door Wannes Neukermans in ’t Pallieterke .
Nadat Vlaams Parlementslid Karl Vanlouwe (N-VA) midden maart aangaf slachtoffer te zijn van taaldiscriminatie – de telefoon werd neergelegd door een Brusselse apotheker omdat Vanlouwe Nederlands wilde spreken – voerde ’t Pallieterke een onderzoek uit. De conclusie is helaas niet verrassend te noemen : van de 100 apothekers die de redactie opbelde, waren er slechts 17 in staat ons te helpen in het Nederlands. Ook apothekersvereniging UPB-AVB vond de resultaten weinig verassend : “Wij zitten ook verveeld met dit probleem. Het valt moeilijk te verplichten, maar eigenlijk zouden apothekers in Brussel toch tweetalig moeten zijn.”
Karl Vanlouwe
Vlaams Parlementslid en deelstaatsenator (N-VA)
Gemeenteraadslid Ganshoren

“Midden maart begon ik wat symptomen van Covid-19 te krijgen, dus belde ik naar de apotheker van wacht voor informatie over een test”, begint Vanlouwe zijn verhaal. “De wachtdienst verbond mij door met een apotheker in Ganshoren, mijn thuisgemeente.” Karl Vanlouwe is in deze Brusselse gemeente trouwens ook gemeenteraadslid.
Toen Vanlouwe zijn uitleg in het Nederlands begon, hoorde hij aan de andere kant van de telefoon enkel gemompel : “Het ongenoegen over het feit dat ik Nederlands sprak, was duidelijk te horen. Na enkele ogenblikken werd de telefoon gewoonweg neergelegd. Ik belde dan maar terug naar de wachtdienst, die me uiteindelijk een apotheker aanwees in Asse.” Dat was de dichtstbijzijnde gemeente met een Nederlandstalige apotheker.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest was er dus geen enkele farmaceut te vinden die iemand in het Nederlands medisch advies kon geven. Bizar, aangezien Brussel (op papier) nog steeds tweetalig moet zijn. “De apotheker van wacht uit Asse heeft mij op een correcte manier kunnen helpen en doorverwezen naar de website en het testcentrum op de Heizel waar ik zondagochtend een PCR-test heb kunnen afleggen”, aldus Vanlouwe. Maar ook daar kon geen enkele hulpverlener Nederlands.
Het Vlaams Parlementslid diende een klacht in bij de Brusselse apothekersvereniging : “Ik voel mij ongelijk behandeld : dit is taaldiscriminatie. Het is algemeen bekend dat ook de ziekenhuizen, en zelfs de hulpdiensten, kampen met dit probleem. Je zou van de zorg toch mogen verwachten dat ze iemand in hun moedertaal kunnen helpen ?” Of de klacht zin zal hebben, betwijfelt hij echter.
“Spijtig genoeg zijn er in Brussel veel buitenlanders die apotheken uitbaten. Zij kunnen helemaal geen Nederlands, en in sommige gevallen zelfs maar gebrekkig Frans. Ik vraag mij soms af waar ze hun diploma gehaald hebben” UPB-AVB

Ons onderzoek
Dat dit geen alleenstaand incident is, werd al snel duidelijk. Daarom ging ’t Pallieterke op onderzoek uit. Er werden 100 apothekers uit de verschillende Brusselse gemeentes opgebeld, met een simpele medische vraag : “Ik heb last van een hoge bloeddruk. Kan u mij daarbij helpen ?” Het enige juiste antwoord dat een apotheker op die vraag kan geven, is dat u voor dit soort medische problemen altijd eerst langs de huisdokter moet passeren.
Maar dat antwoord kwam er slechts 17 keer. Vooral apothekers in de Dansaertwijk en aan de Beurs in het centrum van Brussel scoorden goed. Ook aan de universiteitsbuurt in Jette kan u in enkele apothekers terecht in het Nederlands. In Schaarbeek en Sint-Joost-ten-Node is de situatie het ergst.
In totaal konden maar liefst 68 van de 100 gebelde apothekers geen woord Nederlands. 15 procent moest de telefoon doorgeven aan een collega, die dan een beetje Nederlands kon, terwijl slechts 17 procent ons onmiddellijk kon helpen.
En français, s’ il vous plaît
Op zich verbazen deze resultaten niemand meer. De Brusselse taalwetgeving wordt al jarenlang met voeten getreden. Onze hoofdstad is in de praktijk bijna volledig Franstalig. “Dit is een Brussels probleem”, reageert apothekersvereniging UPB-AVB. Zij zitten zelf ook verveeld met de situatie : “Binnen onze vereniging streven wij ook naar tweetaligheid, maar afzonderlijke apothekers kunnen wij niet verplichten om Nederlands te kunnen.” De vereniging wijst dan ook naar de politiek om dit probleem op te lossen : “Dit ligt buiten onze handen. Spijtig genoeg zijn er in Brussel veel buitenlanders die apotheken uitbaten. Zij kunnen helemaal geen Nederlands, en in sommige gevallen zelfs maar gebrekkig Frans. Ik vraag mij soms af waar ze hun diploma gehaald hebben.”
Wat wel opviel, was de arrogantie van tientallen Franstalige apothekers. Zonder ook maar enige moeite te doen om Nederlands te spreken, wimpelen zij niet-Franstalige klanten zonder verpinken af. Deze farmaceuten reageerden verbaasd, zelfs verontwaardigd, wanneer we vroegen om ons te helpen in het Nederlands. Als de telefoon niet gewoon werd neergelegd, was het enige dat deze mensen zeiden : “En français, s’ il vous plaît”.
Bevoegde verkozenen weigeren te reageren
Schaarbeeks burgemeester Cécile Jodogne (Défi) weigerde commentaar te geven. Ze weigerde daarenboven aan de telefoon in het Nederlands te antwoorden. De burgemeesters van Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node en Ganshoren waren ook niet beschikbaar voor commentaar. De woordvoerder van Sven Gatz, de Brusselse minister van Meertaligheid, gaf aan dat hij weigerde te reageren op dit stuk.

Dominiek Lootens-Stael
Brussels Parlementslid (Vlaams Belang)
Wie wel reageerde, was Dominiek Lootens-Stael, Brussels Parlementslid voor het Vlaams Belang : “Het is inderdaad hemeltergend dat je in de hoofdstad niet kan worden geholpen in het Nederlands bij aangelegenheden die nochtans letterlijk van levensbelang kunnen zijn. Ook niet door mensen die hoogopgeleid zijn.
Maar wat kun je eigenlijk anders verwachten wanneer de Brusselse overheden al decennialang het massaal met voeten treden van de taalwetgeving in openbare diensten tolereren ? Het illegaal aanwerven van Nederlandsonkundigen bij bijvoorbeeld gemeentebesturen, OCMW’s en openbare ziekenhuizen gaat van kwaad naar erger. Hiermee geeft de overheid ook het signaal dat de kennis van het Nederlands in Brussel niet belangrijk is.
Wie naar een huisartsenwachtpost in Brussel moet, wordt steevast doorgestuurd naar die van Brussel-Stad, omdat dat de enige is waar wellicht een dokter aanwezig is die zich in het Nederlands kan uitdrukken. Nochtans zijn die wachtdiensten onderworpen aan de taalwetgeving.
Tweetaligheid politie
Ook de federale overheid is in hetzelfde bedje ziek. Zelfs met de N-VA aan boord deed de federale regering niets om bijvoorbeeld de – nochtans wettelijk verplichte – tweetaligheid bij de politie af te dwingen. Het mag dan ook niet verwonderen dat daar waar de taalwetgeving niet speelt, de inspanningen om mensen in het Nederlands verder te helpen eerder gering zijn, uitzonderingen niet te na gesproken natuurlijk !

Het lijkt met dan ook een te overwegen piste om het beroep van apotheker te beschouwen als een beroep dat het private belang overstijgt en dus eigenlijk van algemeen nut moet worden beschouwd. Zeker nu alsmaar meer taken aan apothekers worden toebedeeld, zou het daarom niet abnormaal zijn dat zij in de hoofdstad wettelijk verplicht zouden worden een tweetalige dienstverlening aan te bieden.”
Kompany in Ganshoren
De burgemeester van Ganshoren, Pierre Kompany en vader van Vincent Kompany, kwam in 2019 al eens onder vuur te liggen omdat hij tijdens de gemeenteraden de taalwetgeving niet naleefde. Toen legde gemeenteraadslid Karl Vanlouwe (N-VA) klacht neer bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht.
Concreet werd er geen vertaling gegeven wanneer een Nederlandstalig gemeenteraadslid een vraag stelde in het Nederlands, en een schepen of de burgemeester daarna antwoordde in het Frans. Ook de documenten van het schepencollege of de uitnodigingen voor de gemeenteraad waren niet volledig tweetalig opgesteld.
Vanlouwe was toen ook verontwaardigd over de uitleg die Kompany hierover gaf : “De burgemeester beweert dat de verslagen van het schepencollege nooit tweetalig zijn omdat de voertaal het Frans is. Welk signaal geeft een burgemeester hiermee aan zijn Nederlandstalige inwoners ?”, klonk het toen. “Wanneer overheden verwachten dat burgers de wetgeving naleven, moeten ze dat zelf ook doen.”

Foto’s (c) Gazet van Hove.

