
door Redactie Politiek ’t Pallieterke .
Hoe sterk staan de federale oppositiepartijen nog ?
De onderhandelingen voor een federale regering raken zeer moeilijk op kruissnelheid. Vaak heeft zo’n politieke koudwatervrees te maken met een sterke oppositie die door de regeringspartijen als gevaarlijke concurrenten worden gezien. Dat is anno 2024 echter niet het geval. Afgezien van het Vlaams Belang liggen alle oppositiepartijen in de touwen. Een analyse.
De federale regeringsonderhandelingen zijn zo lek als een zeef. Het ene voorstel na het andere komt naar buiten. Dat kan twee zaken beteken. Eén : het vertrouwen tussen de partijen, en wellicht tussen Vooruit-voorzitter Conner Rousseau en MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, is compleet zoek. En dus worden allerlei inhoudelijke voorstellen kwistig naar de pers doorgestuurd om de concurrenten in verlegenheid te brengen. Als het zo verdergaat en men de neuzen niet in één richting krijgt, dan geeft formateur Bart De Wever op 4 november zijn opdracht terug aan de koning en wordt hij gewoon burgemeester van Antwerpen. Dan is de politieke patstelling totaal.

Twee : het lekken van de voorstellen is een onderdeel van de nieuwe politieke cultuur en is vooral een boodschap aan de bevolking. We hebben het hier over de procedure van de ‘gewilde uitlekking’ die is opgestart. Op die manier wordt het ijs naar de bevolking toe al wat gebroken en weet men wat er te wachten staat. Wat ook het doel is van de onderhandelaars, de formatie afronden tegen eind november wordt zeer moeilijk.
Geen liberaal alternatief
En dat is vreemd, want de snelheid waarmee een regering kan worden gevormd, wordt niet alleen bepaald door de interne cohesie tussen de onderhandelende partijen. De gesprekspartners bouwen ook een zeker vertrouwen op omdat ze zich verenigen tegen een zeer kritische oppositie. Wanneer er concrete beleidsmaatregelen moeten worden genomen, kijkt men in zekere zin achter zich en stelt men constant de vragen ‘Wat zal de oppositie denken ?’ en/of ‘Gaan we hen geen cadeau geven waarmee ze stemmen kunnen afsnoepen ?’ Een bedenking of vrees die nu veel minder relevant is. Om te beginnen omdat er normaal gezien geen nieuwe verkiezingen zijn voor 2029. Men heeft dus goed vier jaar tijd om vanaf januari 2025 aan de slag te gaan. En vooral : een aantal oppositiepartijen is fel verzwakt, zeker na de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober.

Het is niet de bedoeling om hier de zoveelste analyse te maken van de lokale stembusslag. Wel kunnen we stellen dat de partijen die de oppositie van een mogelijke Arizona-coalitie zullen vormen niet versterkt zijn, integendeel. Nemen we om te beginnen Open Vld. De partij moet in een aantal steden (Antwerpen, Sint-Niklaas, Oostende) vechten voor haar overleven. Eigenlijk moeten lokale afdelingen opnieuw van nul worden heropgebouwd. Vraag is of dat überhaupt mogelijk is. Dat zal veel energie kosten, sowieso.
Daarnaast is elke liberale oppositie weinig geloofwaardig. Vorige week waren Vincent Van Quickenborne en Alexia Bertrand aan het fulmineren in de Kamer omdat de federale regeringsvorming te lang aansleept, waardoor er een groot risico is dat er niet tijdig een begroting die naam waardig zal worden ingediend tegen het einde van het jaar. Een kritiek die gemakkelijk gepareerd kan worden, aangezien het de liberalen zijn die voor een desastreuze budgettaire toestand hebben gezorgd. Een echt liberaal alternatief blijft de facto ver te zoeken. Zeker en vast als een volgende regering maatregelen zal nemen zoals een beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Een hervorming die Open Vld de voorbije kwarteeuw nooit wist te realiseren.
Vlaams Belang met gematigd zelfvertrouwen
De enige oppositiepartij die goed in het vel zit, is Vlaams Belang. Er komt een burgemeester in Ninove, het cordon is doorbroken in Ranst en de nummer één van de partij in de federale Kamer, Barbara Pas, heeft in haar eigen Dendermonde goed gescoord. Vlaams Belang kan inhakken op N-VA en blijven benadrukken dat de Vlaams-nationalisten een coalitie met de socialisten verkiezen boven die met andere Vlaams-nationalisten.

Al moet men hier wel opletten. Het riedeltje van ‘Nieuw-Vooruit Alliantie’ begint na een tijd te vervelen. Bovendien is partijvoorzitter Tom Van Grieken er niet in geslaagd de leiding te nemen van de Vlaamse onderhandelingen in juni. Dat kon helpen om Vlaams Belang in de markt te zetten als potentiële en verantwoordelijke beleidspartij. Dat is niet gebeurd. Maar het blijft een feit dat Vlaams Belang als enige oppositiepartij de komende vijf jaar met een gematigd optimisme tegemoet kan zien.
Wonden likken bij Groen, iets minder bij PVDA
Aan de andere kant van het politieke spectrum is dat allesbehalve het geval. Groen ligt pas écht in de touwen. De partij moet op zoek naar een nieuwe voorzitter en heeft ook de opdracht om na te denken over de perceptie bij de bevolking. Dat Groen de partij is van het gedram en het opgeheven morele vingertje, stoot veel kiezers af. Normaal gezien zou de brede linkse oppositie van groenen en ook de communisten van PVDA reden tot bezorgdheid zijn bij Vooruit-voorzitter Conner Rousseau. Maar het is duidelijk : van die kant hoeft Rousseau weinig te vrezen.

Door de zwakte van de groenen, om te beginnen. En ten tweede omdat Vooruit verveld is tot een sociaaldemocratische partij die eigenlijk steeds minder in die links-radicale vijver vist. Vroeger had je communicerende vaten tussen groenen en socialisten. Het is misschien eens tijd om te onderzoeken of dat nog altijd het geval is. Wellicht is de kloof tussen beide partijen steeds groter aan het worden.
Hetzelfde geldt voor de neocommunisten van PVDA. Die partij ligt niet in de touwen en zal in de Kamer wellicht de meest efficiënte oppositie op links kunnen voeren, gewoon dankzij het populistische betoog van een Raoul Hedebouw. Bovendien kan de partij profiteren van haar toenemende infiltratie in wat men het ‘progressieve middenveld’ noemt, onder andere de vakbonden. Die zullen natuurlijk stormlopen tegen het sociaaleconomische beleid van een Arizona-regering. Wel is hier nood aan enige nuance : PVDA staat er iets minder comfortabel voor dan Vlaams Belang, want Hedebouw en co hadden gehoopt om lokaal sterker door te breken en in een aantal grotere steden aan de macht te komen. Zoals het er nu naar uitziet, worden dat hoogstens een paar allochtone en bloedrode gemeentes in Brussel en rond Luik.


foto’s (c) Gazet van Hove .

