De Belgische kustlijn. foto : © Limowreck-Wikimedia Commons

ACTA SANCTORUM –  door Johan Sanctorum – www.doorbraak.be .

Onlangs studeerde ene Yannick Willemstein af aan de UAntwerpen voor een masterdiploma Stedenbouw en Ruimtelijke Planning. Dat is weinig opwindend nieuws, ware het niet dat zijn eindwerk bestond uit een bevraging bij de diensthoofden van alle 300 steden en gemeenten in Vlaanderen, of ze weet hadden van belangenvermenging in bouwdossiers, beïnvloeding vanuit de politiek, vriendendiensten, beleidsverantwoordelijken die zelf ook in de vastgoedsector actief zijn, enzovoort. Het ging uiteraard om een anonieme bevraging met verzekerde discretie.

De resultaten zijn bepaald opvallend : 46% van de respondenten (niet iedereen reageerde uiteraard) antwoordde bevestigend. Het kan dan gaan om familieleden van burgemeesters of schepenen die vergunningen krijgen waar anderen bot vangen, administraties die onder druk worden gezet, handel met voorkennis (een waardeloos stuk grond kopen omdat men weet dat het van bestemming zal veranderen), niet te vergeten uiteraard de goede vriendschappen tussen burgemeester en bepaalde bouwpromotoren, of zelfs schepenen Ruimtelijke Ordening die tussendoor ook nog als makelaar actief zijn.

Yannick Willemstein is niet alleen een slimme jongen, hij is ook bestuurslid van N-VA Stabroek, een gemeente in de achtertuin van de Antwerpse haven. In feite erkent zijn studie dat zijn partij mee boter op het hoofd heeft inzake belangenvermenging rond ruimtelijke ordening. Hij plakt er zelfs cijfers op : 41 procent van de respondenten die ‘positief’ antwoordden waren van CD&V-gezindte. Logisch, omdat deze partij nog altijd in het hoogste aantal lokale besturen zetelt. Open Vld volgt met een kwart, gevolgd door de N-VA met 18 procent.

Immocratie

Jean-Marie Dedecker : ‘Ze achtervolgen me tot in mijn keuken’.

Onze kust is al sinds de jaren ’50 het uitverkoren speelterrein van betonboeren en bouwpromotoren die schaamteloos de lokale bestuurders aan zich binden. Deze laten het zich ook welgevallen. It takes two to tango

Dat België én Vlaanderen op gebied van ruimtelijke ordening een probleem hebben, is een understatement. Bekijk onze kustlijn, en stel vast dat de hoogbouw ophoudt direct als je via De Panne de Franse grens over gaat, of aan de andere kant als je rondom het Zwin de Zeeuwse badplaats Cadzand bereikt. Dat is niet toevallig. Onze kust is al sinds de jaren ’50 het uitverkoren speelterrein van betonboeren en bouwpromotoren die schaamteloos de lokale bestuurders aan zich binden. Deze laten het zich ook welgevallen. It takes two to tango. Het zijn doorgaans politici van het tweede of derde garnituur die gevoelig zijn voor beïnvloeding tot en met regelrechte omkoperij.

Onlangs nog deed de burgemeester van Middelkerke Jean-Marie Dedecker daarover een boekje open. Hij presenteert zichzelf als integer, en we willen hem graag op zijn woord geloven. Naar zijn zeggen achtervolgen de bouwpromotoren hem letterlijk tot in de keuken, om enveloppes ‘met inhoud’ te overhandigen. Het vorige gemeentebestuur had het blijkbaar erg bont gemaakt, onder meer inzake de aanbesteding van het nieuwe casino. Dedecker zijn medewerker Ignace Vandewalle, muntte daartoe de term immocratie : een ingewikkeld web van bouwheren, architecten, vastgoedmakelaars en projectontwikkelaars, dat heel het beleid van ruimtelijke ordening aanstuurt.

In De Haan, de traditionele enclave waar de hoogbouw nog niet kon toeslaan, gebruikt Wilfried Vandaele (N-VA), burgemeester van De Haan, dezelfde bijna paranoïde terminologie als het gaat over bouwpromotoren : ‘Ze loeren continu, je moet ogen op je gat hebben’. In Knokke ontstaan burgerinitiatieven tegen de losgeslagen torendrift en de achterkamertjespolitiek van het regerende bestuur onder leiding van Piet De Groote, opvolger van Leopold Lippens.

Ondernemerscultuur

Politici die te innig cohabiteren met de bedrijfswereld, begeven zich in de normvervaging van etentjes en meer, waarbij het algemeen belang secundair dreigt te worden

Die uitwas heeft een ideologisch-maatschappelijke achtergrond. In Vlaanderen heerst traditioneel groot respect voor de zogenaamde ondernemerscultuur. Het zijn de privébedrijven en de zakenlui die welvaart creëren, en de overheid moet ze niet te veel voor de voeten lopen. Dat neoliberale credo is voor een deel waar, maar houdt ook risico’s in, waarvan hoger vernoemde voorbeelden een illustratie zijn. Politici die te innig cohabiteren met de bedrijfswereld, begeven zich in de normvervaging van etentjes en meer, waarbij het algemeen belang secundair dreigt te worden.

“VOKA is mijn baas”

De N-VA heeft deze neoliberale lijn helemaal gekaapt van de Open Vld, met voorzitter Bart De Wever als gangmaker. ‘VOKA is mijn baas’, is meer dan een boutade, het is de uitdrukking van een economisch rechts extremisme dat het beleid vooral ziet als het faciliteren van de private sector. Deze moet zoveel mogelijk haar gang kunnen gaan, en we moeten zo veel mogelijk buitenlandse bedrijven naar hier halen, wat de kost ook is. Dat laatste hebben we nu ondervonden met de vestiging van 3M in Zwijndrecht, die ons met een enorme gifbelt opzadelt. De opkuis zal een veelvoud zijn van wat dit bedrijf ooit aan economisch voordeel heeft opgeleverd.

Het voorlopig dieptepunt is het Ineos-debâcle, het verhaal van een Britse chemiereus die met veel poeha naar Antwerpen werd gehaald, met een vergunningsdossier dat op drijfzand bleek gebouwd, en een overheidsgarantie van een half miljard euro dat de Vlaamse belastingbetaler dreigt op te hoesten als het feest niet doorgaat of zelfs maar vertraging oploopt. Aan de onderhandelingstafel zaten Annick De Ridder, ditmaal met haar petje van havenschepen, en vooral haar burgemeester en voorzitter Bart De Wever, die CEO Jim Ratcliffe al jarenlang opvrijt als een gegeerde bruid. Deze zal nu als ondernemer de overheidswaarborg met veel plezier cashen.

Troebelwatervissers

File:Photo aérienne de Diane Capelle.JPG
lintbebouwing in Frankrijk – foto (c) Wikimedia Commons

Maar terug naar de edele bouwkunst, en we blijven in Antwerpen. Naast de opera en op een boogscheut van het Centraal Station leverde projectontwikkelaar Matexi een Business Center af, dat inwoners en bezoekers blijft verbazen door zijn groteske mismatch. Deze Antwerp Tower dateert van 1974 – dus van ver voor het huidige bestuur – maar werd in 2017 volledig ‘gerenoveerd’ en met een aantal verdiepingen verhoogd. Het ging jarenlang door voor het lelijkste gebouw ter wereld.

File:Antwerp Tower (2011).png
Antwerp Tower in 2011 – foto (c) Wikimedia Commons

In hoeverre heeft dit nog te maken met degelijk ruimtelijk beleid en zin voor esthetiek ? Welke personen hebben hier in de coulissen wat voor soort deal gemaakt, om zo’n miskleun op te leveren ? Het blijft raden. De amicale omgang met troebelwatervissers als Erik Van Der Paal, de projectontwikkelaar en lobbyist die met het voltallige Antwerpse schepencollege zijn verjaardag vierde in ‘t Fornuis, draagt niet bepaald bij tot het beeld van een integer beleid. En om niet de indruk te wekken dat dit een anti-N-VA-stukje is : in Brugge, met een CD&V-burgemeester, kon de rampzalige neerplanting van een 50 meter hoog torengebouw nabij de binnenstad slechts afgewenteld worden omdat de UNESCO tegenpruttelde. Ook hier hetzelfde patroon van een bestuur dat zijn administratie en de adviezen van eigen Monumentenzorg negeert, en liever zoete broodjes bakt met de projectontwikkelaar.

Conclusie : deze klein-Vlaamse traditie van nestbevuiling moet stoppen. In een van de dichtst bevolkte regio’s ter wereld hoort ruimtelijke ordening onder het primaat te vallen van het goed bestuur en het publiek belang, met onkreukbare ambtenaren en dito leidinggevenden. Lobbyisten die kind aan huis zijn in de administraties, dat is uit den boze. Dat een wetenschapper én politiek geëngageerde als Yannick Willemstein het deksel van de beerput durft te lichten, is bemoedigend. Hopelijk botst hij niet te snel tegen de partijdiscipline aan.

JOHAN SANCTORUM

Johan Sanctorum is filosoof, publicist, blogger en Doorbraak-columnist.

foto’s (c) Gazet van Hove.