door Jan Huijbrechts in ’t Pallieterke .
Gisteren was het 1 mei, de Dag van de Arbeid. Een officiële en betaalde feestdag in ons land, die we – en dat schijnen nog slechts weinigen te weten – in feite aan Adolf Hitler te danken hebben.

Om te weten te komen waarom 1 mei de ‘Dag van de Arbeid’ werd, moeten we terug naar het laatste kwart van de 19de eeuw. In die periode kreeg het socialisme langzaam, maar zeker voet aan de grond in Europa en in de Verenigde Staten. Dat ging echter niet zonder slag of stoot. Het ging gepaard met felle discussies met afscheuringen en dissidentie tot gevolg. Sociaaldemocraten stonden vaker wél dan niet met getrokken messen tegenover marxisten, proudhonisten, anarchosyndicalisten, reformisten, blanquisten, possibilisten en ga zo nog maar even door… De meer lucide geesten in het linkse kamp beseften dat al die ideologische stammentwisten geen goed deden aan de gemeenschappelijke zaak. Nadat het eerste internationaal georganiseerde los-vaste samenwerkingsverband van linkse clubjes, dat bekend stond als de ‘Eerste Internationale’, in 1876 aan het oeverloze gekrakeel tussen socialisten en anarchisten was ten onder gegaan, werd in september 1877 in Gent een poging tot verzoening ondernomen op een herenigingscongres dat echter compleet de mist inging door de opnieuw opflakkerende ruzies tussen marxisten en anarchisten.
De achturige werkdag
Ondanks de ideologische verschillen was de linkerzijde het wel unaniem eens over één strijdpunt, namelijk het invoeren van de achturige werkdag. In die tijd was de werkdag gemiddeld 12 uur lang. Een vermindering tot 8 uur zou de arbeidstijd op 48 uur per week brengen (alleen de zondag was vrij). De eis van “acht uur werk, acht uur vrije tijd, acht uur slaap” was een schot in de roos van de stilaan vaste vorm aannemende vakbonden. Op 1 mei – de dag waarop in de Verenigde Staten traditioneel de jaarcontracten van de arbeiders moesten worden vernieuwd – legden in 1886 naar schatting 340.000 Amerikaanse arbeiders het werk neer om hun eis voor een achturige werkdag kracht bij te zetten.

In de nasleep van die staking kwam het op 3 mei in Chicago tot een confrontatie tussen syndicalisten, die met geweld stakingsbrekers wilden verdrijven, en de politie. Er vielen enkele doden en als reactie hierop werd beslist om de volgende dag op het Haymarket Square te demonstreren. Tijdens die protestmeeting wierp een op wraak beluste anarchist een zelfgemaakte bom naar de politie, die zeven agenten doodde. De politie opende daarop het vuur op de demonstranten, waarbij 8 doden en tientallen gewonden vielen. In een schijnproces werden acht anarchistische leiders veroordeeld wegens het ‘beramen of bijstaan’ van de onbekende dader van de bomaanslag. Vier van hen werden in november 1887 opgehangen, een andere pleegde vlak voor zijn executie zelfmoord in de gevangenis. De drie overige anarchosyndicalisten werden enkele jaren later vrijgelaten…
Tweede Internationale
Op 14 juli 1889 – dit jaar 135 jaar geleden – congresseerde internationaal links in Parijs om het eeuwfeest van de bestorming van de Bastille te vieren. Die dag werd niet alleen de ‘Tweede Internationale’ boven de doopvont gehouden, waarin later een aantal landgenoten als Emile Vandervelde en Camille Huysmans een sleutelrol zouden spelen, maar werd op aandringen van de American Federation of Labour ook een resolutie aangenomen. Daarin werd beslist om, als eerbetoon aan de slachtoffers van de dramatische gebeurtenissen in Chicago, 1 mei uit te roepen tot een internationale actiedag voor de invoering van de achturendag.

Belgische Werklieden Partij
Of 1 mei een feest- dan wel een strijddag was, werd grotendeels bepaald door de graad van radicalisme van de plaatselijke socialistische partijen en groeperingen. Voor radicale socialisten van marxistischen of anarchistischen huize was 1 mei vanzelfsprekend een strijd- en stakingsdag. De meer gematigde sociaaldemocraten legden het accent eerder op het feest van de arbeid, waarmee ze de maatschappelijke integratie van de arbeidersklasse in de maatschappij bepleitten door in vreedzame optochten een positief beeld te schetsen van een moreel weerbaar en zelfbewust proletariaat. Die discussie was duidelijk zichtbaar onder de Belgische socialisten. De nog jonge socialistische beweging had zich in België sinds 1885 gegroepeerd in de Belgische Werklieden Partij (BWP). Vanaf haar ontstaan was er een tegenstelling tussen de gematigde Vlaamse fractie, die vooral steunde op de sterke Gentse afdeling, en de radicale, op confrontatie uit zijnde Waalse vleugel. In Vlaanderen legde men dus meer de nadruk op 1 mei als feestdag waarop niet werd gestaakt, maar in vreedzame stoeten werd opgekomen voor de 8 urenwerkdag en vanaf 1891 ook voor het algemeen stemrecht.

Als gevolg van de oproep van de ‘Tweede Internationale’ werd op 1 mei 1890 in tal van landen – waaronder ook in België – de eerste Internationale Dag van de Arbeid gevierd met grote demonstraties voor de achturige werkdag. In sommige Italiaanse, Spaanse en Franse steden kwam het tot gewelddadige confrontaties met de ordestrijdkrachten. Alleen in de Verenigde Staten had de staking direct succes, waardoor de timmerlieden in sommige deelstaten de achturige werkdag verkregen, terwijl in sommige andere vakgebieden een negenurige werkdag werd ingevoerd.
Hitler en de nationaalsocialisten
En wat heeft dat alles met Adolf Hitler te maken ? Nadat de Duitse nationaalsocialisten in het begin van 1933 aan de macht waren gekomen, probeerde vooral de toen nog sterke revolutionair-linkse vleugel van de NSDAP de invloed van sociaaldemocraten en communisten op de arbeidersbeweging zoveel mogelijk in te perken. Op 10 april 1933 vaardigde de Duitse regering op aansturen van propagandaminister Joseph Goebbels een besluit uit dat van 1 mei een officiële ‘Feestdag van de Nationale Arbeid’ maakte. Duitsland werd zo de eerste staat in West-Europa waar 1 mei een wettelijk doorbetaalde feestdag werd.
Vooraanstaande Duitse vakbondsleiders als Wilhelm Leuschner en Thedor Leipart, maar ook bijvoorbeeld de overkoepelende Allgemeiner Deutscher Gewerkschaftsbund (ADGB) steunden het initiatief in de hoop zo de vakbonden als legale organisaties te kunnen handhaven. Hoop, die al snel de grond werd ingeboord, want op 2 mei 1933 bezetten de knokploegen van de SA de hoofdkwartieren van de vakbonden, legden ze beslag op hun drukkerijen en vlogen een aantal vakbondsfunctionarissen achter de tralies… Amper een week later, op 10 mei, werd het Deutsche Arbeitsfront (DAF) als enige alternatief voor de vakbonden opgericht. Het DAF diende de belangen van de arbeiders én werkgevers te behartigen. Zo werden arbeiders en werkgevers verenigd in één enkele organisatie, onder rechtstreekse controle van de nationaalsocialisten.

Na de Duitse bezetting van België in mei 1940, werd vanaf 1941 ook in ons land die feestdag door de bezetter ingevoerd. Een beslissing, die door de eerste door linkse partijen gedomineerde regeringen na de bevrijding gehandhaafd bleef.

foto’s (c) Gazet van Hove .


