door Pieter Van Berkel in ’t Pallieterke .

Waarom stuikte de Sovjet-Unie eind jaren 80 en begin jaren 90 als een kaartenhuisje in elkaar ? Er zijn intussen evenveel verklaringen als er wetenschappelijke interessevelden, historische scholen en politieke opvattingen zijn : de – zo denkt men – onhoudbaarheid van het communistische systeem als dusdanig, de torenhoge defensie-uitgaven of de complete politieke onkunde van Michail Gorbatsjov… De ene verklaring is bevredigender dan de andere.

Er zijn ook andere hypotheses die doorgaans heel wat minder aandacht krijgen, maar daarom niet minder logisch klinken. Een van de verklaringen is de gigantische kloof die tussen de Sovjet-Unie en het Westen gaapte als het aankwam op computers. Hoewel de Sovjet-Unie in 1987 een grotere bevolking had dan de Verenigde Staten, waren er in dat jaar slechts 200.000 microcomputers (denk aan computers als de Commodore 64 of Apple II) in het communistische land, tegenover 25 miljoen bij hun kapitalistische rivaal aan de overkant van de Atlantische Oceaan.

Als het op technologie aankwam, waren de Sovjets vooral volgers en zelden uitvinders

De MESM (Google)

“Vijftig jaar technologie gemist”

De efficiëntiewinst die computers en de bredere informatierevolutie met zich meebrachten, valt moeilijk te onderschatten : grotere informatieopslag en een vlottere toegang tot die informatie, computerprogramma’s die helpen met planning, communicatie, berekeningen en informatieverwerking,… Het zijn maar enkele voorbeelden van de manieren waarop computers economische en organisatorische ‘krachtvermeerderaars’ zijn.

Waar computers in heel wat westerse bedrijven en universiteiten tegen het eind van de jaren 80 gemeengoed begonnen te worden, was daarvan geen sprake in de Sovjet-Unie. “Wetenschappers gebruikten rekenlinialen. Kassiers gebruikten telramen. Ik dacht vaak, als een of andere activist me een vage doorslag van een manifest overhandigde dat eruitzag alsof het tien lagen papier van de typemachinetoetsen verwijderd was, dat dit land vijftig jaar technologie leek te hebben gemist…”, getuigde de Amerikaanse journalist Scott Shane over de Gorbatsjov-periode.

Hoe kon het dat de Sovjet-Unie, een supermacht die ideologisch heel wat belang hechtte aan technologie en wetenschap, zo hopeloos achteropraakte in de computerwedloop ? In de zware industrie, de nucleaire wetenschap, defensie en de ruimtevaart wisten de Sovjets immers tot de jaren 80, vaak tegen een hoge economische en menselijke kostprijs, min of meer gelijke tred te houden met het Westen. Waarom lukte dat niet met computers ?

Er gaapte een gigantische kloof tussen de Sovjet-Unie en het Westen als het aankwam op computers

Lenin, grondlegger van de Sovjet-Unie en massamoordenaar

Geen stimulansen

De eerste verklaring is de meest voor de hand liggende : als het op technologie aankwam, waren de Sovjets vooral volgers en zelden uitvinders. De meeste technologie in de Sovjet-Unie, met enkele uitzonderingen die de regel bevestigden, werd gekopieerd, afgekeken of geïmporteerd uit het Westen.  

Wetenschappers van het Sojoez-programma waren niet dommer dan hun westerse collega’s en genoten mogelijk meer prestige, maar het centraal geleide communistische systeem bood weinig prikkels die innovatie mogelijk maakten : weinig mogelijkheden om zelf onderzoeksonderwerpen te kiezen, veel opdrachten van hogerop en weinig economische en politieke stimulansen om risico’s te nemen.

Een ander probleem was de verspreiding van de nieuwe technologie in de samenleving. De computer werd geboren in de schoot van de defensie-industrie en de academische wereld, maar vond in het Westen al vrij snel ingang bij individuen en kleine bedrijven. Computers werden kleiner en gedecentraliseerd. Moskou was er ondertussen als de dood voor dat individuen vrije toegang tot informatie konden hebben en die konden verspreiden. De fixatie op centrale planning gaf dan weer de voorkeur aan grote supercomputers op een centrale plaats. Van decentralisatie was er in de cruciale beginjaren geen sprake.

Vooral op het vlak van software, de ziel van een computer, was de toestand bijgevolg dramatisch. Waar de Verenigde Staten een enorme vrije, private en innovatieve software-industrie hadden, waar er aan de lopende band nieuwe computerprogramma’s ontwikkeld werden door kleine bedrijfjes en waar softwareontwikkeling door andere privé-actoren actief werd aangemoedigd door de grote computerbedrijven, was dat rijke ‘bottom-up’-aspect volledig afwezig in de Sovjet-Unie.

De fixatie op centrale planning gaf de voorkeur aan grote supercomputers op een centrale plaats

Jozef Stalin, Sovjet-leider en massamoordenaar

De wensdroom van een computergestuurde planeconomie

De ontwikkeling van computers kende eind jaren 40 nochtans een veelbelovende start in Kiev, met de ontwikkeling van de ‘Kleine Elektronische Rekenmachine’ of ‘Malaja Elektronno-Stsjetnaja Masjina’ (MESM). In tegenstelling tot wat de naam misschien doet vermoeden, nam de machine een oppervlakte van 60 vierkante meter in beslag.

Tijdens de stalinistische periode kreeg de ontluikende computerindustrie nog met veel tegenkanting te maken, maar onder Nikita Chroesjtsjov werd het potentieel van de nieuwe technologie eindelijk ingezien en werd de productie ervan aangemoedigd. Toen was het eigenlijk al te laat, want de Sovjets liepen hopeloos achterop in de ontwikkeling van een cruciale component in computerchips : halfgeleiders. Ook nu zijn China en het Westen in een heuse halfgeleiderwapenwedloop verwikkeld. Volgens sommigen is het strategisch gezien de meest belangrijke technologie die vandaag bestaat. In 1971 liepen de Sovjets al zeven jaar achter op de Verenigde Staten. Die computerkloof zouden ze nooit inhalen.

Het hoeft niet te verrassen dat de Russische communisten veel potentieel zagen in de toepassing van computerkracht in de planeconomie. De grotere rekenkracht zouden de verspilling en de inefficiënte, die in feite ingebakken waren in het systeem, kunnen verhelpen, zo luidde de redenering althans. Het mocht uiteindelijk niet baten. Er waren zelfs heuse plannen om een nationaal ‘cybernetisch’ netwerk op poten te zetten, een soort Sovjetversie van het internet, maar dan om de economie in goede banen te leiden. Verschillende pogingen stierven een roemloze dood.