door Wannes Neukermans in palnws.be .
Jaarlijks voert het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) ongeveer 10.000 controles uit bij horeca-uitbaters. Amper de helft van deze zaken krijgt een gunstig inspectieresultaat. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Belang-voorzitter en Kamerlid Tom Van Grieken opvroeg bij minister van Middenstand David Clarinval (MR). “Vooral in Brussel zijn de resultaten van de hygiëne-inspecties bijzonder bedroevend”, aldus Van Grieken.
In 2019 en 2020 voerde het FAVV respectievelijk 10.880 en 9.195 hygiëne-inspecties uit bij horecazaken. In beide jaren kreeg slechts een minderheid van de uitbaters een gunstig inspectieverslag. De cijfers in Vlaanderen en Wallonië lopen ongeveer gelijk; ongeveer de helft krijgt een gunstig advies.
In Brussel is de situatie echter veel slechter. Daar was amper 26 procent van de gecontroleerde horecazaken in orde met alle regels. Bij ernstige overtredingen krijgt de uitbater een proces-verbaal van het FAVV. Dat gebeurde in Vlaanderen en Wallonië bij respectievelijk 10 en 9 procent van de gecontroleerde horecazaken. In Brussel ging het om maar liefst 28 procent van de horecazaken die een bezoekje kregen van de voedselinspectie.

“Kennen onze taal niet, laat staan onze voedselvoorschriften”
Volgens Van Grieken is dit te wijten aan het groot aantal horecazaken en snackbars die in handen zijn van buitenlandse uitbaters. “Het zal nagenoeg zeker ook niet helpen dat Brussel een bijzonder grote influx kent van (snack)zaken met allochtone zaakvoerders die onze taal niet goed kennen, laat staan onze voedselvoorschriften”, aldus de partijvoorzitter. “Het zou goed zijn moest hier gericht onderzoek naar komen, zodat we de problemen met een efficiënte focus kunnen aanpakken.”
Het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen laat in een reactie weten dat ze die analyse van Van Grieken kunnen “bevestigen noch ontkennen”. Volgens een woordvoerder is dat een analyse die nog gemaakt moet worden door experten.

De bevoegde minister, David Clarinval (MR), liet in zijn antwoord weten dat elke horecazaak in principe om de vier jaar wordt geïnspecteerd. De verlaagde frequentie ligt op één keer op de zes jaar, de verhoogde is tweejaarlijks. Na een ongunstige controle volgen er in principe één of meerdere hercontroles.
Bron : Belga .
Foto’s (c) Gazet van Hove.

