbrief mag u een nieuw artikel verwachten.
Alain Walenne – vertaling : Gilbert Allemeesch.
(c) Andries Stevenskring, 2021 – 6.

Foto’s (c) Gazet van Hove.

