
Politiek psycholoog Alain Van Hiel. Foto (c) Eigen redactie.

door Wannes Neukermans in ’t Pallieterke .
Waarom is de kiezer het vertrouwen in de politici kwijt ? En is een politicus die regelmatig zijn echtgenoot bedriegt, geneigd om ook zijn bevolking te belazeren ? We leggen het voor aan politiek psycholoog Alain Van Hiel (UGent). Het vertrouwen van de Vlaming in de politiek staat net als in de rest van Europa op een laag pitje. Tegelijkertijd ligt hij er veel minder van wakker dan we allemaal denken. “Je moet rekenen dat een kwart van de mensen links en rechts niet uit elkaar kan houden”, vertelt Van Hiel.
“Terwijl politicologen eerder de instituten, groepen en groepsbelangen onderzoeken, onderzoeken politieke psychologen de invloed daarvan op individuen”, legt Van Hiel uit wanneer we hem vragen naar de manier waarop hij zijn titel zou omschrijven. “Hoe denkt de individuele kiezer en politicus ? Hoe gedraagt die zich ? Hoe voelt die zich ? Dergelijke zaken onderzoeken we.”
Beschouwt u zichzelf ook als politiek expert ?
“Absoluut niet. In ideologie ben ik geen expert. Ik ben eerder bezig met hoe mensen met die ideologieën omgaan, de onderliggende waarden, zeg maar. Ik kan niet ontkennen dat ik wel wat theorieën ken over ideologieën. Maar vraag me niet naar de evolutie van de PVDA doorheen de jaren, of naar de Nederlandse SP. Als ik daar iets van weet, is dat uit persoonlijke interesse. Niet vanwege mijn beroep.”

Heeft u bij de afgelopen verkiezingen opvallende vaststellingen gedaan ?
“In mei 2024 hebben we een opvallend onderzoek gepubliceerd in Knack. Maar dat was eerder uitzonderlijk dat we partijvoorkeuren onderzochten. Ons gaat het vooral over die diepere waarden, zoals gemeten door autoritarisme en sociale dominantie-oriëntatie. Hangen die twee houdingen bijvoorbeeld samen met een radicaal-rechtse voorkeur ? Blijkbaar is dat een meer verrassend verhaal dan we denken en is het afhankelijk van waar je allemaal rekening mee houdt.”
“Een kwart van de mensen kan links en rechts niet uit elkaar houden”
“Een extreemrechtse persoon is niet in se extreemrechtser. Daarmee bedoel ik dat ze niet hoger scoren op bijvoorbeeld autoritarisme en sociale dominantie-oriëntatie, wat zeker geldt als je ook rekening houdt met twee andere zaken die daar dichtbij staan : anti-immigratiesentiment en politiek cynisme.”
“Als je dan het partijprofiel uittekent, merk je dat de radicaal-rechtse persoon niet meer autoritair is, rekening houdend met de andere drie elementen. Hij is ook niet meer sociaal dominant, maar vertoont wel meer anti-immigratiesentiment en politiek cynisme. Vandaar dat ik de term ‘extreemrechts’ niet de beste vind. Beter is te zeggen dat het over radicaal-rechts gaat.”

Kan u voorspellen op welke partij iemand stemt ?
“Met ons ingewikkelde partijlandschap is dat in de praktijk moeilijk te voorspellen. Je ziet dat er in ons land veel overstappers zijn binnen hetzelfde segment. Als Vooruit het goed doet, doet Groen het vaak veel minder goed. Er is dus vaak een colonne van de ene naar de andere partij binnen datzelfde segment, maar individueel kan je dat op partijniveau moeilijk voorspellen in ons land. Voor een Republikein of een Democraat in de Verenigde Staten is dat veel gemakkelijker.”
“Los daarvan heb je ook mensen met een psychologisch rechts profiel die door hun leven, gezinstradities of door op jonge leeftijd verweven te geraken in een of andere partijwerking, op linkse partijen stemmen. Er lopen genoeg mensen rond die tegen hun natuur in stemmen.”
Stemmen sommige mensen de ene keer links en de andere keer rechts ?
“Je zou denken dat er altijd enige ideologische overeenkomst moet zijn. Je zou denken dat iemand die gisteren voor Vlaams Belang stemde, vandaag niet voor Vooruit stemt. Vergis u niet : die kiezer bestaat. Maar dat is zeker niet de mainstream.”
Overschatten wij de impact die politiek heeft op mensen ?
“Absoluut, daar is al heel wat onderzoek naar gedaan, vooral in de VS dan. Maar ook in Europa moet je rekenen dat een kwart van de mensen links en rechts niet uit elkaar kan houden.”

Een kwart van de mensen kan bij wijze van spreken niet zeggen : Tom Van Grieken is rechts, Raoul Hedebouw is links.
“Daar komt het op neer, ja. Die mensen kunnen zich bijvoorbeeld niet inbeelden dat iemand die tegen drugs is, ook liever een sterk leger heeft. Dat gaat vaak samen, terwijl er geen directe reden voor is, behalve dat ze ideologisch rechts zijn. Je hebt mensen die de twee verbinden en er een zogenaamd consistente visie op nahouden. Maar er zijn ook veel mensen die dat niet verbinden. En dat is dus 20 à 30 procent van de bevolking.”
“Diegenen die links en rechts niet op die manier uit elkaar halen, noemen wij ideologie-armen. Maar eigenlijk is dat grappig, want ik ken maar één expertise die op die manier in elkaar zit en dat is de politiek. De meeste expertises gaan gepaard met veel meer differentiatie en een rijker palet aan nuances, terwijl de politiek veel meer zwart-wit is.”
Het gegeven dat er vandaag nog geen regering is, houdt mensen dus ook niet zo veel wakker als we denken ?
“Dat kwart van de bevolking ligt er al zeker niet van wakker. Er zijn natuurlijk mensen die wel politiek geïnteresseerd zijn en die daar nu wellicht met grote ogen naar kijken. Want voor de mensen die het nu al moeilijk hebben met het politieke bedrijf, wekt dit schouwspel geen vertrouwen. Dat alles op papier moet staan en uitgewerkt moet worden, heeft ook een signaalwaarde. Als ik met u een relatie wil beginnen, gaan we toch niet alles vastleggen en afspreken ? Hoe meer je alles verbaliseert en neerschrijft, hoe minder ruimte er is om later te bewegen. Dat is toch geen teken van vertrouwen ? Als ze elkaar al niet vertrouwen, waarom zou de burger dat dan wel moeten doen ? Ergens is dat wel een logisch gevolg wanneer je zo’n competitief systeem bouwt. Een stem voor X is een stem minder voor Y. Maar na die strijd zou je toch een samenwerking moeten aangaan. Maar als er geen vertrouwen is, is dat moeilijk.”

“Als een liberaal wat geld achteroverdrukt, is dat wellicht een minder groot probleem dan een cd&v’er die zijn vrouw bedriegt”
“Een competitief systeem is zoals een oceaan vol met haaien. De politiekers die nu een regeerakkoord aan het maken zijn, zien elkaar ook als dusdanig, als haaien. Als daar een haring tussen zit, wordt die verslonden. Niet verwonderlijk dat de burgers er niet anders naar kijken. Vaak gaat men daar ook de media bij betrekken, omdat die ervoor zorgt dat de politiek als een spelletje gezien wordt en dat er aandacht wordt besteed aan allerlei vetes en ruzies. En dat is allemaal waar, dus ook het journaille is niet het meest vertrouwenwekkend. Ook het vertrouwen in de journalistiek is vandaag heel laag.”

Moeten politici zich zorgen maken over dat dalende vertrouwen in hun stiel of is dat iets wat zich natuurlijk zal herstellen ?
“Je kan niet zeggen dat het natuurlijk op en neer gaat, want er is een tendens dat dat vertrouwen afbrokkelt. Vooral in de Verenigde Staten zijn daar sinds de jaren 50 waardevolle onderzoeken naar gevoerd. Daar zie je het vertrouwen afkalven van 70 procent naar vandaag ongeveer 25 procent. Hier in Europa hebben we die lange onderzoekstraditie niet, maar ook hier is het niet goed gesteld met het vertrouwen in de politiek. België zit niet bij de sterkste dalers. Dat is weliswaar geen grote verdienste, want dat komt omdat we op een laag niveau begonnen zijn.”
Bart De Wever, de formateur en dus kandidaat-premier, herhaalt heel vaak dat hij ‘tegen zijn zin’ premier zou worden. Hoe kunnen burgers hun vertrouwen geven aan iemand die zelf zegt het niet te willen ?
“We kennen natuurlijk de achtergrond van Bart De Wever, die op z’n zachtst gezegd geen belgicist is. Je kan zeggen dat die houding nadelen heeft, maar er zijn ook voordelen. Een nadeel is dat er twijfels kunnen komen en dat mensen hem een gebrek aan motivatie toeschrijven. Als de formatie mislukt, zal men geneigd zijn naar hem te wijzen. Aan de andere kant is er ook een voordeel. Als je een mandaat echt wil, dan zal zijn kiespubliek sneller denken dat er toegevingen gemaakt werden louter om premier te worden. De verdenking dat Bart De Wever dat om persoonlijke redenen doet, verdwijnt dankzij die houding. En hoe ironisch het ook moge klinken, ik vermoed dat hij op die manier wel overkomt als de redder des vaderlands. Ik neem maar een voorbeeld : stel dat er een formateur is die zegt per se premier te willen worden. Dan denk je al snel : hij doet het voor het postje.”

Het algemene vertrouwen in de politiek en in de maatschappij staat op een laag pitje. Nochtans hebben we het niet enorm slecht.
“Absoluut niet. Mijn goede collega Mark Elchardus heeft ooit een boek geschreven over het narratief van de neergang. Voor ons persoonlijk leven zijn we onverbiddelijke rozebrilkijkers. Maar wanneer het over het collectief gaat, zijn we zwartkijkers. Veel mensen in het Westen denken dat het de slechte kant uit gaat. We kijken gitzwart naar de toekomst. En daarbij komt nog dat het politieke bedrijf niet het toonbeeld is van een gezellige bende die samenwerkt en samen grote zaken realiseert. Als de Rode Duivels winnen nadat ze geknokt hebben tegen een ploeg waar ze normaal altijd tegen zouden verliezen en ze elkaar in de armen vliegen en vieren, geeft dat een goed gevoel. Zoiets heb ik in de politiek nog nooit gezien.”
In Het Conclaaf kwamen de persoonlijke kenmerken van politici sterk naar boven.
“Vooral de relaties, inderdaad. En die waren blijkbaar niet zo ideologisch gekleurd. Bart en Conner : dat zat goed. Iedereen had het naar z’n zin met Petra De Sutter. Sammy Mahdi en Bart De Wever blijken niet de beste vrienden. En inderdaad : het cynisme van De Wever kwam er sterk uit.”

Houden mensen rekening met die persoonlijke kenmerken in hun stemgedrag ?
Er zijn studies die dat zwart op wit aantonen. In systemen waar twee mensen rechtstreeks tegen elkaar opkomen, is op basis van alleen maar het gelaat het stemgedrag met 60 procent nauwkeurigheid te voorspellen. Mensen die van toeten noch blazen weten en twee tronies voor zich krijgen van de twee kandidaten, hebben een ‘hit rate’ van 60 procent. Dat speelt dus absoluut een rol, want in feite is de basiskans slechts 50 procent. Hoe het komt dat ze bepaalde gezichten verkiezen, heeft te maken met een soort veronderstelde competentie. Niet omdat ze sympathiek overkomen, eerder omdat ze capabel overkomen. Eerste indrukken zijn enorm belangrijk. Dat mensen zo ‘oppervlakkig’ kiezen, is bijzonder en zelfs verontrustend in een domein dat bol zou moeten staan van ideologische tegenstellingen en politieke keuzes. Zeker binnen ideologische families geloof ik dat bepaalde persoonlijke kenmerken een rol gespeeld hebben. Het Conner-effect bestaat en heeft Groen-kiezers naar Vooruit gelokt, daar ben ik van overtuigd.”

In ons land houdt media zich meestal afzijdig als het om de persoonlijke levens van politici gaat. Maar is een politicus die bijvoorbeeld regelmatig zijn echtgenoot bedriegt, niet sneller geneigd om zijn kiezers of zijn bevolking te bedriegen ?
“Ik weet niet of daar al onderzoek naar is uitgevoerd (lacht). Maar wanneer je het vanuit het standpunt van de psychologie bestudeert, kan dat zeker. Het zou kunnen dat mensen die in het ene domein bedriegen, dat in het andere met even weinig moeite doen. Er zijn syndromen van mensen die de klok rond liegen en bedriegen. Blijkbaar komen die ook vaker in managementfuncties terecht. Ze kunnen charmant overkomen bij mensen en maken strategisch gebruik van menselijke relaties, maar redeneren op korte termijn, waardoor relaties op lange termijn verzuren. Het zou kunnen dat dat soort mensen in de politiek ook bovendrijft.”
“Ook het vertrouwen in de journalistiek is vandaag erg laag”
Hebben dergelijke controverses impact op het verkiezingsresultaat van politici?
“Ik vermoed dat het altijd gaat over geloofwaardigheid. Als een liberaal wat geld achteroverdrukt, is dat wellicht een minder groot probleem dan een cd&v’er die zijn vrouw bedriegt. Een Vooruit-politicus die zichzelf via een of andere constructie met een vennootschap laat uitbetalen, zal een groter perceptieprobleem hebben. Mensen kunnen hun geloofwaardigheid wel degelijk verliezen doordat ze in de fout gaan op bepaalde gebieden. Iemand die heel de tijd tegen drugs staat te fulmineren en dan zelf een gebruiker blijkt te zijn, dat komt niet goed over.”

U schreef als politiek psycholoog twee boeken : Iedereen racist en Links vs rechts. Wat was uw doel met die boeken ?
“Links vs rechts was voor mij een soort conditioneel afscheid van de politieke psychologie. Ik ben tevreden en heb mijn ei kunnen leggen. Dat betekent niet dat ik mezelf een verbod opleg om op dat soort onderwerpen in te gaan, dat gaat ook niet. Maar mijn hoofdfocus verschuift.”
Welk ei heeft u proberen leggen ? In een interview met Knack ging het over een ‘erfzonde van de politieke psychologie’.
“Ik vermoed dat ik het daar had over de nogal unidimensionele aandacht voor rechts, conservatieve mensen, en dat vooral in negatieve termen. Dat is inderdaad een erfzonde omdat er een soort blindheid is voor de defaults van mensen die aan de linkerkant zijn. Dat alle slechte mensen rechts zijn en alle goede mensen links, is nonsensicaal. Maar dat beeld zit voor een heel stuk daarin verweven, ook omdat het wetenschapsbedrijf binnen de psychologie en sociale psychologie tamelijk linksig is. Binnen universiteiten is dat ook zo. Andreas De Block heeft een mooi boek geschreven over ideologische diversiteit, die helemaal niet aan bod komt. Iedereen heeft de mond vol van diversiteit, tot het over ideologische diversiteit gaat. Mensen die eerder rechts zijn, gaan lopen van universiteiten. Dat is een van de zaken die ik met dat boek wil rechttrekken, door te zeggen : goed, dat is hier niet allemaal zwart-wit.”
“Iemand die heel de tijd tegen drugs staat te fulmineren en dan zelf een gebruiker blijkt te zijn, dat komt niet goed over”

“Aan de andere kant zijn er natuurlijk zaken die niet zo leuk zijn en die je moet durven zeggen, hé. Als er een dobbelsteentje gegooid wordt met de goeie en de slechte kanten van een psychologisch profiel, neigen de slechte kanten vaak naar de rechterkant te gaan. Dat zijn natuurlijk verbanden, waarbij het ene lichtgrijs en het andere donkergrijs is. Maar goed, ik weet niet of het relativerend vermogen van dat boek sterk gewerkt heeft.”
Is het linkse profiel intussen wel onderzocht ?
“De hoeksteen van al die dingen is autoritarisme. In de hoogdagen van het politiek psychologisch onderzoek tussen 1950 en 2010 is vooral het rechts-autoritarisme onderzocht, nu is er ook een onderzoekslijn links-autoritarisme. We hebben nu een onderzoek afgenomen bij jongeren in het secundair onderwijs. Daaruit blijkt duidelijk dat rechts- en links-autoritarisme tamelijk stevig correleren. Dat wordt minder omdat de mindset van mensen meer ideologisch wordt mettertijd. Maar ter linkerzijde gaat het vooral over een soort onverdraagzame houding naar mensen die conservatieve standpunten innemen. ‘Iemand die rechts is, zal zeker een racist en een seksist zijn.’ Dat soort dingen. Dat is het symptoom van de hedendaagse cultuur. Als je kijkt naar de onderlinge vooroordelen van links versus rechts, dan zijn die vele malen hoger dan bijvoorbeeld etnisch-culturele vooroordelen.”

“Een van mijn grote stellingen is dat links op een bepaald moment op een bepaalde manier onverdraagzaam wordt; ik ben ook bezig met een artikel daarover. De progressieve waarden zelf worden in vraag gesteld, waardoor linkse mensen in het defensief moeten. Dat is jarenlang het geval geweest voor de conservatieve waarden. Vanaf de jaren 60 moest rechts in het defensief en reageerde daar toen ook tamelijk verkrampt op. Nu lijkt het omgekeerde bezig te zijn.”
En nu bent u bezig aan een derde boek. Waarover gaat dat ?
Over het zelf. Hoe tot zelfkennis te komen. Over wat gelukkig maakt. Dat hoe we naar onszelf kijken cultureel bepaald is. En er staat zelfs een hoofdstuk over de dood in. Het heeft niet veel te maken met de vorige boeken, maar ik ben een duizendpoot die verschillende dingen tegelijkertijd doet. Onze onderzoeksgroep is als een Mexicaans leger : wij schieten alle kanten op en bestuderen alles.”

foto’s (c) Gazet van Hove .


