De linkse kijk van Hendrik Vos op de democratisering van de universiteit
COLUMN – door Philippe Clerick – www.doorbraak.be .
Eén van de redenen waarom het niveau van ons Onderwijs een dalende lijn vertoont, is een verkeerd begrepen opvatting van democratisering. Men stelt vast dat kinderen uit de lagere klassen slechtere punten halen, en de instinctieve reflex van veel linkse mensen is dan om het onderwijs minder moeilijk te maken, waardoor diezelfde kinderen betere punten halen. Dat is de grond van de zaak. Maar die grond wordt zorgvuldig gecamoufleerd onder een laag slimme argumenten.
Neem nu het stuk van Hendrik Vos in De Standaard van 27 juni over ‘de tragiek van het schiftingsjaar’. Professor Vos stelt vast dat meer dan de helft van de studenten in het eerste jaar aan de universiteit niet slagen. Dat is natuurlijk waar. Dat betekent eigenlijk niets meer dan dat de helft van de studenten een studie gekozen heeft die voor hen te moeilijk is.

Zakken voor statistiek
In de praktijk werkt een eerste jaar universiteit als een ‘schiftingsjaar’. Je begrijpt ook gemakkelijk de voordelen daarvan. Een student pedagogie zonder aanleg voor wiskunde zakt in het eerste jaar voor statistiek. Dan kiest hij een andere studierichting zonder statistiek. Hij is een jaar ‘verloren’. Verplaatst men de statistiek naar het tweede jaar, dan zakt hij pas het tweede jaar, en is hij twee jaar ‘verloren’.
Vos beseft de kracht van die redenering, en hij vat ze ook keurig samen in de inleiding van zijn stuk. Maar hij besluit : ‘De redenering zou misschien steek houden, mocht iedereen gelijk aan de start van het eerste jaar verschijnen.’ En dan komt het. Een student uit hoogopgeleide milieus is ‘van huis uit vertrouwd met strakke deadlines, dure woorden en toptijdschriften’. Ze hebben met andere woorden meer studiediscipline, een rijkere woordenschat, en meer culturele bagage. Ook moeten ze geen studentenjob doen en kunnen hun ouders desnoods bijles betalen.

Monumentale handboeken
Dus moet er volgens Vos worden ingegrepen. Het moet de studenten in het eerste jaar gemakkelijker worden gemaakt: minder ‘dikke cursussen’, minder ‘cryptische woorden’ en minder ‘monumentale handboeken in moeilijk Engels, vol ingewikkelde woorden, formules en grafieken’. Zo’n ingreep zou trouwens ook leuk zijn voor de studenten die wel uit hoogopgeleide milieus komen en die zich in het eerste jaar liever wijden aan het ontdekken van ‘de grote stad, het leven en de liefde’.
Dat is allemaal goed en wel, maar als men iets wegneemt uit het eerste jaar dan moet het naar een ander jaar opschuiven. De studenten krijgen nu in het eerste jaar A, B en C te verwerken, en in het tweede jaar D, E en F. Als men C te zwaar vindt voor het eerste jaar, en men verschuift het naar het tweede jaar, dan krijgen de studenten daar D, E, F én C te verwerken. Dan wordt dat tweede jaar nog moeilijker dan het nu al ongetwijfeld is, of, om het met de woorden van Vos te zeggen : dan wordt het tweede jaar een ‘bloedbad’.

Kwantiteit en kwaliteit
Of vindt Vos dat men in het eerste jaar best kan snoeien zonder het snoeisel over het tweede jaar uit te strooien ? Hij zegt dat niet, maar misschien denkt hij het wel… Hij schrijft : ‘Natuurlijk mag het niet de bedoeling zijn dat universitaire diploma’s worden uitgedeeld als flyers op een festival. Dat gebeurt gelukkig ook niet. Op het einde van de rit schrijven studenten een masterproef, tonen ze aan dat ze grote brokken informatie kunnen verwerken en zelfstandig onderzoek kunnen doen. De kwaliteit daalt doorheen de jaren niet, wel integendeel.’
De onderliggende redenering is dan dat er best grote brokken leerstof kunnen worden weggesneden, vooral uit het eerste jaar, zonder dat dat de kwaliteit van de opleiding vermindert. Er wordt bespaard op de ‘kwantiteit’ zonder dat de ‘kwaliteit’ in gevaar komt. We maken de studie gemakkelijker zonder dat de kwaliteit daalt. Wie gelooft daarin ? Het andere scenario is veel waarschijnlijker : we maken de studie gemakkelijker én de kwaliteit daalt. In het middelbaar onderwijs van Frans, Engels en Duits is het in elk geval zo gegaan : er is bespaard op de kwantiteit van grammatica en systematische woordenschat en de kwaliteit van de taalvaardigheid is achteruitgegaan.

Studiepunten en schakeljaar
Natuurlijk heeft Vos tot op zekere hoogte gelijk. De plotse overgang naar een universitair onderwijsniveau kan maken dat studenten die het in zich hebben om het te maken, toch de hindernis niet in één keer kunnen nemen, door gebrek aan voorbereiding of maturiteit. In mijn tijd kon men dan een jaar ‘bissen’. Nu bestaat er een systeem van studiepunten dat toelaat de studie te spreiden.
Bovendien heeft men nu voor veel richtingen een schakeljaar, waardoor men eerst een gemakkelijke richting kan volgen, en daarna een moeilijker. Een student kan bijvoorbeeld eerst voor industrieel ingenieur studeren en dan, na een schakeljaar, voortstuderen voor burgerlijk ingenieur. Of eerst een professioneel bachelor-diploma behalen als psychologisch assistent en daarna een universitair diploma als master in de psychologie. Dat zijn oplossingen die de opleiding zelf niet gemakkelijker maken, maar die het wel gemakkelijker maken om in de opleiding te slagen. Je doet er dan in totaal wel méér jaren over. Je kunt niet álles hebben.

PHILIPPE CLERICK
Philippe Clerick (1955) houdt een blog bij van wat hem te binnenvalt over Karl Marx, Tussy Marx en Groucho Marx. En al de rest.
Foto’s (c) Gazet van Hove.

