
door Jurgen Ceder in ’t Pallieterke.
Hoe is Frankrijk nog beter dan Turkije, waar Erdogan de enige geloofwaardige oppositieleider liet oppakken, of Rusland, waar Poetin hetzelfde deed met Navalny ? Ook die twee opposanten werden veroordeeld wegens vermeende financiële malversaties. Dat is de meeste gewillige categorie der misdrijven : wanneer je maar lang genoeg zoekt, kan je bij om het even wie wel iets vinden. Een verregaand voorbeeld is de veroordeling van Trump voor een boekhoudkundige fout die normaal slechts een overtreding zou uitmaken, maar die door de Democratische aanklager Alvin Bragg met kunst- en vliegwerk werd omgetoverd tot een misdrijf.

‘Lawfare’ noemt men dat in de VS : politieke oorlogvoering via de rechtbanken. Vorige week werden Marine Le Pen en enkele van haar partijgenoten het slachtoffer van een extreme veroordeling door een Parijse rechtbank, omdat ze geld bedoeld om fractiemedewerkers aan te werven in het Europees Parlement, zouden hebben gebruikt om mensen aan te nemen die ander politiek werk hebben verricht. Le Pen werd veroordeeld tot vier jaar voorwaardelijke gevangenisstraf, waarvan twee jaar met een enkelband, en tot het verlies van politieke rechten voor een periode van vijf jaar.
‘Verduistering’
Politieke partijen in de EU werven hun personeel meestal niet aan met eigen fondsen, zeker niet in Frankrijk of België, waar op private giften zoveel beperkingen staan dat ze een verwaarloosbaar deel van het partij-inkomen uitmaken. Hun personeel krijgen ze van de parlementen waarin ze zijn vertegenwoordigd. Ofwel gebeurt dat door de toekenning van statuten die de fracties kunnen invullen, ofwel door geldelijke toelagen waarmee ze zelf personeel kunnen aanwerven volgens eigen contractuele modaliteiten.
Le Pen werd veroordeeld voor onjuist gebruik in de laatste categorie. U zult in de pers regelmatig het woord ‘verduistering’ zien opduiken, maar in werkelijkheid heeft ze geen eurocent in eigen zak gestoken.

Le Pen voerde bij haar verdediging aan dat andere partijen hetzelfde doen. Ik ken de interne keuken van Franse partijen niet, maar ik vermoed dat ze gelijk heeft en dat men daar even soepel omspringt met personeelsstatuten als in de Belgische politiek. De partij van centrist François Bayrou werd al veroordeeld voor dezelfde feiten als Le Pen, maar hijzelf ontsprong de dans. Er loopt een gelijkaardige klacht tegen het linkse LFI en Tom Vandendriessche van het Vlaams Belang. Een jaar geleden werd Hilde Vautmans (Open Vld) er door haar eigen medewerkers in het EP van beschuldigd hen in te zetten voor de gemeentepolitiek in Sint-Truiden. Benieuwd of haar ook onverkiesbaarheid en een enkelband wachten.
Politici moeten rechters niet in een positie plaatsen waarin ze beslissingen met belangrijke politieke gevolgen kunnen nemen

De illusie van een echt parlement
Het Europees Parlement heeft niet voldoende bevoegdheden om een écht parlement genoemd te worden, maar speelt wel graag parlementje. Bij de illusie van een echt parlement hoort ook een hele hofhouding van medewerkers die de boekentas van het parlementslid dragen, hem regelmatig een koffietje schenken en af en toe zelfs de schijn van productief studiewerk creëren. Partijen die echt aan politiek willen doen, gebruiken die medewerkers echter ook graag voor nuttige dingen. Waarom zou een specialist in sociale aangelegenheden niet af en toe mogen ingezet worden in een ander parlement of in de studiedienst van een partij ? Wat doe je met parlementair personeel in de vele parlementaire recessen, waaronder twee zomermaanden van technische werkloosheid ?
In de periode dat ik in de Senaat zat, sprongen alle partijen soepel om met hun parlementaire medewerkers. Dat gebeurde vrij openlijk. Toen ik lid was van de Onderzoekscommissie Rwanda kon ik door de Senaat een medewerker laten accrediteren die in een statuut van het Vlaams Parlement was aangeworven. Niemand zag daar een probleem in. Het verschil is dat de regeling in België nogal wazig is, terwijl het Europees Parlement expliciet verbiedt om medewerkers extern in te zetten.

De tandarts altijd nabij
Van sommige Belgische parlementsleden weet ik dat ze minder gewetensvol waren dan Le Pen. Ze gebruikten hun medewerkers ook voor huiselijke taken, zoals kinderoppas tijdens een nachtzitting. De chauffeurs van de Senaat vertelden mij sappige verhalen over Bureauleden die zich in het weekend naar het voetbal lieten voeren of die ze om vijf uur ’s nachts stomdronken van een trouwfeest moesten ophalen.

Men is daar strenger in geworden, ook in onze buurlanden. De tijd dat Mitterrand jarenlang met zijn maîtresse en dochter gratis kon verblijven in een luxeappartement van de staat, is voorbij. Zijn partijgenote Edith Cresson, ooit nog premier, wierf ooit haar tandarts aan als persoonlijke assistent in het EP.
Le Pen had zelf moeten weten dat zij aan strengere normen zou gehouden worden dan andere politici. Haar ‘alternatief’ gebruik van de personeelsleden was zelfs nogal flagrant. Zo werd bij het onderzoek een mail gevonden van haar zus, waarin die schrijft dat ze toch wel eens Straatsburg zou willen bezoeken, terwijl ze daar in theorie al maanden aan de slag was.

‘Gevaar voor de democratische orde‘
De voorzitter van de rechtbank was het vonnis nog aan het voorlezen en had de schuldvraag nog niet beantwoord, toen Le Pen al boos de zittingszaal verliet. Ik begrijp goed waarom. Ik was er ook bij op 21 april 2004 toen de rechters van Gent het arrest begonnen voor te lezen waarmee ze het Vlaams Blok buiten de wet stelden. De top van de partij verliet reeds halfweg de zaal, omdat men wist hoe laat het was. De rechters waren systematisch alle juridische twistpunten – dat waren er veel – aan het beslechten in het voordeel van de vervolgers. Dan weet je dat ze in een rechte lijn op een veroordeling afstevenen, ongeacht juridische bezwaren. Die veroordeling stond eigenlijk al vast sinds de eerste dag van het proces. Wat daarna kwam was toneel en tijdverlies.
Marine Le Pen hoorde hetzelfde. Enkele uitspraken van het hof waren voor haar genoeg om te weten dat dit slechts op één manier kon aflopen. Zo zeiden de rechters dat haar herverkiezing een “gevaar voor de democratische orde” zou zijn. Het gebruik van medewerkers buiten het Europees Parlement is een gevaar voor de democratisch orde ? Maar het onverkiesbaar maken van de populairste kandidaat voor het presidentschap is dat niet ? Le ridicule ne tue pas.

Ook de verantwoordelijkheid van de politiek
Regels zijn er om gerespecteerd te worden. Niemand zou ernstige bezwaren hebben geuit indien Le Pen een boete had opgelopen, maar de voorlopige gevangenisstraf van vier jaar, waarvan twee jaar met enkelband, is bespottelijk. De aanslag op de democratie door haar onverkiesbaarheid, is nog vele malen erger.
De voorzitster van de rechtbank heeft geen gekende politieke achtergrond, maar is blijkbaar te wereldvreemd – haar volledige naam is Bénédicte Giraud-de Perthuis de Lavaillevault – om te beseffen dat ze de democratie oneindig veel meer schade toebrengt dan Le Pen. Zij is echter wel in die positie geplaatst door politici die deze wetten hebben gemaakt.
Het Rassemblement National haalt in zijn reactie uit naar de ‘tyrannie des juges’, maar het probleem is breder. Ook de partijgenoten van Le Pen hebben voor de wet-Sapin gestemd die nu tegen haar wordt gebruikt. Rechters moeten zich uit de politiek houden, maar politici moeten rechters ook niet in een positie plaatsen waarin ze beslissingen met belangrijke politieke gevolgen kunnen nemen. En zeker met het verlies van politieke rechten moet in het strafrecht veel spaarzamer omgesprongen worden.

Beroep in 2026
Le Pen is in beroep gegaan tegen de veroordeling. Normaal werkt dat opschortend. De rechters in eerste aanleg hebben echter, opnieuw kenschetsend voor hun wereldvreemdheid, bepaald dat haar onverkiesbaarheid onmiddellijk ingaat, met de nogal lachwekkende motivering dat er anders een kans op ‘recidive’ bestaat. Le Pen is geen Europarlementslid en ook geen partijvoorzitter meer. De rechtbank was blijkbaar boos dat ze, alsof ze een ordinaire crimineel is, onvoldoende schuldbesef heeft getoond.
Het hof van beroep heeft nu al beslist dat de zaak al in 2026 zal behandeld worden. Dat is abnormaal snel, zoals linkse kranten als Le Monde zuur opmerken. De presidentsverkiezingen hebben plaats in 2027, zodat een milder arrest haar weer verkiesbaar zou kunnen maken. Zou het kunnen dat men binnen de magistratuur beseft welke stommiteit de rechtbank van Parijs heeft begaan ?

Het echte gevaar voor de scheiding der machten
In Frankrijk is de veroordeling van Le Pen de aanleiding geworden voor een publiek debat over de politisering van de magistratuur. In Frankrijk bestaat een ‘Syndicaat van Magistraten’, een vereniging van rechters die onder andere aanwezig was op het linkse Fête de l’Humanité. Le Pen herinnerde ook aan het persbericht dat deze organisatie had verspreid na de overwinning van haar partij bij de Europese verkiezingen. Daarin werden alle magistraten opgeroepen om te verhinderen dat ‘extreemrechts’ ooit aan de macht kan komen.
Le Pen stond niet alleen met die kritiek. De minister van Binnenlandse Zaken, Bruno Retailleau, gaf toe dat het bestaan van het syndicaat een ernstig probleem is. “Het is gewoon een objectief feit dat er ‘rode rechters’ actief zijn in het Franse rechtsbestel”, zei Retailleau.

We moeten dat syndicaat dankbaar zijn, omdat het in Frankrijk een probleem zichtbaar heeft gemaakt dat bij ook bij ons bestaat, maar in de schaduw blijft. Er zijn ook bij ons rechters actief die blijk geven van een radicaal activisme. Een goed voorbeeld is het vonnis van een Brusselse rechtbank waarin de Belgische staat werd verplicht de uitstoot van CO2 met 55 procent – een stuk meer dan wat Europa vraagt – terug te dringen tegen 2030 om zo het klimaat te redden. De rechtbank stelt zich in de plaats van de wetgever en pleegt hiermee de meest flagrante inbreuk op de scheiding der machten die ik mij kan herinneren. De rechters die zich schuldig maken aan een dergelijke staatsgreep, ook al is die niet gepleegd in uniform, maar in toga, dienen onmiddellijk uit hun ambt ontzet te worden.
Politici staan niet boven de wet, maar rechters staan niet boven de democratie. Traditioneel werd met argusogen gekeken naar de uitvoerende macht, naar koningen, presidenten en ministers, als grootste dreiging voor de scheiding der machten. Rechterlijke inmenging in de democratie is nu echter al een tijd een groter probleem. De democratie moeten durven terugslaan. De rotte appels moeten eruit.


foto’s (c) Gazet van Hove .

