Op het Xaveriuscollege leerden we in de jaren vijftig het nuttige onderscheid maken tussen ‘gewone armen’ en ‘schamele armen’. Deze laatste categorie bestond uit mensen die zich over hun armoede schaamden, maar die onze genereuze hulp wellicht nog meer nodig hadden dan de anderen. Sinds de controverse rond extreemrechts en het Vlaams Blok in Vlaanderen op gang is gekomen, ontmoeten we aan elke cafétoonbank en in iets te veel woonkamers ‘schamele racisten’, mensen die hun intolerante praat bijna altijd inleiden met de woorden : ‘ik ben geen racist, maar …’ En dan komt het er onverbloemd en lekker verzuurd uit.


Ludo Abicht – www.doorbraak.be

