
door Jurgen Ceder in ’t Pallieterke .
Als ik Tom Van Grieken of Eva De Bleeker was, had ik maandag een fles champagne ontkurkt. Valerie Van Peel keert terug naar de politiek en is meteen op koers om voorzitter van de N-VA te worden. Als we op de lovende reacties van de partijtop mogen voortgaan, lijkt het erop dat alles op voorhand doorgepraat is. De verloren dochter wordt teruggeroepen, omdat niemand van de partijtop bereid is om die functie in te vullen of aanvaardbaar genoeg is voor iedereen.
Van Peel heeft een sterke persoonlijkheid, maar heeft geen politiek profiel. Ze profileerde zich in het parlement rond de vergoeding van asbestslachtoffers en de verjaringstermijn bij kinderverkrachting. Dat zijn verdienstelijke dossiers, maar ze hebben geen ideologische inzet. Van Peel heeft nooit iets gezegd of gedaan dat ze niet evengoed had kunnen zeggen of doen als lid van een van de traditionele partijen.

Ze zegt nu dat ze “een andere persoon is dan een jaar geleden”, maar geeft niet de indruk dat ze ook politiek zou zijn geëvolueerd naar iets wat lijkt op een visie. Ook bij haar terugkeer blijft ze steken in wollige platitudes. “Ik wil niet langs de kant blijven staan en ik voelde terug de aandrang om op het maatschappelijk debat te wegen.” In welke richting ? We weten het niet. “De politiek is de plaats bij uitstek waar je een maatschappelijke stem kan zijn.” Een maatschappelijke stem voor wat of voor wie ? Ze zegt het ons niet. “De komende decennia moeten we als partij de ambitie hebben om de veranderende maatschappij mee vorm te geven.” In welke zin ? Welke vorm ? Van Peel licht geen tipje van de sluier op. Het gebrek aan ideeën van Van Peel is mogelijk de reden waarom ze aanvaardbaar genoeg is voor iedereen.
Toen Van Peel vorig jaar opstapte, uit frustratie met de realiteit van het bestaan als parlementslid, las ik in de pers dat haar verdwijnen een serieuze aderlating voor de N-VA zou betekenen. Ik heb daar niets van gemerkt. Dezelfde commentatoren zien haar terugkeer nu als een ‘godsgeschenk’ (DS) voor haar partij. De redenering is dat zij dan de ‘zachte flank’ van de partij zal afdekken. Het klinkt geweldig, maar wat betekent dat ? Moet de N-VA dan bang zijn van cd&v of Vooruit, die mee in de regering zitten ?

Donkerblauwe flank
De echte zwakke flanken van de N-VA bevinden zich op de rechtse en op de donkerblauwe zijde. Dat het VB en de N-VA een overlappend kiespubliek hebben, is al lang geweten. Er is minder aandacht voor die andere flank. Eva De Bleeker gaat in september Open Vld opdoeken en zal een doorstart maken naar een nieuwe partij. Er mag verwacht worden dat die haar liberale identiteit zal proberen te herontdekken en, geïnspireerd door het succes van Bouchez, ook haar verloren, donkerblauwe electoraat zal pogen te heroveren. Op die twee fronten kan men de N-VA pijn doen, niet in het centrum.

Bij zijn eigen afscheid uit de N-VA sprak mijn goede vriend Karim Van Overmeire de hoop uit dat zijn partij niet zou afdrijven naar het centrum, dat hij terecht “de politieke Bermudadriehoek” noemt. Met Valerie Van Peel lijkt het N-VA-schip de zeilen in die richting te hebben uitgezet. Ik lees in de pers dat zij tot het politieke centrum behoort. Het centrum van een rechtse partij hoort echter niet in het centrum van de politiek te liggen.
Niettemin verdient iedereen een kans. Een gele trui kan wonderen doen. Als Van Peel zich toch ontpopt tot iemand met inhoud, zal ik de eerste zijn om mij te verontschuldigen.

foto’s (c) Gazet van Hove .

