
Sciensano vreest naar eigen zeggen bovenal een rangschikking tussen de verschillende ziekenhuizen. Directeur Christian Léonard noemde het “vrijgeven van deze gegevens per ziekenhuis, zonder context” zelfs “gevaarlijk”.
“De argumenten van Sciensano grenzen aan onzin en minachting voor het parlement”
Oppositiepartij N-VA was op zijn zachtst gezegd niet opgezet met het uitblijven van de gegevens. Volgens Kamerlid Frieda Gijbels zijn de cijfers immers essentieel om de impact van de crisis te onderzoeken. “De argumenten van Sciensano om ze niet te geven grenzen aan de onzin en minachting voor het parlement. Een upgrade van deze commissie naar een volwaardige onderzoekscommissie lijkt nu onafwendbaar”, meent Gijbels.
De N-VA-volksvertegenwoordiger kreeg niet alleen bijval van haar collega’s in de oppositie, zoals Dominiek Sneppe (Vlaams Belang) en Sofie Merckx (PVDA), maar ook vele leden van de regeringspartijen vonden de gang van zaken niet kunnen.
Vandenbroucke wil Sciensano-cijfers vrijgeven, maar zonder namen van ziekenhuizen

Vandenbroucke zei dat hij Sciensano alleszins niet de opdracht had gegeven om de cijfers niet vrij te geven. Wel begreep hij naar eigen zeggen de argumenten die werden aangevoerd door het instituut. Hij stelde voor om de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid te vragen om de coronacommissieleden de cijfers te geven, maar wel zonder de namen van de ziekenhuizen erbij. Het zou dan gaan om de ruwe gegevens van ziekenhuisopnames, zoals de gemiddelde leeftijd en het geslacht van de patiënten, de duur van het verblijf, een eventuele opname op intensieve zorgen, en mogelijke onderliggende aandoeningen. Die zouden gegroepeerd kunnen worden per provincie.
“Voor een echt wetenschappelijke en epidemiologische analyse van die mortaliteitscijfers is echt wat meer tijd nodig, net als bijkomende analyses van Sciensano”, vond Vandenbroucke. De oppositie nam geen genoegen met het voorstel. Volgens hen toont de kwestie opnieuw aan dat een parlementaire onderzoekscommissie naar de coronacrisis nodig is.
Foto’s (c) Gazet van Hove.


