door Luckas Vander Taelen – www.doorbraak.be .

Ondanks verkapte oproepen tot eentaligheid is en blijft Brussel tweetalig.
Foto: de tweetalige UZ in Brussel.

Ondanks verkapte oproepen tot eentaligheid is en blijft Brussel tweetalig. Foto : de tweetalige UZ in Brussel – foto © WikiMedia Commons .

Als oplossing voor een gebrek aan tweetaligheid bij de Brusselse justitie en ziekenhuizen, gaan de Vlamingen mee in de Franstalige logica…

Als er een probleem is met de wettelijk verplichte tweetaligheid in Brussel, dan hebben Franstalige politici altijd een oplossing klaar: eentaligheid. In het Frans, natuurlijk.

Jammer genoeg gaan sommige Nederlandstaligen mee in die logica. Dat bleek nog eens toen in de Kamercommissie de niet-ingevulde vacatures van drie Brusselse vrederechters werden besproken. Minister Paul Van Tigchelt] ](Open Vld) gaf toe dat de vereiste van tweetaligheid kandidaten afschrikt. Een oplossing zou pool-vorming zijn, waarbij er één vrederechter zou zijn die het Nederlands machtig is en niet-Franstalige zaken zou kunnen beheren.

Manneken Pis

Défi-parlementair Sophie Rohony juichte de minister toe. Haar partij, opvolger van het FDF, is altijd al gekant geweest tegen taalwetten die tweetaligheid opleggen. Défi draagt nog altijd de erfzonde mee van het FDF, dat eigenlijk als enige strijdpunt de volledige verfransing van Brussel en de vernietiging van het Nederlands had. De partij wou zelfs Manneken Pis verfransen tot Le Petit Julien…

Minister Van Tigchelt had ook kunnen antwoorden dat hij niet begrijpt hoe de kennis van het Nederlands nog altijd gezien wordt als een afschrikwekkend ‘obstakel’. Terwijl de Franstalige partijen het evident vinden dat Vlamingen en anderstalige nieuwkomers het Frans machtig zijn.

Dat er zo weinig zijn die onze taal na al die tijd zelfs minimaal niet beheersen, is omdat velen zichzelf blijven vertellen dat Brussel een Franstalige stad is

Alle Brusselaars hebben in hun schooltijd bijna tien jaar Nederlandse les gehad. Dat er zo weinig zijn die onze taal na al die tijd zelfs minimaal niet beheersen, is omdat velen zichzelf blijven vertellen dat Brussel een Franstalige stad is. In een partij als die van Rohony is dat een waar axioma, een geloofsbelijdenis. Ook al is de partij van naam veranderd, ze blijft een eed van trouw zweren aan de franskiljonse oprichters, voor wie het spreken van het ‘Vlaams’ een vloek was. Dat de sociologie van Brussel wel enigszins veranderd is sinds de gloriejaren van het FDF, wijst elk onderzoek naar het taalgebruik uit. In 60 procent van de gezinnen spreekt men thuis een andere taal dan Frans of Nederlands.

een fransdolle nazi-partij

Franskiljonse oprispingen

Maar dat betekent niet dat we het wettelijke evenwicht tussen de Belgische talen niet moeten respecteren. Als minister Van Tigchelt dat niet wil doen, dan kan hij misschien ook de pariteit in de federale regering of de faciliteiten voor Franstaligen in de Rand in vraag stellen.

Voormalig staatssecretaris voor Gelijke Rechten Sarah Schlitz kon niet begrijpen dat je van een federaal regeringslid tweetaligheid mag verwachten

Maar het is niet alleen het voormalige FDF dat nog franskiljonse oprispingen heeft. Ook [Ecolo heeft ondanks de verbroedering met Groen op dat vlak een dubbelzinnig discours. Voormalig staatssecretaris voor Gelijke Rechten Sarah Schlitz kon niet begrijpen dat je van een federaal regeringslid tweetaligheid mag verwachten. Al wie dat wel vond, kreeg van haar het troetelnaampje Vlaams-nationalist.

Nu liet ook de Brusselse gezondheidsminister van die partij Alain Maron zich kennen als iemand die vindt dat Vlamingen maar moeten toegeven dat de hoofdstad Franstalig is. In het Brussels Parlement werd het pijnlijke incident van een paar weken geleden besproken waar van de acht ambulanciers die vanuit het Erasmus-ziekenhuis naar Roosdaal vertrokken waren voor een dringende oproep, niet één een woord Nederlands sprak. En later in het ziekenhuis was er geen arts die aan de ouders kon uitleggen wat er aan de hand was met hun kind, dat dramatisch genoeg uiteindelijk overleed.

ook een franskiljonse partij

UZ VUB

Vreemd toch, dat bijna alle Vlaamse parlementsleden, op N-VA en Vlaams Belang na, het schrijnend gebrek aan zorgpersoneel in Brussel aanvaarden als verklaring voor die eentaligheid. Zij schijnen te vergeten dat er op het Brussels grondgebied een groot universitair ziekenhuis is waar al het personeel minstens tweetalig is : het UZ van de VUB. Directeur Noppen legt aan iedereen, die het horen wil, uit hoe dit mogelijk is: omdat het voor hem een evidentie is om patiënten in hun taal te bedienen. Als het hoofd van een ziekenhuis daarvan overtuigd is, dan is er op dat vlak geen probleem. Taalcursussen worden door iedereen met succes gevolgd.

Maar in Franstalige ziekenhuizen is het zelfs taboe aan een dergelijke voluntaristische taalpolitiek te denken. Daar beschouwen hoogopgeleide artsen eentaligheid nog altijd als een aan hun status verbonden recht. En die houding straalt af op al het andere verzorgende personeel.

Minister Maron verklaart zich onmachtig om iets aan het taalonevenwicht te doen. Dat is niet echt verrassend van de kant van een hoofdstedelijke minister die nog steeds niet in staat is zich goed uit te drukken in het Nederlands. Van de succesvolle politiek van het UZ heeft hij blijkbaar nog niet gehoord. Eerder pleit hij voor een ‘objectivering van de vraag naar tweetalige diensten en tekorten’. Dat is codetaal voor: er zijn almaar minder Nederlandstalige patiënten. Hij gebruikte daarbij het argument dat een Vlaamse wachtdienst voor huisartsen recentelijk gesloten was door een te lage vraag. Dat dit te wijten was aan een verkeerde ligging vlak bij de spoed van het UZ, vertelde hij er niet bij.

Tolken

‘Ik trek niet in twijfel dat het gaat om een fundamenteel recht van onze Nederlandstalige medeburgers, maar we moeten ons wel afvragen hoe we er nog beter op kunnen inspelen’, stelt Maron. Daarom pleit hij voor een systeem met tolken. Dat is een weinig ambitieuze ambitie. Hij lijkt ook niet te beseffen dat Erasmus en het UZ door hun ligging een groot publiek uit de Vlaamse Rand aantrekken en de kennis van het Nederlands dus een evidentie zou moeten zijn. Het is tekenend dat het voor hem onbelangrijk lijkt dat vele Nederlandstalige Brusselaars zich liever laten behandelen in het UZ en in Vlaanderen, omdat ze zo de zekerheid hebben hun eigen taal te mogen spreken.

Het pleit voor Vlaams Brusselminister Benjamin Dalle (cd&v) dat hij durfde voor te stellen om het toekennen van subsidies en vergunningen voor ziekenhuizen te laten afhangen van het respect voor het Nederlands. Justitieminister Van Tigchelt zou daar op zijn domein beter een voorbeeld aan nemen in plaats van mee te gaan in de franskiljonse logica die afbreuk doet aan de delicate taalevenwichten waarop dit land steunt.

Van Tighelt buigt voor de franstaligen
Luckas Vander Taelen

Luckas Vander Taelen (1958) werkte als tv-regisseur, en was voor Groen schepen, Vlaams en Europees Parlementslid en senator.

foto’s (c) Gazet van Hove .