Groepen met Afrikaanse origine het meest problematisch

NIEUWS –  door Lode Goukens – www.doorbraak.be .

Voor het eerst maakt de statistische dienst van de federale overheid tewerkstellingscijfers bekend die inzicht geven in de verschillen van afkomst. Cijfers die ook rekening houden met wie in België geboren is, maar van allochtone afkomst. Het resultaat is niet om vrolijk van te worden, maar volgens Statbel een foto van een complexe realiteit.

De conclusie van de studie is dat in België maar 55 procent van de personen met een niet-Europese herkomst aan het werk is (50 en 51 procent bij de groepen van Afrikaanse origine). De studie Enquête naar de Arbeidskrachten van Statbel, het statistiekbureau van de federale overheid, staat hier online. De kloof met de tewerkstellingsgraad van autochtone Belgen neemt af, maar blijft groot.

De website van Statbel meldt : ‘Recent werd aan de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK) een nieuwe demografische achtergrondvariabele toegevoegd die ruimer is dan de klassieke variabelen over nationaliteit en geboorteland.’ Het gaat over 8 verschillende herkomstgroepen en een vergelijking over een periode van twintig jaar.

Statbel : Bij personen met een niet-EU-herkomst is de werkgelegenheidsgraad sterk toegenomen over een periode van 20 jaar. Desondanks blijft de kloof met Belgische inwoners nog vrij groot bij bepaalde specifieke herkomstgroepen zoals Noord-Afrika, Sub-Saharisch Afrika en kandidaat-EU-lidstaat (d.w.z. voornamelijk Turkije) verschillen gaande van 17,6 procentpunt tot 24,5 procentpunt.’

Positieve evolutie

De online versie van de studie grossiert in woorden zoals ‘positief geëvolueerd’, telkens gevolgd door een kanttekening met een problematisch verschil. De overheid wil uiterst voorzichtig omgaan met uiteraard moeilijk of negatief nieuws. ‘Statbel wenst te beklemtonen dat het hier gaat om een verkennende en beschrijvende analyse van gegevens die gebaseerd zijn op een steekpoef.’ luidt het. ‘De rijkdom aan mogelijke verklarende variabelen in de Enquête naar de Arbeidskrachten en het gebruik van geavanceerdere statistische modellen moeten meer inzicht geven in verklaringen van deze complexe realiteit.’

Voorspellingen voorzien dat in 2030 40% van de Belgische bevolking een buitenlandse herkomst heeft

Momenteel is ruim 30% van de Belgische bevolking van niet-Belgische origine. ‘Officiële cijfers leren ons dat anno 2022 ongeveer één derde van de Belgische bevolking een buitenlandse herkomst heeft. Zo’n 20 jaar geleden bedroeg dit aandeel minder dan één vijfde (19,5%).’ Elk jaar komt daar 1% netto-instroom bij via migratie. Voorspellingen voorzien dat in 2030 40% van de Belgische bevolking een buitenlandse herkomst heeft.

Statbel onderscheidde twee groepen met een Afrikaanse herkomst : enerzijds de Noord-Afrikaanse landen, waartoe ook de Maghreb-landen behoren, en anderzijds de landen die deel uitmaken van Sub-Saharisch Afrika. ‘Beide groepen zijn sterk toegenomen in aantal. De groep met een herkomst uit Noord-Afrika nam tussen 2003 en 2022 toe met 110% en is daarmee in 2022 de grootste herkomstgroep’ aldus Statbel. ‘Het gaat in 2022 om 5,9% van de totale Belgische bevolking’.

De eerste groep is hoofdzakelijk van Marokkaanse herkomst (plus klein deel uit Algerije of Tunesië). De groep uit Sub-Saharisch Afrika (vroeger Zwart-Afrika genoemd) ‘is eveneens vrij sterk gestegen met 262% en maakt in 2022 zo’n 3% uit van de Belgische bevolking. De voornaamste herkomstnationaliteiten zijn Congo, Kameroen, Guinee en Rwanda.’

Werkgelegenheidsgraad en werkloosheidsgraad

Hoewel de officiële Belgische werkgelegenheidsgraad de voorbije 20 jaar gestegen is van 64,7% in 2003 naar 71,9% in 2022 volgden niet alle herkomstgroepen dezelfde trend. Bij de groep van de kandidaat-EU-lidstaten die voor een groot stuk bestaat uit personen met een Turkse herkomst, evolueerde de werkgelegenheidsgraad van 38,6% in 2003 naar 58,2% in 2022. De twee zwakste groepen zijn Sub-Saharisch Afrika met 53,4% en Noord-Afrika met 51% tewerkstellingsgraad. Opmerkelijk is de verbetering bij de kandidaat-EU-landen (waaronder Turkije) de afgelopen twee jaren (zie afbeelding).

De werkloosheidsgraad van 15- tot 64-jarigen daalde de afgelopen twintig jaar van 8,2% in 2003 tot 5,6% in 2022. De grootste daling is te zien bij de groepen met de grootste werkloosheidsgraad in 2003. Respectievelijk 32,3% bij de Sub-Saharische groep en 30,4% bij de Noord-Afrikaanse. In praktijk komt dat in 2022 neer op hetzelfde probleem als in 2003. ‘Anno 2022 zien we de hoogste werkloosheidsgraad bij personen van Sub-Sahara-Afrikaanse herkomst en bij personen van Noord-Afrikaanse herkomst met respectievelijk 18,6% en 16,4%.’ Bij de autochtone bevolking was de werkloosheidsgraad 6,2% in 2003 en 3,8% in 2022. Bij de groepen uit EU-landen schommelde die werkloosheidsgraad tussen 5 en 6,4%.

De kloof tussen allochtonen en autochtonen bleef bestaan maar daalde lichtjes (op papier met indrukwekkende percentages van 48% voor Noord-Afrika en 44% voor Sub-Saharisch Afrika).

Een opvallende constatering bij de passage over de vrouwen en hun activiteitsgraad of tewerkstelling in de studie is dat bij de groep met een Noord-Afrikaanse herkomst in 2022 amper 38 procent van de vrouwen werkte.

Bij de analyses naar beroepscategorie zitten ook opvallende uitschieters. Gemiddeld genomen valt 8,3% van de werkenden in de beroepsgroep Managers. Volgens Belstat is hier een ondervertegenwoordiging bij personen van Sub-Sahara-Afrikaanse herkomst. Slechts 3,5% heeft een managementfunctie.

De conclusie van Statbel is dat hun werk een snapshot is. Een foto van een ‘complexe realiteit’. ‘een startpunt voor meer uitgebreide verklarende analyses en wetenschappelijk onderzoek’.

LODE GOUKENS

Lode Goukens is master in de journalistiek en docent ‘Europese en wereldinstellingen’ aan de Thomas More Hogeschool.

foto’s (c) Gazet van Hove.