door Julien Borremans in ’t Pallieterke .

Het Vlaams onderwijs zit in een diepe crisis. Dat blijkt onder meer uit de recente resultaten van het PISA-onderzoek. Voor wiskunde kunnen we nog net het hoofd boven water houden, maar voor lezen en wetenschappen gaan we stevig kopje onder. Die trend zet zich al twintig jaar door. De opeenvolgende ministers van Onderwijs krijgen de negatieve trend maar niet gekeerd.

Toch moeten we ons ernstig zorgen maken. In 2021 werd de leesvaardigheid van tienjarigen gemeten (PIRLS). Geen enkel land ging voor begrijpend lezen de laatste vijftien jaar meer achteruit dan Vlaanderen. In 2021 moesten we op de ranglijst landen zoals Albanië, Servië en Malta laten voorgaan. “Vlaanderen levert de slechtste lezers van Europa”, aldus cognitief psycholoog Wouter Duyck.

 “Voor het eerst zal een generatie kinderen dommer zijn dan de vorige” – Wouter Duyck

Wereldvreemd

Als antwoord op de leescrisis in het onderwijs schrapte het katholiek onderwijs één uur Nederlands ten voordele van mediawijsheid, ondernemingszin en burgerschap. Wereldvreemd ? “Nederlands is nu net het laatste vak waarop we moeten besparen”, liet onderwijsspecialist Koen Daniëls (N-VA) zich ontvallen.

Het internationaal PISA-onderzoek doet enkele akelige vaststellingen. In heel Europa staat de onderwijskwaliteit onder druk. In Vlaanderen neemt het aantal toppresteerders het meest af, terwijl de hoeveelheid laagpresteerders het felst toeneemt. Voor lezen, wiskunde en wetenschappen haalt ruim een vijfde van de vijftienjarigen het basisniveau niet. Voor wiskunde behoort Vlaanderen nog tot de top tien. Voor lezen en wetenschappen zijn de Vlaamse vijftienjarigen weggezakt tot de middenmoot.

De grootste oorzaak van de gestage achteruitgang vormt de thuistaal van de leerlingen, die niet de onderwijstaal is. Liefst 48 procent van de Vlaamse leerlingen spreekt thuis regelmatig een andere taal dan het Nederlands. Eén op de drie Antwerpse kleuters verstaat de leerkracht niet. Ook al wordt er rekening gehouden met de sociaaleconomische factoren, leerlingen met een migratieachtergrond presteren slechter dan autochtone leerlingen. Leerlingen die thuis Nederlands spreken, presteren een stukt beter. De foute migratiepolitiek vormt zeker een belangrijke oorzaak, maar ook het integratiebeleid kan een stuk stringenter.

Laaggeletterd

De trend van gestaag kwaliteitsverlies en niveaudaling in het Vlaams onderwijs zet zich intussen al twintig jaar door. Eind vorig jaar raakte nog bekend dat 22 procent van de ASO-leerlingen van het tweede jaar secundair de eindtermen basisgeletterdheid niet halen. Voor de BSO-leerlingen loopt dit op tot maar liefst 41 procent. Zowat de helft van de veertienjarigen kan de oppervlakte of de omtrek van een rechthoek niet berekenen. Geef veertienjarigen een budget, een boodschappenlijstje voor verschillende winkels en stuur ze op pad. Een kwart tot de helft van de leerlingen slaagt er niet in om deze eenvoudige opdracht tot een goed einde te brengen.

In 2021 toonden de peilingproeven PAV (project algemene vakken) aan hoe dramatisch het niveau in de derde graad van het beroepsgerichte onderwijs – een verzamelbekken van leerlingen van diverse allochtone pluimage – is. Bijna 75 procent (!) haalde de minimale lat voor rekenen niet. Voor lezen haalt 66 procent de eindtermen niet. Een gemis aan basisgeletterdheid verhoogt het armoederisico dramatisch. Twintig procent van de leerlingen in het voltijdse leerplichtonderwijs hebben op het einde van de schoolloopbaan te weinig kennis en competenties om vlot in de maatschappij mee te draaien. Uit het onderwijs stroomt de toekomstige kansarme onderlaag. Hallucinant !

In Nederland valt dezelfde trend waar te nemen. Eén op de drie leerlingen is onvoldoende geletterd om vlot mee te draaien in een kennissamenleving. Ad Verbrugge, voorzitter van stichting Beter Onderwijs Nederland, omschrijft de situatie als “rampzalig”. “Het is gewoon een grote schande dat wij hier in Nederland, een van de rijkste landen ter wereld, er niet in slagen onze kinderen goed te leren lezen… De segregatie tussen laag- en hoogopgeleiden neemt toe.”

In Vlaanderen neemt het aantal toppresteerders het meest af, terwijl de laagpresteerders het felst toenemen

minister Weyts

Remedies voor verbetering

Minister Weyts voerde ook enkele veranderingen in : de taalscreening met de Koala-test, het Leesoffensief, de Vlaamse Toetsen, de oprichting van de stichting Leerpunt om wetenschappelijk onderbouwde inzichten en didactiek naar het klaslokaal te brengen, nieuwe eindtermen voor de tweede en derde graad secundair onderwijs. Deze maatregelen moeten de onderwijstanker keren naar de juiste koers, maar het zal nog even duren. Minister Weyts belooft dat binnen tien jaar de eerste resultaten zichtbaar zullen zijn. Heeft Vlaanderen deze tijd nog ?

Extra investeren in mensen en middelen heeft weinig zin als er geen gedragen visie en plan zijn. In vergelijking met de andere industrielanden staan de middelen niet in verhouding tot de geleverde kwaliteit van het onderwijs. Het onderwijs gaat niet gebukt onder een gebrek aan personeelsleden. Momenteel zijn er ongeveer 209.000 mensen aan de slag in het onderwijs. Dat zijn er maar liefst 24.800 meer dan bij het begin van de legislatuur. Het aantal leerkrachten en leerlingen is nog nooit zo hoog geweest. Bovendien beschikt het onderwijs over een stevig budget van ongeveer 16 miljard euro. Het onderwijs heeft genoeg mensen en middelen, maar die worden op zijn zachtst gezegd niet optimaal ingezet.

er is genoeg geld voor onderwijs …

Het probleem is dat er in het onderwijs een enorme versnippering is. Er is een overaanbod aan richtingen die soms amper leerlingen tellen. Bovendien wordt er heel wat geïnvesteerd in taken die niet tot de kern van het onderwijs behoren, zoals een overaanbod aan zorg en ondersteuning. Rationaliseren van het overaanbod en de zorg zou al een flinke stap voorwaarts betekenen.

De job als leerkracht moet geherwaardeerd worden. De expert heeft het van de leerkracht overgenomen. Heel wat onder hen verlaten na enkele jaren totaal gedesillusioneerd het onderwijs. De druk op beginnende leerkrachten is enorm. Dit ligt niet alleen aan de administratieve overlast, maar ook ongetwijfeld deels aan de opvoeding en het gebrek aan sturing van de leerlingen.

Serge Dupont, doctor in de psychologie (UCL), wees er vorig jaar al op dat we onze kinderen opvoeden tot ‘navelstaarders en narcisten’. “Ouders en ook leraren kunnen het niet meer aan. Er wordt steeds meer van ze verwacht. Ze moeten de hele tijd luisteren, onderhandelen, samen met kinderen de regels opstellen…” Serge Dupont pleit dan ook voor een strak, duidelijk kader aan rechtvaardige regels. Leerlingen moeten niet meer in het centrum van de belangstelling staan. Regels en discipline vormden de hoeksteen van het succes van het onderwijs. Waarom zouden we dat loslaten ?

Het onderwijs heeft genoeg mensen en middelen, maar die worden op zijn zachtst gezegd niet optimaal ingezet

Nieuwlichterij overboord

Ook de nieuwlichterij van de progressieve onderwijspedagogen moet overboord. Hun aanpak heeft het onderwijs op de rand van de afgrond gebracht : de eruditie van een leerkracht kan een bedreiging voor de leerlingen betekenen. De leerlingen moeten hun eigen leerweg ontdekken met de leerkracht als makker, coach, begeleider. Kennisoverdracht is uit den boze. “We willen loskomen van de rigide structuur van oude schoolgebouwen : lange gangen met klaslokalen, netjes op een rij. Elk jaar of elk vak zijn eigen klaslokaal.” Koen Pelleriaux – de topman van het GO! – keerde zich tegen ‘het frontaal lesgeven’, tegen de directe instructie. De nadruk op prestatie zorgt voor frustratie.

Bovendien drijven de zogezegde onderwijsvernieuwingen de leerkrachten tot wanhoop. De leerlingen komen centraal te staan. De leerkracht wordt gedegradeerd tot coach en het zelfgestuurd leren wordt de norm. De prestatiekloof tussen goede en slechte presteerders moest worden gedicht, ten nadele van de betere leerlingen.

Kon. Atheneum Mortsel, schooljaar 1970-71, 6e leerjaar lagere school : dit klasje leverde dokters, advokaten, ingenieurs, biologen, boekhouders, technici, verpleegsters, onderwijzeressen, vastgoedmakelaars, journalisten, enz, …

Een ander dieptepunt vormde ongetwijfeld de oproep van gewezen minister van Onderwijs Hilde Crevits om van de klimaatmarsen tijdens de lesuren een buitenschoolse activiteit te maken die door de leerlingen verplicht moesten worden bijgewoond.

Met het GOK-beleid, het weghalen van de schotten tussen ASO, TSO en BSO, een weinig realistisch taalbeleid en de brede eerste graad trad er een acceleratie van de nivellering van het onderwijs naar beneden toe op. Onderwijsexpert Dirk Van Damme moest later met het schaamrood op de wangen toegeven dat deze aanpak voor grote problemen in het onderwijs heeft gezorgd. “Ons taalbeleid voor migrantenleerlingen is over het algemeen te laks geweest”, liet hij optekenen. De nieuwlichters hebben ervoor gezorgd dat de uitkomst – het behalen van een diploma – gelijker werd, maar de gelijke kansen op de arbeidsmarkt niet bevorderde.

Door de leerling centraal te stellen, bereikten de nieuwlichters net het omgekeerde. Het onderwijs wordt ontdaan van iedere vorm van intellectuele ambitie. Het resultaat is dat de sociale mobiliteit – ooit de motor van het Vlaams onderwijs – al een tijdlang hapert. Het leger aan leerlingen dat onvoldoende voorbereid is op een toekomstige rol op de arbeidsmarkt en in het maatschappelijk leven, groeide de afgelopen jaren gestaag. “Vlaamse jongeren hebben de laagste prestatiemotivatie van 34 geteste landen”, schrijft Wouter Duyck in zijn nieuw boek ‘Mijn kind, slim kind’. “Voor het eerst zal een generatie kinderen dus minder slim zijn dan de vorige.”

Leerlingen met een migratieachtergrond presteren slechter dan autochtone leerlingen

Meer ambitie

Het onderwijs moet de lat veel hoger leggen. Weg met de middelmatigheid. We moeten geloven dat onze leerlingen en leerkrachten veel beter kunnen. De focus moet terug op de cognitieve basisvaardigheden en kennis komen te liggen. De focus moet helemaal terug op leren en inhoud, weg van het belevingsonderwijs en het zelf-ontdekkend leren. Enkele jaren geleden adviseerde de Taalunie het knettergekke idee om de muren tussen grammatica, spelling en literatuur te slopen. Strenge taalregels leerden generaties van leerlingen goed lezen en schrijven, en dus ook goed nadenken. Taalarme kinderen moeten bijgevolg uitgebreid in taalbaden worden ondergedompeld tot wanneer ze goed Nederlands spreken en schrijven.

Vlaanderen heeft zijn welvaart te danken aan de degelijke colleges en instituten die jongeren goed opleidden op hun latere rol in de maatschappij. Er liepen toen leerkrachten rond die niet enkel beslagen waren in hun vakgebied, maar ook over een erudiete kijk op de literatuur, de wetenschappen en de maatschappij beschikten. Goed opgeleide en slimme leerkrachten leveren slimmere leerlingen af. Ook op dit vlak moet het onderwijs ambitieuzer zijn. Leerkrachten moeten niet enkel de ambitie hebben om het beste uit zichzelf, maar ook uit al hun leerlingen te halen.

Julien Borremans is niet alleen actief in het onderwijs, maar hij is daarnaast ook een zeer actief publicist op verschillende media. Onderwijs, Brussel, politiek en zoveel meer onderwerpen kunnen zijn interesse wekken.

foto’s (c) Gazet van Hove .