door Anton Schelfaut in ’t Pallieterke .

Volgens Vlaams Parlementslid en deelstaatsenator Karl Vanlouwe (N-VA) kan en moet België op militair vlak meer steun leveren aan Oekraïne. Dat heeft hij gezegd in de marge van de Oekraïense nationale feestdag of Onafhankelijkheidsdag, die donderdag werd gevierd in de abdij van Grimbergen.

Op 24 augustus 1991 werd Oekraïne onafhankelijk van Rusland. Die dag wordt in België normaal gezien gevierd in Brussel, maar dit jaar vonden de festiviteiten plaats in de tuin van de abdij van Grimbergen. Op die manier wilden de Oekraïners hun dankbaarheid tonen voor de inspanningen van pater Karel Stautemas. Hij stuurde onder meer een aantal volledig uitgeruste ziekenwagens naar het oorlogsgebied.

Op het evenement waren een 800-tal ambassadeurs, diplomaten en politici aanwezig, onder wie Vlaams Parlementslid en deelstaatsenator Karl Vanlouwe (N-VA). Met zijn aanwezigheid wilde hij naar eigen zeggen tonen dat Vlaanderen solidair is en blijft met de Oekraïense bevolking. Hij beschouwt het ook als zijn taak om Vlaanderen te vertegenwoordigen op het internationale toneel. “Het Vlaams Parlement heeft internationale bevoegdheden en daarbinnen sluiten we verdragen af”, legt hij uit.

Eerder keurde het Vlaams Parlement al twee resoluties met betrekking tot de oorlog in Oekraïne goed. Daarmee veroordeelde het de Russische inval en merkte het Moskou aan als staatssponsor van terrorisme. De aanleiding van die tweede resolutie waren de Russische bombardementen op burgerdoelwitten zoals ziekenhuizen, scholen, crèches en het theater van Marioepol.

Militaire hulp

Verder is Vanlouwe ervan overtuigd dat België op militair vlak meer kan en moet doen voor Oekraïne. Hij verwijst daarbij naar de beloofde levering van een 60-tal F-16-gevechtsvliegtuigen aan Kiev door Nederland en Denemarken. “België staat nu enkel in voor de opleiding van de piloten, maar de facto kan het meer doen”, oordeelt hij.

Het argument dat België al voldoende humanitaire hulp zou leveren, ontslaat België volgens Vanlouwe niet van zijn militaire verantwoordelijkheid. “Defensie is geen ngo. Als een land wordt aangevallen, moeten en kunnen we op militair vlak meer doen. We hebben tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog zelf ervaren hoe belangrijk de steun van de Amerikanen, Engelsen, Fransen en Canadezen was”, besluit hij.

foto’s (c) Gazet van Hove.