
Willem de Bruin : ‘De scheiding die niemand wilde’
www.doorbraak.be – door Luc Pauwels .
INTERVIEW
Nu Vlaanderen en Wallonië steeds verder uit elkaar drijven, dringt zich opnieuw de vraag op : waarom wilden de zuidelijke provincies van de Verenigde Nederlanden zich ooit van het noorden afscheiden ? Wilden wij dat wel écht ? Was het de ‘volkswil’ of werden we gemanipuleerd ? Willem de Bruin, bekend als journalist en commentator bij de Volkskrant, schreef er een boek over.
Waarom wilden de zuidelijke provincies van de Verenigde Nederlanden zich in 1830 van het noorden afscheiden ? En voorafgaand aan die vraag : wilden ze dat wel ? Een referendum is er nooit gehouden. Evenmin als in 1815 natuurlijk.
Willem de Bruin
Willem De Bruin : ‘Wat dat laatste betreft, de bevolking van de zuidelijke Nederlanden is inderdaad nooit gevraagd of zij wel met de noordelijke Nederlanden wilden worden herenigd. Zij werd daarmee in zekere zin gestraft voor haar passieve houding na het vertrek van de Fransen. Een roep om onafhankelijkheid bleef in het zuiden achterwege.’
‘Een flink deel van de elite zag het liefst nog de Oostenrijkers terugkeren, mits die bereid waren de autonomie van de gewesten te herstellen. In 1830 riep men alsnog de onafhankelijkheid uit, maar afscheiding van het noorden was niet de inzet geweest van de oppositie tegen koning Willem I. Men vroeg om niet meer dan naleving van de grondwet.’
‘Willem I beschouwde alle kritiek op zijn beleid als een aantasting van zijn autoriteit en dreef zo uiteindelijk ook de gematigde oppositie in de armen van een radicale minderheid die de afscheiding van het zuiden nastreefde. Deze groep exploiteerde heel bekwaam de onvrede onder de lagere klassen die erg te lijden hadden onder de economische recessie van eind jaren twintig. Toch was er vóór augustus 1830 geen sprake van een revolutionair klimaat.’

Economische redenen voor een opsplitsing van de Verenigde Nederlanden waren er niet. Zelfs Henri Pirenne, zowat de nationale geschiedschrijver van België, moest toegeven dat ‘aan de vooravond van de revolutie van 1830 het koninkrijk der Nederlanden wellicht de welvarendste staat was van het Europese continent. En deze welvaart kwam het duidelijkst tot uiting in het Zuidelijke gedeelte’. Vergiste hij zich ?
‘Ik denk het niet. Pirenne ging zelfs nog verder en betoogde dat de hereniging met het noorden de redding van de zuidelijke Nederlanden betekende. De zuidelijke provincies zouden het volgens hem alleen nooit hebben gered. In economisch opzicht was de hereniging voor het zuiden voordeliger dan voor het noorden.’
‘In Amsterdam, dat met wantrouwen naar de opbloei van Antwerpen keek, was dan ook nooit veel steun voor het verenigd koninkrijk. Wat men in het noorden niet inzag was dat het economisch belang van het zuiden steeds meer ging wringen met de politiek ondergeschikte positie van de zuidelijke provincies.’
Als Gijsbert Karel van Hogendorp in 1813 samen met Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum het ‘Driemanschap’ vormt dat de komst van koning Willem I voorbereidt, dachten ze dan aan noord én zuid ?
‘De gedachte aan een hereniging speelde op dat moment nog geen rol. Alles concentreerde zich op een herstel van de onafhankelijkheid van de voormalige Republiek der Verenigde Nederlanden. De door Napoleon verordonneerde samenvoeging van alle Nederlandse gewesten bestond alleen in de hoofden van de bestuurders.’
‘In het noorden werd de scheiding al sinds de Vrede van Münster in 1648 min of meer als een voldongen feit geaccepteerd. Ten tijde van de Brabantse Omwenteling aan het eind van de achttiende eeuw zocht Van der Noot, een de leiders van zuidelijke opstandelingen, weliswaar toenadering tot de republiek, maar dat leidde tot niets. Kort daarna zouden de Oostenrijkers hun gezag weer herstellen.’
Wat zou er gebeurd zijn als de troepen van Willem I in augustus 1831 wat sneller waren opgerukt en Brussel hadden bezet vóór de komst van de Fransen ?

‘Dat blijft speculeren omdat het nu anders is gelopen, maar ik zou graag verwijzen naar wat Etienne de Gerlache, de aanvoerder van de zuidelijke katholieken, heeft opgemerkt. Pas een paar weken voor de inval van het Nederlandse leger was Leopold als koning der Belgen ingehuldigd. Omdat hij door de geallieerden, meer in het bijzonder Engeland, zelf naar voren was geschoven, zou hen dat hebben verplicht te hulp te komen. België werd daarom, volgens De Gerlache, gered door Leopold. Zonder hem had er somber uitgezien omdat de geallieerden schoon genoeg hadden van de verdeeldheid en besluiteloosheid die de Belgische regering vóór de komst van Leopold aan de dag legde.’
‘Natuurlijk zou Willem I Brussel weer hebben moeten opgeven, maar de verovering van de Belgische hoofdstad zou de bekroning van de veldtocht zijn geweest en de onderhandelingspositie van de Nederlandse koning nog hebben versterkt. Het zou België wellicht tot nog meer concessies hebben gedwongen.’
Hoe ziet u de rol die prins Willem, de oudste zoon van de koning, in 1830 heeft gespeeld ? Was hij wel of niet loyaal tegenover zijn vader ? Had hij een eigen strategie in zijn achterhoofd ?
‘Dat is een van de interessantste aspecten van de Belgische revolutie. Zonder het conflict tussen vader en zoon zouden de gebeurtenissen mogelijk een heel andere wending hebben genomen. Vaststaat dat de kroonprins in het zuiden veel populairder was dan zijn vader.’
‘Hij dankte die populariteit voor een stuk aan zijn aandeel in de beslissende overwinning van de geallieerden in de slag bij Waterloo. Het hielp de bevolking in het zuiden zich te verzoenen met hun opname in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De Prins van Oranje was bovendien veel makkelijker in de omgang en voelde zich in het wereldse Brussel veel meer thuis dan in het wat saaie Den Haag.’
‘Bij Willem I voedde dat de vrees dat zijn zoon zich op een dag zou laten uitroepen tot onderkoning van België. Had hij dat gedaan, dan waren Nederland en België nu wellicht nog met elkaar verbonden geweest in een personele unie. In dit opzicht is de Belgische revolutie ook het verhaal van een troonopvolger die heen en weer werd geslingerd tussen zijn sympathie voor het zuiden en zijn loyaliteit tegenover zijn vader, de koning. De tragiek is dat beiden als verliezer zouden eindigen.’

Het volledige stadsbestuur van Gent wordt in 1831 afgezet door de Belgische regering en vervangen door een militaire dictatuur onder de leiding van generaal Charles Niellon. De orangist Jozef van Crombrugghe werd nog in 1840 in Gent als burgemeester verkozen en bleef dat tot zijn dood. Waarom heeft Willem I niet ingespeeld op dat nog springlevende orangisme ?
‘Het klopt dat met de scheiding in 1830 de rol van de orangisten nog niet was uitgespeeld. Gent bleef nog lang na het uitroepen van de onafhankelijkheid een belangrijk orangistisch bolwerk. Het voorlopig bewind besefte dat hier een gevaar in school en had eind 1830 bij de verkiezingen voor nieuwe gemeentebesturen al alles uit de kast gehaald om de uitslag naar zijn hand te zetten.’
‘Toch haalden niet alleen in Gent, maar ook in andere steden de orangisten verrassend veel stemmen. Vooral de economische elite was sterk Oranjegezind. Zij hadden het meest aan Willem I te danken en vreesden nu ook het meest te zullen verliezen. Dat zij toch op regeringsniveau geen voet meer aan de grond kregen, had verschillende oorzaken.’
‘In de eerste plaats speelde het conflict tussen koning en kroonprins de orangisten parten. Wie zou de macht in het zuiden moeten teruggrijpen : Willem I of zijn zoon ? De Nederlandse koning kon niet verkroppen dat hem de helft van zijn koninkrijk was ontnomen en was niet bereid afstand te doen van zijn claim op de soevereiniteit over België. Voor de kroonprins zag hij hooguit een rol weggelegd als een aan hem ondergeschikte gouverneur-generaal.’

‘Voor de Britse regering had Willem I al lang afgedaan, maar wel hield men in Londen de Prins van Oranje nog enige tijd achter de hand als kandidaat voor de Belgische troon. Voor het nationaal congres was dat reden de Oranjes voor eeuwig uit te sluiten, waarbij niet werd geschroomd tegenstanders van dit voorstel zwaar onder druk te zetten en zelfs te bedreigen.’
‘Het verleidde de orangisten begin 1831 tot tweemaal toe met steun vanuit Nederland een couppoging te ondernemen. Het bleek echter dat men in Den Haag slecht zicht had op de verhoudingen in het Zuiden en nog minder op de internationale verhoudingen. De eerste coup mislukte door een slechte voorbereiding, de tweede door – vermoedelijk – Brits dubbelspel. De regering in Londen had inmiddels geconcludeerd dat de Prins van Oranje geen kans meer maakte en besloten de in Engeland woonachtige Leopold naar voren te schuiven.’
‘Om de Nederlandse prins niet openlijk te hoeven afvallen, koos men ervoor de coupplegers te verraden. Republikeinen en Fransgezinden zagen hierin een gelegenheid definitief met Oranje af te rekenen en zetten een ongemeen felle campagne in gang tegen iedereen die van orangistische sympathieën werd verdacht. Geweld werd hierbij niet geschuwd. De orangisten zouden desondanks nog jaren actief blijven en pas in de jaren veertig van de negentiende eeuw zou de beweging doodbloeden.’
Gewezen minister van Binnenlandse zaken Louis Tobback heeft herhaaldelijk op televisie verklaard dat hij de Belgische afscheiding van 1830 een ‘historische vergissing’ vond. In 2018 werd in Gent nog een standbeeld voor Willem I opgericht. De voltallige gemeenteraad steunde dit initiatief. Verwondert u dat ?
‘Ik heb destijds inderdaad met enige verbazing kennisgenomen van dit initiatief. Ik pretendeer niet de eerste te zijn die vaststelt dat de scheiding onnodig was. De vraag is vervolgens wat je met die vaststelling aan moet. Als je al een standbeeld voor Willem I zou willen oprichten, is Gent als voormalig orangistisch bolwerk natuurlijk een voor de hand liggende plek.’
‘Maar welke boodschap geef je met een standbeeld voor een koning die je een kleine twee eeuwen eerder hebt afgezworen ? Eer je hiermee alleen een vorst die ondanks alles veel voor België heeft betekent of zeg je eigenlijk dat je de klok het liefst zou willen terugdraaien ? De gemeenteraad van Gent zou zich in dat laatste geval in een vreemde positie plaatsen.’
‘Maar misschien moeten we het positief opvatten en er niet meer in willen zien dan een erkenning van onze gedeelde geschiedenis. Als dat kan bijdragen aan een toenadering tussen onze beide landen is dat natuurlijk alleen maar meegenomen.’
Het boek van Willem de Bruin is hier te koop.
LUC PAUWELS
Luc Pauwels (1940) is historicus, gewezen bedrijfsleider en stichtte het tijdschrift ‘TeKoS’.


