door Michaël Vandamme in ’t Pallieterke .

Toen academicus Lode Vereeck een grondige analyse van de transfers in dit land maakte, schrok hij van de omvang van de geldstromen. Elk jaar opnieuw verschillende miljarden. Een bedrag dat niet alleen de Vlaamse begroting ontzegd wordt, maar evenmin bijdraagt tot een economische verbetering in Wallonië en Brussel. Samen met Barbara Pas (VB) onderzocht hij de veertig studies over het onderwerp, die in evenveel jaren uitgevoerd werden. Een overzicht.

Die belangstelling voor de transfers in dit land zijn een wat late roeping, begrepen we…

“Het is uit pure academische nieuwsgierigheid dat ik me voor de transfers ben beginnen te interesseren. Tijdens mijn loopbaan heb ik me vooral met micro- en macro-economie bezig gehouden, terwijl je ook nog een mesoniveau hebt met aandacht voor regionale economie, dat in Vlaanderen wat ondergesneeuwd is geraakt. Nu goed, twee dingen vielen me op tijdens mijn onderzoek. Enerzijds gaat het hier om gigantische bedragen, ik viel werkelijk van mijn stoel. Anderzijds, en daar heb ik nog steeds geen antwoord op, valt het op dat dit onderwerp nauwelijks aandacht krijgt in het politieke en maatschappelijke debat.”

En dan is er toch nog een hele weg tussen die vaststelling en de publicatie van het boek dat, het weze gezegd, zelf geen onderzoek naar de transfers is ?

“Klopt. Ik heb alle bestaande studies die sinds 1979 uitgevoerd zijn bestudeerd, een veertigtal in totaal. Uiteraard keek ik naar de resultaten en dan kan je je ernstig de vraag stellen waarom de resultaten soms behoorlijk verschillen. Het antwoord zit hem in de methodologie. In essentie heb je twee berekeningsmethodes en vier soorten transfers die niet altijd betrokken worden bij het onderzoek. Afhankelijk hiervan krijg je natuurlijk een verschillend eindresultaat. En dan heb ik het nog niet over de politieke geladenheid van het onderwerp. Ook dat speelt een rol, wat eigenlijk onwezenlijk is, gezien het academisch kaliber van de mensen die een dergelijk onderzoek uitvoeren.”

“Er schort heel wat aan het beleid in het zuiden van het land, waardoor de transfers niet legitiem zijn”

Wat kan gezegd worden over deze methodologie?

“Er zijn twee manieren. Je kan volgens de inkomstentoets werken, wat een nuchtere financiële analyse is : hoeveel geld gaat er van regio A naar regio B. Vooral Vlaamse wetenschappers gaan zo te werk. De tweede methode is de bevolkingstoets waarbij nagegaan wordt hoeveel regio A meer of minder krijgt dan regio B én hoeveel regio A meer of minder betaalt dan regio B. Waalse en Belgische kenniscentra zoals de Nationale Bank gaan zo te werk. In principe zou men hetzelfde resultaat moeten uitkomen, wat ook zo is op voorwaarde dat de federale begroting in evenwicht is, en daar knelt het schoentje. Bovendien vergeet men soms de helft van het verhaal met deze methode. In de pensioenen is er een transfer in de uitgaven naar Vlaanderen, dat klopt. Onze regio vergrijst nu eenmaal sneller dan Brussel of Wallonië. Maar voor het volledige plaatje moet ook gezegd worden dat we langer en meer werken, en op die manier een grotere bijdrage leveren, waardoor er een grotere uitgaande transfer is in de belastingen en sociale bijdragen, onder andere richting de pensioenkassen.”

De methodes verschillen, net als de resultaten. Maar wat is nu precies de omvang van de transfers anno 2022 ?

“Sta me toe eerst te stellen dat ik bijzonder trots ben op bijlage II van het boek. Daarin vindt de lezer een overzicht per studie van het eindresultaat, overigens omgerekend naar de waarde van de euro vandaag. Op die manier is alles keurig vergelijkbaar. Maar om uw vraag te beantwoorden : je moet een onderscheid maken tussen de transfer via de rentelasten en de directe transfers in de federale begroting, de sociale zekerheid en de dotaties aan gewesten en gemeenschappen. Die laatste bedragen 7,6 miljard euro. Dat is geld dat bij een splitsing van de sociale zekerheid of de fiscaliteit of in geval van Vlaamse onafhankelijkheid onmiddellijk inzetbaar is. De rentelasten zijn een complexer gegeven, maar nog eens goed voor 5,3 miljard euro.”

“Die overdrachten zijn een financieel verhaal, maar dat zegt nog niets over de economische waarde ervan. Ik verklaar me nader. Toen jonge mannen destijds hun dienstplicht vervulden, was de financiële kost hiervan voor de betrokkenen ongeveer nihil. Je had geen kosten, alles was voor jou betaald en dergelijke. Maar de economische kost was dat men een jaar inkomen kwijtspeelde. Zo moeten we ook de transfers zien. Als Vlaanderen over die 7,6 miljard kan beschikken, dan kunnen we zonder veel moeite de belastingen van de Vlamingen substantieel verlagen, de minimumpensioenen optrekken tot 1.650 euro per maand en de btw op gas en elektriciteit – toch geen luxeproducten – definitief verlagen naar 6 procent. Alternatief kan je er de wachtlijsten voor personen met een handicap en voor kandidaat-huurders van een sociale woning definitief mee wegwerken of de vooroorlogse schoolgebouwen in één beweging renoveren. De kinderbijslag zou geïndexeerd kunnen worden zonder ambras in de Vlaamse regering. 7,6 miljard euro, dat is een getal. Maar het gaat concreet over vele maatschappelijke noden in Vlaanderen die niet ingevuld geraken. Het is dan toch vreemd dat het Vlaams regeerakkoord daar met geen woord over rept.”

Wanneer deze problematiek ter sprake komt, duurt het doorgaans niet lang of het woord ‘solidariteit’ valt. Onterecht, nemen we aan ?

“Dat is de eeuwige dooddoener. Solidariteit is een mooie deugd en zelfs een morele plicht. En Vlaanderen is niets liever dan solidair, kijk maar naar de vele vrijwilligers die de Vesdervallei gingen helpen na de overstromingen. Maar net zoals Vlamingen geen tekort aan solidariteit aan de dag leggen, is het onzin te poneren dat Walen lui zijn of vaker ziek zijn dan Vlamingen. Wel zijn ze de slachtoffers van een falend sociaaleconomisch beleid van de Waalse en Franstalige regeringen, van een niet-activerend arbeidsmarktbeleid, een oubollig industrieel beleid, een onnodig duurder gezondheidsbeleid tot ondermaats onderwijs, en net daar ligt de kern van de zaak. Dit financieel ondersteunen heeft niets te maken met solidariteit. Een argument dat soms opborrelt, is dat er binnen Vlaanderen ook transfers zijn, bijvoorbeeld richting West-Vlaanderen. Daar zijn verklaringen voor, al was het maar dat heel wat senioren aan de Kust gaan wonen. Maar het belangrijkste is de vaststelling dat het beleid in West-Vlaanderen niet anders is dan in andere provincies, die nog nauwelijks bevoegdheden hebben. En dat brengt ons weer bij de kern van mijn betoog. Er schort heel wat aan het beleid in het zuiden van het land, waardoor de transfers niet legitiem zijn.”

“Ook op internationaal vlak helpen transfers nergens de economische verbetering, de armere regio’s worden erdoor in slaap gewiegd”

Kan men niet ergens de hoop koesteren dat het tij zal keren ? De beste remedie tegen de transfers is een economische heropleving van Brussel en Wallonië …

“Klopt natuurlijk, maar die blijft uit. Sterker nog, de Waalse publieke financiën kennen een verdere achteruitgang. Slechts één cijfer : de ratio schuld/inkomen voor Vlaanderen bedraagt 58 procent, wat evenveel wil zeggen dat we – theoretisch – binnen het jaar onze schuld zouden kunnen wegwerken, maar in Wallonië is dit 240 procent ! Denken dat de transfers een helende werking hebben, is naïef en vooral onwetenschappelijk. Er is internationaal heel wat onderzoek gedaan naar financiële overdrachten in andere landen als Italië, Spanje en noem maar op. Daar zie je ook behoorlijke geldstromen van rijkere naar armere regio’s lopen. De belangrijkste conclusie hieruit is dat nergens de transfers de economische verbetering helpen. De armere regio’s worden erdoor in slaap gewiegd. Het is simpelweg weggegooid geld. We mogen de kar dus niet voor het paard spannen. Het is pas wanneer een einde wordt gemaakt aan de transfers dat de Waalse economische heropleving kan beginnen. Dit gaat nu eenmaal gepaard met een responsabilisering die er vandaag niet is.”

File:Lode Vereeck.jpg
Lode Vereeck – foto (c) Wikipedia.

Lode Vereeck voorgesteld

  • Economisch beleidsadviseur in het Europees Parlement. Onafhankelijk raadslid in de gemeente Diepenbeek
  • Docent rechtseconomie aan de universiteit UTDT in Buenos Aires. Voorheen verbonden aan de universiteiten van Antwerpen, Maastricht en Hasselt, waar hij macro-economie, openbare financiën en beleidsmanagement doceerde
  • Voormalig Vlaams Parlementslid en fractieleider voor LDD en senator voor Open Vld .

Foto’s (c) Gazet van Hove.