door Jurgen Ceder in ’t Pallieterke .
Na de overwinning van de bolsjewieken in de Russische burgeroorlog, wilde Lenin van het revolutionaire elan gebruik maken om West-Europa onder de voet te lopen, te beginnen met Polen. Na de Eerste Wereldoorlog bedreigde hevige sociale onrust de gevestigde orde. Lenin rekende erop dat de proletariërs de kant van hun communistische ‘bevrijders’ zouden kiezen. Hij gaf achteraf toe dat dit een vergissing was.

Wanneer Rusland in 1920 aanviel, bleek de trouw van de Poolse arbeiders bij hun land te liggen, niet bij hun klasse. Het was niet alleen de strategische bedrevenheid van Pilsudski die de Polen de overwinning op een overmacht bezorgde. Het ‘mirakel aan de Vistula’ zou volgens historicus Adam Zamoyski nooit mogelijk geweest zijn zonder “een grote nationale golf van mensen uit alle klassen en van beide geslachten die op allerlei manieren naar voren kwamen om de herboren staat en de beschaving waarin zij geloofden te redden”.
Hetzelfde dat Zamoyski beschreef zien we nu aan het werk in Oekraïne. Dit fenomeen heeft een naam. Het heet ‘nationalisme’. Ook een eeuw later is er nog steeds, tot spijt van wie het benijdt, geen enkele ideologie waar in moeilijke tijden zoveel kracht van uitgaat als nationalistische solidariteit en weerbaarheid. Poetin heeft net als Lenin de kracht onderschat van een volk dat vecht voor zijn land en zijn zelfbeschikkingsrecht.

In de Angelsaksische wereld heeft het woord nationalisme een nog negatievere bijklank dan in Europa, maar de conservatieve commentator Rich Lowry erkende vorige week dat het Oekraïense verzet een toonbeeld is van “rechtschapen nationalisme”. “De Oekraïners vechten niet voor democratie of abstracte rechten,” schrijft Lowry, “maar voor hun land en hun geboorterecht.”
Oekraïenser dan ooit
Op dit ogenblik is Cherson een van de weinige veroverde steden. Het is een stad die in 2010 nog voor de pro-Russische kandidaat Janoekovitsj had gestemd en waarvan Poetin dus kon verwachten dat zijn troepen er als bevrijders zouden worden onthaald. Het omgekeerde gebeurde. Zondag trotseerden honderden het betogingsverbod. Met blauw-gele vlaggen omsingelden ze de Russische tanks, tot ze door geweervuur werden verdreven. Cherson is bezet door de Russen, maar in geest Oekraïenser dan ooit.

Ook Odessa was lang Russischgezind. De burgemeester sprak een paar maand geleden nog zijn sympathie uit voor Poetin. Vandaag zijn hij en zijn stad, ondanks de naderende Russische troepen, volbloed Oekraïens geworden. Het koor van de opera van Odessa zong het Slavenkoor uit Nabucco en het Oekraïense volkslied, terwijl het meehielp zandzakjes aan te slepen voor de verdediging van de stad. Dan besef je dat Poetin niet kan winnen.
Ik had in een artikel van enkele weken vóór de inval voorspeld dat de Oekraïners zich niet gemakkelijk gewonnen zouden geven, maar ook ik ben verrast hoe een hele natie de wapens heeft opgenomen, figuurlijk of letterlijk, tegen de buitenlandse agressor. De vrijwilligers komen ook van over de grenzen. Naar schatting 200.000 Oekraïners die in hun veilige huizen in het Westen hadden kunnen blijven en die hun solidariteit hadden kunnen beperken tot een blauw-gele vlag op hun Facebook-profiel en een eenmalige deelname aan een betoging aan de Russische ambassade, zijn naar hun vaderland teruggekeerd om te vechten.

Verbazing en bewondering
Het doet vreemd aan. Kun je je hetzelfde voorstellen in dit land ? In het Westen is de idee je leven te riskeren voor je vaderland stilaan bespottelijk geworden. Met een mengeling van verbazing en bewondering kijken we nu naar de balletdansers van de Opera van Kiev die uniformen aantrekken, naar de pacifistische schrijver Artem Chapeye die naar het front trekt, naar de voormalige president van Oekraïne, Porosjenko, die met een machinegeweer doorheen Kiev patrouilleert om te helpen bij de bescherming van Zelenksy, de man die hem van de macht heeft verdreven.
De oorlog is begonnen omdat Oekraïne wilde behoren tot het Westen en Poetin dat weigerde te aanvaarden. Het is dan ook ironisch dat de Oekraïense weerstand steunt op waarden die net in dat Westen intussen worden verguisd of bespot : plicht, weerbaarheid, eigenheid, historische trots. De EU in het bijzonder, een ideologisch project gericht tegen nationalisme, juicht nu voor een weerstand gebaseerd op onversneden nationalisme. Er was altijd al iets ongerijmds aan het beeld van Verhofstadt die in 2014 op het Maidanplein nationalistische betogers aan het opzwepen was, die hij in eigen land zou verafschuwen en veroordelen.

Onbewust houdt de huidige golf van westerse solidariteit een herontdekking en waardering van die waarden in. De sympathie voor de Oekraïners steunt zeker op medeleven, maar nog meer op respect.
Ik wil eraan herinneren dat de initiële westerse reactie op de inval eerder zwak was. Het duurde dagen vooraleer de zwaarste economische sancties uit de kast werden gehaald en de legers van Europa hun hangars gingen leeg schrapen op zoek naar militair materieel voor Oekraïne. De reden was minder verontwaardiging over de brutale aanval dan de Oekraïense verbetenheid die de westerse lijdzaamheid beschaamde.
Links-liberale vernis
In de spontane golf van solidariteit voor het lot van de Oekraïners valt veel van het links-liberale vernis van onze beschaving weg. Het lijden van een ander Europees volk raakt ons duidelijk dieper dan het lot van Jemenieten of Syriërs. De westerse media zullen het niet graag horen, maar ook zij ondergaan met hun uitzonderlijke aandacht voor dit conflict die wetmatigheid. Daar is ook niets verkeerds mee.

Het is verbazend hoe snel ideologische onzin verdwijnt in contact met de harde werkelijkheid. Ik had het vorige week nog over de groene kaartenhuisjes rond energie, die in puin vallen en ons naar radicale beslissingen dwingen om een energiecrisis af te wenden.
De heilige gendergelijkheid blijkt ook niet bestand tegen oorlog. Zelenksy heeft alle mannen onder de 60 verboden het land te verlaten, zonder dat iemand dit in het Westen een discriminatie noemt. We vinden dit normaal, omdat het normaal ís. Er zijn ook duizenden vrouwen in dienst van het Oekraïense leger, maar slechts een minderheid van hen vecht aan het front.
Er zijn vele manieren om aan de strijd bij te dragen. Vrouwen in de inlichtingendiensten en hospitalen hebben al menig man het leven gered. De anderen worden geholpen met hun kinderen de grens over te trekken. Hebt u al iemand horen klagen over genderongelijkheid of voorbijgestreefd rollenpatroon ? Als het uur der waarheid komt, verdwijnen de luxeproblemen.
Op termijn kan de Russische agressie Europa helpen. Om de wijsheid van strategische onafhankelijkheid te herontdekken, in het bijzonder op gebied van energie, voedsel en defensie. Maar ook om er ons aan te herinneren welke waarden belangrijk zijn.
Intussen hopen we voor Oekraïne op een ‘mirakel aan de Dnjepr’. Het is niet onmogelijk.

Foto’s (c) Gazet van Hove.

