door Filip Van Laenen in ’t Pallieterke.

In de Kamer en in de media weerklonk er afgelopen veel kritiek op eerste minister Bart De Wever, omdat hij samen met acht andere Europese leiders een ‘migratiebrief’ had ondertekend. In die brief werd aan de kaak gesteld hoe rechters het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens misbruiken om een effectief terugwijzingsbeleid tegen te houden. In het bijzonder vroegen ze het Europees Hof voor de Rechten van de Mens om meer ruimte te geven voor het uitwijzen van criminele migranten.

Een verrassing was het natuurlijk niet dat zowat alle linkse politici, het gros van de media en een aantal vertegenwoordigers van de rechterlijke macht als reactie op de brief op hun achterste poten gingen staan. De democratie, de rechtstaat en de mensenrechten, allemaal staan ze nu onder druk omdat negen Europese leiders vragen of het Europees Hof voor de Rechten van de Mens misschien eens zou kunnen overwegen of criminele migranten soms toch uitgewezen mogen worden zonder dat een van hun rechters daar een stokje voor komt steken.

Rechterlijke macht mag geen politieke druk ondervinden, maar politieke macht ondervindt continu rechterlijke druk

Het antwoord van Alain Berset, de secretaris-generaal van de Raad van Europa, is er eentje om in te kaderen : “De rechterlijke macht mag geen politieke druk ondervinden.” Maar waar is diezelfde Berset wanneer de politieke macht voor de zoveelste keer rechterlijke druk ondervindt die verhindert dat de maatschappij beschermd wordt tegen criminelen die niet eens in Europa thuishoren ? Blijkbaar mogen rechters wel een mening hebben over politici en die mening zelfs aan hen opdringen via creatieve vonnissen. Maar o wee als politici ook eens hún mening verkondigen over een aantal van die rechterlijke praktijken.

Rechterlijk klimaatactivisme

Bovendien tonen de negen Europese leiders zich in hun brief nog bijzonder onderdanig aan de rechterlijke macht. Eigenlijk gaan ze niet verder dan een braaf vraagje om een door de bevolking gesteund politiek beleid zonder al te veel rechterlijke hinder uit te mogen voeren. Bovendien komt dat politiek beleid alleen maar tegemoet aan de mensenrechten van de slachtoffers van criminele migranten en de rest van de Europese bevolking. Maar in hun brief beperken die Europese leiders zich tot het domein van migratie, terwijl het activisme van de rechters zich veel verder uitstrekt.

Keren we immers minder dan twee jaar terug in de tijd, naar november 2023. Toen oordeelde het Brusselse hof van beroep dat zowel de Belgische staat als het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest meer maatregelen moesten nemen om de uitstoot van broeikasgassen sneller te reduceren. Voor één keer telden de mensenrechten van de bevolking wel eens mee, maar dan wel om de politieke keuzes van die bevolking te blokkeren. We hebben toen in de media geen noodkreten gelezen van linkse politici die meenden dat de democratie onder vuur lag, wel integendeel.

Eenrichtingsverkeer

Er valt trouwens niet aan te ontkomen dat de rechterlijke druk op de politiek vrijwel altijd in dezelfde richting gaat, of het nu over migratie, milieu en klimaat gaat, of over een ethisch dossier. En ziet een rechter of een college van rechters zich dan toch eens genoodzaakt een vonnis te moeten vellen dat niet in de ‘gewenste’ richting gaat, dan zal hij/het niet nalaten te onderstrepen dat men achter het vonnis zeker geen precedent mag zoeken, laat staan dat de winnende partij er zou moeten aan denken om het vonnis te willen vieren.

De rechterlijke druk op de politiek gaat vrijwel altijd in dezelfde richting

Amper een paar weken geleden was het inderdaad wereldnieuws, want zeer uitzonderlijk, dat het hooggerechtshof in het Verenigd Koninkrijk inderdaad eens niet anders kon dan een niet-progressief oordeel te vellen. Vijf rechters kwamen toen unaniem tot de conclusie dat de termen ‘vrouw’ en ‘geslacht’ in de Equality Act van 2010 niet anders geïnterpreteerd kon worden dan als verwijzingen naar biologische vrouwen en het biologische geslacht. Stel je voor.

Een van de rechters, Lorde Hodge, onderstreepte meteen dat het vonnis zeker niet gezien mocht worden als de overwinning van één partij op de andere. Hij liet ook niet na te onderstrepen dat transgendervrouwen nog steeds door allerlei andere wetgeving beschermd worden. Met andere woorden : hecht vooral geen belang aan dit vonnis. En misschien was zijn uitspraak vooral een smeekbede aan de politiek om dit vonnis zo snel mogelijk met nieuwe wetgeving ongedaan te maken.

Rechts activisme ?

Dit voorval – want het is een voorval, en zeker geen gewoonte – toont aan dat er van een rechts politiek activisme bij de rechterlijke macht helemaal geen enkele sprake is. Waar zijn immers de rechters die de overheid opleggen om een effectief uitwijzingsbeleid uit te voeren om de mensenrechten van de Europese bevolking te beschermen ? Waar zijn ook de rechters die de Vlaamse Regering nu opleggen dat de nieuwe afstandsregels voor windmolens niet alleen voor nieuwe windmolens in woongebieden gelden, maar ook van toepassing moeten zijn op oude windmolens die vervangen worden, ook in industriegebieden ?

Overigens zal een rechter met rechtse sympathieën wel twee keer nadenken voor hij die ook laat blijken in zijn uitspraken. Links activisme bevordert de carrière en in de praktijk geldt het vaak niet alleen als aanbeveling, maar bijna als voorwaarde om in aanmerking te komen voor een benoeming in de hogere Europese echelons. Rechtse rechters daarentegen kunnen maar beter hun mening voor zich houden als ze nog een beetje carrière willen maken. We herhalen het citaat van Alain Berset, de secretaris-generaal van de Raad van Europa : “De rechterlijke macht mag geen politieke druk ondervinden.” Was het maar zo !

niet van links-activistische rechters !

foto’s (c) Gazet van Hove.