door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke.
Tegen 1 juli moet de federale regering een definitieve regeling voor de meerwaardebelasting op aandelen klaar hebben. Vooruit zet de hakken in het zand en wil zo weinig mogelijk uitzonderingen op de belasting, uit vrees dat ze te weinig opbrengt en een groep kapitaalkrachtigen de dans ontspringt. De focus van de socialisten daarop geeft minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) misschien de kans om de taks via een onderdeel dat weinig aandacht krijgt minder zwaar te maken voor de Vlamingen.

Nu er een gedetailleerd akkoord is over de beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen, kan de regering-De Wever zich buigen over het volgende grote sociaaleconomische dossier : de meerwaardebelasting op aandelen, een taks die op termijn 500 miljoen euro moet opbrengen. Bij het sluiten van het regeerakkoord werden enkel de grote principes vastgelegd. Wie bij de verkoop van aandelen winst maakt, zal daarop roerende voorheffing tot 10 procent moeten betalen. Maar al kort na het aantreden van de regering kwamen vooral de Franstalige liberalen van de MR pleiten voor een aantal uitzonderingen.
Trofee voor socialisten
Het zorgde in de media voor wat heen-en-weerdiscussies, zeker tussen de MR en Vooruit. De Vlaamse socialisten zijn er als de dood voor dat deze belasting wordt uitgehold en dat een aantal kapitaalkrachtige bezitters van aandelen de dans ontspringt. Nu hoeven we hier niet de discussie te voeren over de relevantie van belastingen op vermogenswinsten. Het is algemeen bekend dat de superrijken altijd wel een manier vinden om zo’n taks te ontwijken, waardoor het uiteindelijk de middenklasse is die het gelag betaalt. Binnen de regering heeft men dit argument al vaak aangehaald tegenover Vooruit, maar het mocht niet baten. De taks moet er komen, want het is een trofee voor de enige uitgesproken linkse partij in de regering.

Vanuit de MR en de N-VA, maar ook in mindere mate cd&v blijft men ondertussen druk zetten om de uitzonderingen erdoor te krijgen. Zo zou iemand die als goede ‘huisvaderbelegger’ de aandelen meer dan tien jaar aanhoudt, geen meerwaardetaks moeten betalen. Ook zou er een belastingvrijstelling komen voor wie meer dan 20 procent van het bedrijf bezit. Men vertrekt in de basistekst van de wet van 10.000 euro vrijstelling, maar wie een aanzienlijk belang heeft, zou pas boven de 1 miljoen belast worden aan het geplande basistarief van 10 procent. Daaronder zouden lagere tarieven worden geheven. Ondertussen is er ook sprake van een vrijstelling van verwanten van de eigenaar, die een aanzienlijk belang in de vennootschap hebben. Dit alles zou als doel hebben om de familiale aandeelhouders te ontzien wanneer ze hun bedrijf verkopen. Volgens Vooruit wordt de belasting hiermee veel te veel uitgehold. Het beloven dus nog pittige discussies te worden voor eind juni.

“Anti-Vlaams ?”
De harde houding van Vooruit wekt terecht ergernis, want het is bekend dat het vooral Vlamingen zijn die deze meerwaardetaks moeten betalen. De kritiek van het Vlaams Belang dat dit een anti-Vlaamse belasting is, is terecht. Al is het nu niet duidelijk of de Vlamingen 60, 70 of 80 procent van de taks zullen betalen. Dat ze de grote meerderheid uitmaken, staat vast.
Is het dan begrijpelijk dat een Vlaams-nationalistische partij als de N-VA dit zomaar laat passeren ? De zaken liggen ingewikkelder dan gedacht. Uiteraard moet men de definitieve wetteksten over de meerwaarde-taks afwachten. Maar de obsessie van Vooruit dat een zo groot mogelijke groep moet bijdragen, biedt mogelijkheden om … de belasting via een omweg toch minder anti-Vlaams te maken.
Het is wat technisch, maar alles draait rond de waardering van het bedrijf en de aandelen. Het is de bedoeling dat meerwaarden geboekt vanaf 2026, worden belast. Voor beursgenoteerde bedrijven is het zeer eenvoudig om de waarde van de aandelen te bepalen : je bekijkt gewoon de beurskoers. Anders is dat voor niet-beursgenoteerde bedrijven.

Lagere waardering
Wij herhalen het : het is wachten op de definitieve bepaling, maar het kabinet-Jambon zou vertrekken van een waardering op basis van het eigen vermogen van een bedrijf en – vooral – de ebitda of de operationele kasstroom. Dat is de winst voor de aftrek van interest, belastingen, afschrijving en afboekingen. Welnu, de waardering van een bedrijf zou vier keer de operationele kasstroom zijn. En nu wordt het interessant. Studiewerk van onder andere de Vlerick Business School leert dat men de waardering – bijvoorbeeld bij een overname – bepaalt op basis van gemiddeld 6,5 keer de operationele kasstroom. Kortom, de waardering van 4 keer zoals het kabinet-Jambon stelt, zou bedrijven en dus aandelen minder hoog waarderen dan aangenomen of gevreesd werd, waardoor de meerwaarde-taks ook minder hoog zou uitvallen. Goed nieuws, omdat de meerderheid van de bedrijven die de belasting moeten ophoesten Vlaams is.

En er is meer. Onderzoek toont aan dat de regio waar het bedrijf gevestigd is een impact heeft op de waardering, en Vlaamse bedrijven worden bij een overname of fusie hoger gewaardeerd dan in Wallonië en Brussel. Er is in dat geval sprake van een courante waardering van Vlaamse bedrijven tot 8 keer de ebitda. Als het uiteindelijk 4 wordt, dan komt dat de Vlaamse bedrijven en de aandeelhouders goed uit. Het is een technische discussie die aan de bollebozen van Vooruit voorbij lijkt te gaan. Gelukkig maar. Het zou na de goedkeuring van de belasting geen slechte zaak zijn dat de N-VA-ministers communiceren dat ze de pil hebben verguld voor Vlaamse bedrijven.

foto’s (c) Gazet van Hove.

